|
(U
kunt dit document ook lezen in pdf https://www.toetsalles.nl/pdf/bijbelse.theologie.1.pdf
) Kritische leesgids bij Wayne
Grudem’s boek Bijbelse
theologie – deel I In 2020 is het boek Christian Doctrine van Wayne Grudem vertaald in het
Nederlands. De Nederlandse titel is Bijbelse
Theologie. Het is een verkorte uitgave van Grudems
systematische theologie (Systematic Theology). Het boek is uitgegeven door Gospel Mission (Heartcry) en het CPC.
Het is een beknopte dogmatiek, waarin de hoofdzaken van de Bijbelse leer
worden onderwezen. Waarom een kritische leesgids? Er staat veel goed
onderwijs in het boek. Zoals een verdediging van de onfeilbaarheid van de
Bijbel. Maar tegelijkertijd staan er ook enkele ernstige dwalingen in. Die
dwalingen hebben te maken met Grudems achtergrond. Grudem is charismatisch. Hij is één van de
vooraanstaande theologen van de derde pinkstergolf. Zijn onderwijs over de
geestesgaven gaat in tegen de traditioneel evangelische en reformatorische
opvattingen. En hij is Calvinist.
Hij gelooft bijvoorbeeld dat Jezus niet voor alle mensen is gestorven, maar
alleen voor de uitverkorenen. Ook op deze punten wijkt hij af van de
traditioneel evangelische opvattingen. Maar uiteindelijk is
het niet van belang of iets traditioneel evangelisch of charismatisch of
calvinistisch is. Beslissend is de vraag of het Bijbels is wat hij
onderwijst. (Hand. 17:11). In dit deel van de
kritische leesgids wordt zijn onderwijs over de geestesgaven en het werk van
de Heilige Geest besproken. Wat zijn de punten van
kritiek? 1. Grudem verwerpt het
cessationisme Grudem doet in Bijbelse
Theologie een uitgebreide aanval op het cessationisme.
(pp. 548-553). Er is grote
kans dat u nog nooit van het cessationisme hebt
gehoord. Er werd in evangelische kring nauwelijks over gesproken omdat alle
evangelische christenen er vanzelfsprekend vanuit gingen. Het cessationisme
is de leer dat sommige geestesgaven alleen voor de begintijd van de gemeente
waren bedoeld. Het gaat om de gaven van genezing, profeteren, spreken in
tongen (talen), vertaling van tongen, krachten en apostel. Het cessationisme is het traditionele standpunt van de
evangelische beweging en van de reformatorische kerken. Rond het jaar 1900 is
de moderne pinkster of charismatische beweging ontstaan. Charismatische
christenen verwerpen het cessationisme. Zij geloven
dat God de gaven van genezing, profetie en spreken in tongen (talen) nog
steeds geeft en dat we ons naar die gaven uit moeten strekken. Die gaven zijn
volgens hen nodig voor een krachtig geestelijk leven, voor een krachtig
gemeenteleven en voor effectieve evangelisatie. Dit is het charismatische
standpunt. Het fundamentele verschil Wel of geen cessationisme is het fundamentele verschil tussen
niet-charismatisch en charismatisch. Aanvaarding van het standpunt dat alle
geestesgaven er nog zijn, maakt iemand tot een charismatisch christen. Het
zet hem of haar op het spoor van het zoeken naar spreken in tongen, gaven van
genezing, profeteren. Grudem gelooft dat alle geestesgaven er
nog zijn. Grudem verdedigt het charismatische standpunt. Hij
verwerpt in Bijbelse Theologie het cessationisme (pp. 548-553) en hij probeert met allerlei
argumenten het charismatische standpunt te onderbouwen. Helaas geeft hij een
zwakke en onvolledige presentatie van de argumenten waarmee cessationisten hun standpunt onderbouwen. Zo zet hij zijn
lezers op het verkeerde been. Ze denken dat ze in het boek kennis hebben gemaakt
met alle argumenten voor het cessationisme terwijl
dat niet het geval is. Dat onvolledige standpunt weerlegt hij en zijn lezers
denken dan dat het cessationisme onhoudbaar is. In de Engelstalige
wereld spreekt men over
“Setting up a strawman and then huffing and puffing
it down”. Als je werkelijk wilt
weten wat de onderbouwing van het standpunt van de cessationisten
is, kun je beter naar de cessationisten zelf
luisteren. Lees bijvoorbeeld deze studie met een grondige verdediging van het
cessationisme, geschreven door een cessationist zelf. Zie dit document: https://www.toetsalles.nl/pdf/allegavennog.ha.pdf . Het is een belangrijk onderwerp Als het cessationisme juist is, dan haalt dat het fundament onder
de gehele charismatische beweging weg. Als het charismatische standpunt juist
is, dan is de charismatische weg de Bijbelse weg. Dan mis je wat als
niet-charismatisch christen. 2. Zijn leer over feilbare profetie Het volgende punt van
kritiek is Grudems leer over feilbare profetie. Hij
leert dat er in de Bijbel twee soorten van profetie en profeten zijn. (pp.
557-566) Profeten die met gezag
en zekerheid optreden en onfeilbaar zijn. Die zeggen: ”Zo zegt de Here, dit zegt de Heilige Geest, de Geest zegt” (2 Kon.
1:4, Hand. 21:11, 1 Tim. 4:1 ). En er zijn profeten die feilbaar zijn, die
soms hun eigen gedachten met Gods gedachten vermengen. Die er soms helemaal
naast zitten. -Hoogst onwaarschijnlijk Bijna tweeduizend jaar hebben
christenen de Bijbel gelezen en onderzocht, maar niemand van hen heeft in al
die jaren dit onderscheid ontdekt en onderwezen. Tot eind vorige eeuw leraren
zoals Grudem die twee vormen van profetie
“ontdekten”. Het is in theorie
mogelijk dat al die christenen tweeduizend jaar over dit inzicht heen hebben
gelezen, maar het is hoogst onwaarschijnlijk. Grudem heeft deze nieuwigheid een grote plaats in zijn
dogmatiek gegeven. -Deze leer is een essentieel onderdeel van de
theologie van de derde pinkstergolf Om dat te begrijpen
moeten we terug gaan naar het ontstaan van de derde golf. Het begon met John
Wimber. Wimber is de vader van de derde golf. De derde pinkstergolf is rond 1980
ontstaan. In de derde golf zijn sommige klassieke pinksterstandpunten
bijgesteld. Wimber heeft in die tijd enkele onderdelen van de klassieke
pinksterleer aangepast. Maar hij hield wel vast aan de fundamentele stelling
van de charismatische beweging, namelijk de leer dat alle geestesgaven nog
voor nu zijn. Dat we die gaven moeten zoeken. En dat er een tweede ervaring
is, die bewerkt dat gaven zoals genezing,
profetie en tongen gaan werken. -Wimber zat met een probleem Volgens zijn
charismatische theologie moest de gave van profeteren er nog zijn. Er waren
inderdaad “profeten” in zijn gemeente en in de charismatische beweging als
geheel. Maar het probleem was dat ze er vaak naast zaten, er gebeurde dan
niet wat ze profeteerden. En dat kan niet volgens de Bijbel. Een ware
profeet, moet 100 procent nauwkeurig zijn (Deut. 18:21,22). Dit stelde Wimber voor
een dilemma. Volgens zijn theologie had de gave er nog moeten zijn, maar in
de praktijk was dat niet het geval. Hadden de cessationisten
dan toch gelijk? Hij zat klem. Maar op dat moment vond hij de leer over feilbare
profetie van Bijbelleraren als Wayne Grudem. Dat loste het probleem op. Met die theorie kon
hij volhouden dat God de geestesgave van profetie nog steeds geeft, maar nu
in de vorm van feilbare profetie. Ook al zaten al die charismatische profeten
er vaak naast met hun profetieën, het waren toch profeten, maar dan profeten
van de feilbare soort. Door zijn leer over
feilbare profetie heeft Grudem een essentiële
bijdrage aan de theologie van de derde golf geleverd. Die leer wordt gebruikt
om het standpunt dat alle geestesgaven er nog zijn overeind te houden en
daarmee de gehele charismatische beweging. Dit verklaart waarom Grudem in zijn dogmatiek zoveel aandacht aan profeteren
schenkt. Voor een grondige
weerlegging van Grudems theorie over feilbare
profetie, zie dit document, https://www.toetsalles.nl/pdf/grudem.feilbare.pdf Voor een Bijbelstudie
over profetie, zie dit document, https://www.toetsalles.nl/htmldoc/profeteren.ha.htm 3.
Geestesgaven kunnen volgens Grudem
verschillen in sterkte Grudem leert dat de geestesgaven in sterkte kunnen
verschillen. “4. Gaven kunnen
verschillen in sterkte” (p. 544) Volgens Grudem kunnen twee christenen dezelfde geestesgave
hebben, terwijl die gave bij de één sterker werkt als bij de ander. Ook kan bij een
christen de sterkte van de geestesgave in de tijd variëren in kracht. Hij
spreekt over een geleidelijke toename als je de gave ontwikkelt en over een
afname van de kracht van de geestesgave als je uitoefening van de gave
verwaarloost. En hij zegt dat het mogelijk is dat een geestesgave bij een
christen het ene moment sterker kan zijn en op een ander moment weer veel
minder, dan gaat het op en neer. Het ene moment heb je de gave van genezing,
daarna niet meer, vervolgens weer wel. Een citaat: “… waarmee hij [Paulus] aangeeft dat de
gave bij de ene persoon meer of minder sterk ontwikkeld kan zijn dan bij de
ander en dat de gave bij dezelfde persoon op het ene moment sterker aanwezig
kan zijn dan op het andere moment” (p. 544) 3.1. Hoe komt dat volgens hem? Hoe komt het dat bij
twee christen die dezelfde geestesgave hebben ontvangen er verschil in
sterkte van de geestesgave kan zijn? Welke verklaring geeft hij daarvoor? + De Geest geeft de ene christen een krachtigere
geestesgave dan de andere Ze krijgen wel allebei
dezelfde geestesgave, maar de één krijgt een krachtigere versie dan de ander. Ik
citeer: “Deze variatie in sterkte van
geestelijke gaven hangt af van een combinatie van goddelijke en menselijke
invloed. De goddelijke invloed is de werking van de Heilige Geest “die aan ieder afzonderlijk uitdeelt
zoals Hij wil. ” 1 Kor. 12:11 (p.
545) De variatie in sterkte
is volgens hem gedeeltelijk het gevolg van het soevereine besluit van God om
christenen dezelfde geestesgave in verschillende sterkte te geven. Grudem legt 1 Kor. 12:11 verkeerd uit. Het klopt dat
de Geest aan iedere christen “uitdeelt zoals Hij wil”. Maar als je kijkt naar
de context van 1 Kor. 12:11 dan zie je het daar niet gaat over de sterkte van
de gave, het gaat over de keuze welke gave je krijgt. Daar slaat het “die aan een ieder afzonderlijk uitdeelt
zoals Hij wil” op. Hoe probeert Grudem nog meer zijn stelling over ‘variatie in kracht
van geestesgaven’ vanuit de Bijbel te onderbouwen? Romeinen 12:7 Hij wijst er op dat
Paulus in Romeinen 12:7 zegt dat we, als we de gave van profetie hebben, we
deze gave moeten gebruiken ‘naar de mate van het geloof’. Daar trekt hij de
conclusie uit dat de gave van profetie bij de ene persoon meer ontwikkeld en
daardoor sterker kan zijn dan bij de ander. (p. 544) En wat hij concludeert over de gave van
profetie, trekt hij door naar alle andere geestesgaven. Volgens hem is dat
bij andere geestesgaven ook het geval. Maar hij leest meer in de tekst dan er
staat. Laten we de tekst in zijn verband lezen. “En nu hebben wij genadegaven, onderscheiden
naar de genade die ons is gegeven: hetzij profetie, naar de mate van het geloof;
hetzij dienstbetoon, in het dienen; hetzij wie onderwijst, in het
onderwijzen; hetzij wie bemoedigt, in het bemoedigen; wie uitdeelt, in
oprechtheid; wie leiding geeft, met inzet; wie zich over anderen ontfermt,
met blijmoedigheid.” (Romeinen
12:6,7) Het gaat in deze verzen
over genadegaven. De volgende gaven worden genoemd: profetie, dienstbetoon,
onderwijzen, bemoedigen, uitdelen, leiding geven, ontfermen. En bij ieder van
deze genadegaven wordt instructie gegeven die bij het uitoefenen van die gave
speciaal van belang is. Bij profetie is dat geloof. Bij de genadegave van
leiding geven is inzet (ijver) van groot belang, bij ontfermen is het weer
blijmoedigheid. De uitdrukking “naar de
mate van het geloof” bij het profeteren, heeft niets met de kracht van de
gave van profetie te maken. Er is geloof nodig om een profetie uit te
spreken. Het is ook nog al wat om net als Agabus deed
op te staan en te zeggen; “Dit zegt de Heilge Geest
….” (Hand. 21:11). We lezen over Agabus dat hij een
keer een profetie uitsprak, waarna de gehele gemeente in actie kwam en een
collecte organiseerde. (Hand. 11:28-30). Het is mij een raadsel
hoe je, zoals Grudem doet, uit Romeinen 12:6,7 kunt
halen dat gaven in kracht kunnen variëren. 1 Timotheus 4:14 en 2
Tim. 1:6 (p. 544) Paulus zegt in 1 Tim.
4:14 tegen Timotheus dat hij de geestesgave die in
hem is niet moet verwaarlozen. ‘Veronachtzaam
de gave die in u is niet.” Veronachtzamen is verwaarlozen, het is er
niets mee doen. Dit vers zegt niets over de sterkte van de geestesgave. Of je
een geestesgave al of niet gebruikt, zegt niets over de sterkte van je gave. In 2 Tim. 1:16 spoort
Paulus Timotheus aan om de gave die in hem is aan
te wakkeren. Dit is opnieuw een aansporing om de gave te blijven gebruiken. 1 Korinthe 14:18 Paulus zei dat hij meer
in tongen sprak dan anderen (1 Kor. 14:18). Grudem
denkt dat dit wijst op variatie in kracht. Maar of je een door God gegeven
vermogen meer of minder gebruikt zegt niets over de kracht van de gave. Het
zegt iets over de persoon en wellicht ook over de leiding van Gods Geest. Handelingen 18:24 Het gaat over Apollos. Van Apollos werd
gezegd dat hij “kundig” was in de Schriften (HSV), “doorkneed in de
Schriften” (NBG51), “machtig zijnde in de Schriften” (SV). Het laatste is de
meest letterlijke vertaling. Wat wil
dit zeggen? Apollos was vertrouwd met de inhoud van de Schriften,
hij kende de schriften, hij was doorkneed in de Schriften. Vandaar dat hij in
staat was, toen hij tot geloof was gekomen, om vanuit de Schriften te
bewijzen dat Jezus de Messias is. Er staat ook dat hij welsprekend was. De
kennis van de Schriften die hij al had en zijn welsprekendheid werden in
gebruik genomen door de Heer. Het zegt weinig over de geestesgave van Apollos. Waarschijnlijk had hij wel de geestesgave van
onderwijzen gekregen bij zijn bekering, maar hij was al vertrouwd met de
inhoud van de Schriften. Dit kun je niet, zoals Grudem doet, aanvoeren als bewijs voor variatie in de
gaven. Voorlopige conclusie Grudems theorie over variatie in de kracht van de
geestesgaven kan niet uit de Bijbel bewezen worden. Het is daarom niet
verwonderlijk dat ik in de grote verzameling handboeken over de leer (dogmatieken) die ik in de loop van vele jaren heb
verzameld zijn theorie over verschil in sterkte van de geestesgave niet terug
heb gevonden. Logisch, want de theorie heeft geen basis in de Bijbel. 3.2. Hoe
moeten we variatie in kracht voorstellen Maar stel dat Grudem gelijk heeft, dat de Bijbel wel leert dat er
variatie in sterkte is. Hoe moeten we die
variatie in sterkte dan voorstellen? Neem de geestesgave van profetie Hoe kan die in sterkte
variëren? Betekent het dit? Als
je de geestesgave in sterke mate hebt, dan maak je bij het profeteren weinig
vergissingen, als je de geestesgave in mindere sterkte hebt, dan maak je meer
vergissingen. Dit veronderstelt dat
er zoiets is als feilbare profetie, maar dat is een onbijbelse
theorie. Zoals hierboven, in
punt 2 is besproken, bestaat er niet zoiets als feilbare profetie. De Bijbel
kent geen ware profeten die er een slag naar slaan, in de hoop dat ze raak
profeteren. De Bijbel kent geen profeten die naarmate ze meer oefenen, steeds
vaker juist profeteren. “De HEERE zei tegen mij: Die profeten profeteren
vals in Mijn Naam. Ik heb hen niet gezonden, Ik heb hun geen opdracht gegeven
en Ik heb niet tot hen gesproken. Zij profeteren u een leugenvisioen,
waarzeggerij, holle praat en bedrog van hun eigen hart.” (Jer. 14:14) Zo zegt de HEERE van de
legermachten: “Luister niet naar de woorden van die profeten
die tot u profeteren. Zij geven u ijdele hoop. Zij spreken een visioen uit hun eigen hart,
niet uit de mond van de HEERE.” (Jer. 23:16) Een ware profeet
profeteert altijd juist (Deut. 18:21,22). Daarom kwam de hele gemeente in
actie na de profetie van Agabus over een komende
hongersnood (Hand. 11:28-30). Ze wisten dat Agabus
een ware profeet was en dat altijd uitkwam wat hij voorzegde. Daarom gingen
ze daar deze keer ook weer van uit. Of neem de
geestesgave van spreken in tongen. Hoe kan die variëren in
sterkte? Je hebt dit vermogen of je hebt het niet. Op de pinksterdag spraken
de discipelen in tongen, dat gebeurde van het ene moment op het andere. Er
was geen oefening of ontwikkeling nodig. Kun je half in tongen spreken? Of neem de geestesgave van genezing Wat houdt het in dat je
deze geestesgave in sterke of minder sterke mate hebt? Wat moeten we ons
daarbij voorstellen? Als je de geestesgave van genezing in geringe mate hebt,
betekent dit dan dat er veel minder mensen genezen. Maar er moeten dan toch
nog wel geregeld mensen genezen, anders kun je helemaal niet spreken over een
gave van genezing. Of misschien is de
sterkte van de gave ook te zien door de soort ziekten die genezen worden.
Zijn er slechts genezingen van lichte ziekten en handicaps? Wel kniepijn, een
gewricht dat op slot zit, hoofdpijn, astmatische klachten, het verlengen van
een arm of been, maar niet aangeboren blindheid of doofheid, een dwarslaesie,
MS, ALS, diabetes type 1, kanker, downsyndroom, longemfyseem, enzovoort. Hoe
sterker je geestesgave dan is, des te ernstiger zijn dan de kwalen die je
kunt genezen. Als de kracht van je geestesgave toeneemt dan promoveer je van
het verlengen van benen naar het genezen van blindgeboren mensen. Is de genezing volledig
of is er alleen een verbetering. Is dit ook een maatstaf voor de sterkte van
de gave van genezing? Komen de kwalen weer terug of blijven ze weg. Genezen
de kwalen slechts gedeeltelijk of volledig? De huidige
charismatische genezers blijken de gave van genezing slechts in zeer geringe
mate te hebben. Er geneest bijna niemand van ernstige ziekten of handicaps.
Waar zijn bijvoorbeeld de blindgeboren of dove mensen die weer kunnen zien en
horen? Hoeveel mensen met downsyndroom zijn genezen? Geregeld komen bij
charismatische genezers kwalen terug en de “genezing” is soms slechts een
verbetering. Zie de uitkomst van het onderzoek dat het vroegere EO programma
Netwerk deed naar genezingen van Jan Zijlstra. Klik hier: www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/zijlstra-leonie.htm Zie dit artikel “Het
geringe resultaat van de hedendaagse genezingsbedieningen”. Dit is de link: https://www.toetsalles.nl/htmldoc/gering.resultaat.htm Zie ook de documenten onder
aan deze pagina, onder het kopje “Verhalen die nooit verteld worden”, https://www.toetsalles.nl/genezing.index.htm 3.3. Opnieuw een essentiële leerstelling voor de
derde pinkstergolf Het is een feit dat er
bij de charismatische genezers bijna niemand geneest van ernstige ziekten en
handicaps. Ik verwijs voor het bewijs van die stelling, opnieuw naar dit
artikel: https://www.toetsalles.nl/htmldoc/gering.resultaat.htm . In het artikel staan onder meer citaten van
charismatische leiders die dit zelf hebben toegegeven. Het bijna volledig
ontbreken van genezingen van ernstige ziekten en handicaps is natuurlijk een
groot probleem voor de charismatische gelovigen die menen dat God nog steeds
alle geestesgaven geeft. Want als je nagaat wat er werkelijk bij de
charismatische genezers gebeurt, dan bevestigt dit het cessationisme,
het bevestigt dat God de geestesgave van genezing na de grondvesting van de
gemeente niet meer geeft. Maar ook nu weer redt Grudem
met één van zijn theorieën de meubelen van de charismatische beweging. Grudem redt de charismatische beweging met zijn
theorie over ‘variatie in de sterkte van geestesgaven’. Zo kunnen ze de leer
dat alle geestesgaven er nog zijn toch overeind houden. Met beroep op zijn
theorie kunnen charismatische christenen volhouden dat de geestesgave van
genezing er nog wel is, maar niet meer zo krachtig. Zo kunnen ze verklaren
dat er bijna niemand geneest van ernstige handicaps of ziekten, terwijl ze
toch vasthouden aan het charismatische standpunt dat alle geestesgaven er nog
zijn. De gave is er volgens hen wel, maar hij moet nog “ontwikkeld” worden en
in kracht toenemen. Dan heb je de volgende
situatie. Profeten die er een slag naar slaan, genezers die voor
kankerpatiënten, blindgeborenen en andere ernstige ziekten en handicaps
blijven bidden, terwijl er slechts bij grote uitzondering iemand van zulke
ernstige aandoeningen geneest. En dan toch volhouden dat God alle
geestesgaven nog geeft. Want ‘geestesgaven kunnen variëren in kracht’. Als
het om de gave van genezing gaat, heeft Grudem nog
een extra theorie om het geringe aantal genezingen te verklaren. Daar komen
we op terug in punt 7. 3.4. Nog meer argumenten voor zijn stelling dat
geestesgaven in kracht variëren We hebben hierboven de
Bijbelteksten besproken die hij gebruikt om zijn theorie over ‘variatie in
sterkte van de geestesgaven’ te onderbouwen. Grudem
geeft daarnaast nog enkele theorieën, redeneringen, die we hieronder zullen
bespreken. + Hij vervaagt de grens tussen natuurlijke en
geestelijke gaven Grudem wijst op een aantal geestesgaven die een
parallel hebben in het natuurlijke leven. Bijvoorbeeld de geestesgave van onderwijzen
en de geestesgave van leiding geven. In het natuurlijke leven is het zo dat
je een bepaalde aangeboren natuurlijke aanleg hebt. Een aanleg die je dan
verder kunt ontwikkelen. Dit brengt hij over op de geestesgaven. Hij doet net
alsof het bij geestesgaven ook zo is. Dat je die kunt ontwikkelen. Zo
verklaart hij de door hem veronderstelde variatie in sterkte van
geestesgaven. Maar deze redenering
klopt niet. Bij de geestesgave van
onderwijzen gaat het om het bovennatuurlijk ontvangen vermogen om de Schrift
te begrijpen en om wat je geleerd hebt daarna door te geven op zo’n manier
dat de gelovigen het echt geestelijk “pakken”. De geestesgave van onderwijzen
is het vermogen om ‘wat Gods Geest je uit de Bijbel heeft geleerd’ over te
dragen. Bij christenen die deze geestesgave hebben, is dit vermogen er
volledig vanaf het allereerste begin, vanaf hun bekering. Ze hebben in de
tijd na hun bekering nog niet veel kennis van de Bijbel, maar het beetje wat
ze uit de Bijbel met hun hart al hebben begrepen, kunnen ze direct al zo
overbrengen dat het andere gelovigen raakt en opbouwt. Een natuurlijke gave om
te onderwijzen is heel wat anders dan de geestesgave van onderwijzen. Ik heb
christenen meegemaakt die onderwijzer waren van beroep op een basisschool of
middelbare school, zij konden uitstekend dingen uitleggen, maar toch hadden
ze de geestesgave van onderwijs niet. De geestesgave van
onderwijs is meer dan bekwaamheid om dingen uit te leggen en te onderwijzen.
Het gaat er om dat je zelf de Bijbel begrijpt en dat je het vermogen hebt om
datgene wat de Geest je uit de Bijbel heeft geleerd door te geven. Doorgeven
op zo’n manier dat de christenen er door worden geraakt en opgebouwd. Jezus onderwees na zijn
opstanding de Emmausgangers uit de Schrift, Hij gaf
een Bijbelstudie (Lucas 24:27). Maar dat was niet genoeg, Jezus opende ook
hun verstand zodat ze de Schriften begrepen (Luc. 24:45). Dat gebeurt ook als
iemand werkelijk de geestesgave van onderwijzen heeft, dan open de Geest het
verstand van de toehoorders. Als dat gebeurt dan ‘brand’ het in hun hart.
(Lucas 24:32). Met de geestesgave van
leiding geven is het niet anders. Grudem vervaagt de grens tussen natuurlijke en
geestelijke gaven. Met de geestesgaven is het volgens hem allemaal niet zo ‘bovennatuurlijk’.
Ik citeer: “Wat we met dit alles willen zeggen is,
dat geestelijke gaven niet zo mysterieus en ‘bovennatuurlijk’ zijn als
sommige mensen ons wel eens willen doen geloven” (p. 546) + Vervaagt de grens tussen het al of niet hebben
van een bepaalde geestesgave Er zijn christenen die
een bepaalde geestesgave hebben, bijvoorbeeld onderwijzen, evangeliseren,
gave van genezing, profeteren. Maar, volgens Grudem,
hebben alle andere christenen een algemene gave die hen ook in staat stelt om
deze dingen te doen. Zijn redenering “Maar
hoewel niet allen de gave van onderwijs hebben, geven we toch allemaal op een
bepaalde manier onderwijs.” (p. 545) Elke christen komt in
situaties waarin God van hem of haar vraagt om te onderwijzen, bijvoorbeeld aan
de eigen kinderen. Daaruit concludeert Grudem dat
God elke christen in bepaalde mate de gave van onderwijzen heeft gegeven.
Want hij veronderstelt dat je alleen geestelijke dingen kunt onderwijzen als
je de gave van onderwijzen hebt. God draagt iedere christen op om te
onderwijzen, dus, zo redeneert hij, moet elke christen in bepaalde mate die
gave hebben. Dit bewijst volgens Grudem dat God deze gave ‘in mindere sterkte’ aan iedere
christen geeft door de aanwezigheid en de werking van Gods Geest in zijn
leven. De christen die de bijzondere gave krijgt, heeft dan de gave in sterke
mate, de andere christenen hebben een algemene gaven, maar minder sterk. “We kunnen dus aan de ene kant zeggen dat niet
iedereen de gave van onderwijs heeft, en we kunnen aan de andere kant wel
zeggen dat er een soort algemene gave bestaat die alle christenen
bezitten die toch te maken heeft met onderwijs. Een andere manier om dit uit
te drukken is te zeggen dat niet alle gelovigen deze geestelijke gave
bezitten, terwijl ze toch allemaal de algemene gave hebben. Dat geldt voor meerdere gaven. Niet alle
christenen hebben de gave van evangeliseren, maar wel alle christenen hebben
het vermogen het evangelie te delen met hun buren. Niet alle christenen
bezitten de gave van genezing, maar wel elke christen kan tot God bidden om
genezing voor zieke vrienden of familieleden. “ (p. 545,546. De onderstrepingen zijn van
mij.) Door dit onderscheid te
maken tussen de geestesgave en “een soort algemene gave” kan Grudem volhouden dat geestesgaven kunnen variëren in
kracht. Als hij met die gave
bedoelt dat elke christen kan rekenen op de bijstand van Gods Geest als hij
onder leiding van Gods Geest bezig is, dan klopt het. Daarom kun je als
christen dingen doen, waar je geen speciale geestesgave voor hebt. De redenering van Grudem klopt niet, want om aan iemand het evangelie door
te geven, heb je de geestesgave van evangelisatie niet nodig, ook niet in
algemene zin. En voor onderwijzen heb je ook de geestesgave van onderwijzen
niet nodig. Als God je in situaties brengt waar je moet onderwijzen of waar
je het evangelie kunt doorgeven, dan zal Gods Geest je daarbij helpen. Als je
geen geestesgave hebt op dat gebied zal het moeizamer gaan, maar God zal je
paar broodjes vermenigvuldigen, God kan en wil je zwakke pogingen zegenen,
als je in geloof doet wat je kunt, als je geeft wat je hebt. + Vervaagt de grens tussen ontvangen van
profetie en innerlijke leiding van Gods Geest Een citaat uit Bijbelse
Theologie: “Dus ook al zouden wij niet
zeggen dat diegene de gave van profetie heeft, hij of zij bezit wel het
algemene vermogen de bijzondere sturing of leiding van God te ontvangen. Dit
vermogen is soortgelijk aan profetie, maar veel zwakker.” (p. 546) Grudem heeft het over leiding die we allemaal wel eens
als christen ontvangen, bijvoorbeeld een aandrang om iemand te schrijven, om
iets door te geven. Hij stelt dit gelijk aan profetie, hij zegt
“soortgelijk”. Hier komen we Grudems leer over
feilbare profetie weer tegen, daar is hierboven in punt 2 over gesproken. Hij breidt ‘wat
profetie is’ uit tot het krijgen van innerlijke leiding en daaruit
concludeert hij dat er ook nu nog steeds geprofeteerd wordt. Daaruit
concludeert hij dat alle christenen de ‘algemene’ gave van profetie hebben. Maar innerlijke leiding
die we allemaal als christen wel eens ervaren, is geen profetie. Het is
innerlijke leiding. Het is geleid worden door de Geest. (Zie de deze twee
Bijbelstudies over leiding. (1) “Hoe God leidt?”: https://www.honderdbijbelstudies.nl/praktijk-christenleven/11-hoe-god-ons-leidt-de-drie-richtingwijzers/ En (2) “bijzondere leiding”: https://www.honderdbijbelstudies.nl/praktijk-christenleven/12-bijzondere-leiding/ ) Innerlijke leiding is
feilbaar, profetie is onfeilbaar. Bij innerlijke leiding kun je, je
vergissen. Daarom kun je als christen door oefening groeien in het herkennen
van innerlijke leiding. Door innerlijke leiding op te vatten als een vorm van
profetie kan Grudem volhouden dat je kunt groeien
in zuiverheid en kracht bij het profeteren. + Hij vervaagt de grens tussen een
gebedsverhoring en de geestesgave van genezing Bidden voor een zieke
medegelovige heeft niets met de gave van genezing te maken. Daar heb je zelfs
geen ‘algemene gave van genezing’ voor nodig. Je mag altijd je wensen bekend
maken bij God (Filip. 4:6). Bij iemand die de gave
van genezing heeft, genezen de zieken. Een christen die de gave van genezing
heeft, doet niet allerlei pogingen, waarvan dan een deel succes heeft. Dat
zien we niet bij Jezus en de apostelen. Als de apostelen, onder leiding van
Gods Geest, de gave van genezing uitoefenden dan volgde er altijd genezing.
We lezen niet over mislukkingen. Als je als christen een
keer bidt voor een zieke christen en God geneest onmiddellijk, dan is dat een
gebedsverhoring, meer niet. Het is niet een geestesgave die je op dat moment
zou hebben. Het is pas een geestesgave als dit altijd gebeurd. Grudem en andere charismatische Bijbelleraren verlagen
de standaard van de Bijbel. Ze vinden al dat iemand de gave van genezing
heeft als er regelmatig iemand van de zieken voor wie hij bidt geneest. Er
geneest dan een bepaald percentage. Maar zoals hierboven in punt 3.3 is
aangetoond zijn zelfs zulke genezers er niet. 4. Grudem verdedigt
vallen in de Geest Grudem verdedigt in zijn systematische theologie het
zogenaamde “vallen in de Geest”. In het Engels “slain in the Spirit”. (“Systematic Theology”, second
edition, pp. 780,781.) (1) Daar wordt niets over
gezegd in Bijbelse Theologie. Slim
om dat weg te laten, zo wordt voorkomen dat slapende honden wakker worden
gemaakt. -Wat is vallen in de Geest Bij deze ervaring
vallen christenen in een halfbewuste staat in onmacht achterover op de grond.
Dat gebeurt meestal als iemand die een speciale “zalving” van Gods Geest
heeft naar hen wijst, voor hen bidt, hen aanraakt, de handen oplegt, etc. Ze
blijven enkele minuten of soms uren in die toestand. Deze ervaring zou een
geestelijke zegen bewerken. Een zuiverend of genezend werk van Gods Geest. -Grudem verdedigt deze
ervaring In hoofdstuk 30 van
zijn Systematic Theology
schrijft hij over het werk van de Geest. Hij begint dat hoofdstuk met “The Holy Spirit purifies”, de
Heilige Geest zuivert. Hij schrijft: “Some people today say a purifying (or
healing) work occurs when they are “Slain in het
Spirit”. Er zijn vandaag mensen
die zeggen dat vallen in de Geest zuivert of geneest. (Systematic
Theology, second edition, p. 780) (2) En vervolgens geeft hij
de standaardverdediging die in de derde golf wordt gegeven voor het vallen in
de Geest. Hij zegt dat er
voorbeelden in de Schrift zijn van mensen die op de grond vielen in de
aanwezigheid van God. Dat maakt het “vallen in de Geest” zoals dat in
charismatische kring gebeurt, volgens hem, tot een Bijbelse ervaring, een
ervaring die in de Schrift voorkomt. Wat Grudem
er niet bij zegt, is dat er een groot verschil is tussen het vallen in
de Geest zoals dat in de derde golf gebeurt en het vallen van mensen in de
Bijbel. Zie deze studie over het vallen in de Bijbel, zie speciaal punt D3
waar het verschil wordt besproken. https://www.internetbijbelschool.nl/transfer/baslhgd.htm. Hier is een video met voorbeelden
van het vallen in de Geest zoals dat in charismatische kring voorkomt. Met
een waarschuwing. https://www.youtube.com/watch?v=Ou599axLR8I https://www.youtube.com/watch?v=asWLYeIczAw Het vallen in de Geest
komt meestal niet geïsoleerd voor. Er zijn nog meer “manifestaties van de
Geest”, zoals ze worden genoemd. Manifestaties die vaak tegelijkertijd
voorkomen. Stuiptrekkingen, onbedaarlijk lachen (holy
laughter), lallen en je gedragen als een dronken
persoon (drunk in the spirit). En bij de Toronto Blessing, een onderdeel
van de derde golf, ook gedragen als dieren, dierengeluiden maken. Rondkruipen
en blaffen als honden, loeien als koeien, brullen als een leeuw. Overigens, al dit soort
ervaringen kwam vanaf het begin voor in de pinkster/charismatische beweging,
maar ze werden zeer prominent in de derde golf. Zie deze video met
beelden van de manifestaties. https://www.youtube.com/watch?v=QSgYn9_Azgo Deze verschijnselen,
waaronder het vallen in de Geest, komen niet in de Bijbel voor, maar wel bij
Hindoe priesters. Maar Grudem beweert dat vallen in de Geest voorkomt in de
Bijbel. 5. Hij
pleit voor het uitstellen van oordeel Grudem zegt dat we ‘vallen in de Geest’ en andere
‘manifestaties van de Geest’ pas moeten beoordelen als op langere termijn
duidelijk wordt wat de resultaten van die ervaringen zijn, als we kunnen
waarnemen wat de blijvende gevolgen ervan zijn in het geestelijk leven en het
gemeente leven. Ik citeer: “Contemporary
experiences should be evaluated according to what lasting results (fruit)
they bear in people’s lives.” (Systematic Theology, second edition, pp.
780,781) (3)
Met deze opmerking
besluit hij zijn verdediging van het vallen in de Geest. We moeten, volgens
hem, eerst langere tijd ( jaren?) wachten voordat we de ervaringen kunnen
beoordelen. Voor we kunnen zeggen of die ervaringen al of niet uit God zijn. En
intussen laten we de derde golf overal binnen dringen. Grudem schermt niet af tegen de derde golf en tegen de
Toronto blessing.
Integendeel, hij verdedigt ze. Met zijn theologie maakt hij er ruimte voor. Grudem is de bekendste apologeet van de derde golf. Dat
is niet vreemd want hij is enkele jaren lid geweest van twee Vineyard gemeenten (van 1989 to 1994) (4)
In één van de
twee gemeenten was hij ouderling (5) . De Vineyard
gemeenten zijn het hart van de derde golf, daar is de derde golf begonnen. De
Toronto Blessing is weer
begonnen in de Toronto Vineyard
gemeente. 6. God maakt zijn aanwezigheid kenbaar door
tekenen en manifestaties Grudem leert dat één van de primaire doelen van de Heilige Geest
het ‘kenbaar maken van Gods aanwezigheid’ in samenkomsten is. Hij stelt dat de
Heilige Geest is gekomen om de aanwezigheid van God zichtbaar en tastbaar
te maken. Dat onderwijst hij in hoofdstuk 30 van zijn Systematic Theology.
Het hoofdstuk gaat over het werk van de Heilige Geest. Een van de dingen die
de Geest, volgens Grudem, doet, is bewijzen dat God ergens aanwezig is. “He gives evidence of Gods presence”
(Systematic Theology, second edition, p. 783) (6) Hij geeft bewijs voor Gods aanwezigheid. Nog enkele citaten: -He gives
gifts to manifest his present (1 Kor. 12:7-11). (p. 783) -From
time to time, He works miraculous signs and wonders that strongly attest to the
presence of God in the preaching of the gospel (Hebr. 2:4, 1 Kor. 2:4, Rom. 15:9) ( p. 783) -It seems
more accurate therefore to say that although the Holy Spirit does glorify
Jesus, He also frequently calls attention to his work and gives recognisable
evidences that make his presence known. Indeed , it seems that one op His primary purposes in the new covenant is to give
indications that make the presence of God known … this encourages peoples faith … (Systematic
Theology, second edition, pp. 783,784) (7)
In de eerste edition stond: “… it seems that one op His primary purposes in the new covenant is to
manifest the presence of God, to give indications that make the presence
of God known …” (Systematich Theology, first edition, p. 641) Waarom heeft hij “to
manifest the presence of God” er in de tweede
editie uit gehaald? Is het omdat de terminologie “manifesteren” te veel
verbonden is met de Toronto Blessing.
Opnieuw een belangrijk onderdeel van de
theologie van de derde pinkster golf Centraal in de
theologie van de derde golf is de overtuiging dat de Geest Gods in
samenkomsten Gods aanwezigheid kenbaar maakt. Dat doet Hij, volgens de
theorie, door de werking van geestesgaven. Speciaal door de gave van genezing
en profetie (woorden van kennis), door wonderen en tekenen. En door de al
eerder genoemde “manifestaties” van de Heilige Geest, zoals vallen in de
Geest. Als deze dingen gebeuren, dan toont dat aan dat Gods Geest aanwezig
is. Als ze er niet zijn, dan is de kracht van de Geest er niet in volheid.
Dan is “the presence of the Lord” er niet in
volheid. Ook voor deze lering
van de derde golf legt Grudem het theoretische
fundament in zijn dogmatiek. Wat Grudem hier over
leert, is de theologische basis voor de stelling van de derde golf dat we het
koninkrijk van God niet alleen moeten verkondigen maar ook demonstreren.
Wimber sprak over krachtevangelisatie (power evangelism).
Genezingen, woorden van kennis, vallen in de Geest en andere manifestaties. Ook in Bijbelse Theologie
komt deze leer terug, als Grudem het heeft over het
doel van de geestesgaven (p. 541). Hij zegt dat de geestesgaven een voorsmaak
van de toekomende eeuw zijn. Een citaat: “Geestelijke
gaven zijn niet alleen bedoeld om de kerk toe te rusten …. Ze geven ook een
voorsmaak van de komende eeuw.” De Bijbel zegt
duidelijk en rechtstreeks dat het doel van de gaven het opbouwen van de
gelovigen en de gemeente is. Grudem smokkelt daar
een tweede doel bij: “to give indication of the presence of
God” en om “een voorsmaak te geven
van de toekomende eeuw”. Maar in de Bijbel wordt niet duidelijke en
rechtstreeks gezegd dat dit het doel is van de geestesgaven. (8)
Het is opnieuw een nieuwigheid dat door de derde pinkstergolf in de Bijbel is
“ontdekt” en door Grudem wordt onderwezen. 7. Zijn onderwijs over genezing is onvolledig en
gedeeltelijk onjuist 7.1 Grudem leert ‘genezing in de verzoening’ Pagina 567. Grudem legt de bekende Bijbelteksten waar
charismatische christenen zich op beroepen op de gebruikelijk charismatische
wijze uit. Het gaat om de teksten “Onze
ziekten heeft Hij op zich genomen” (Jes. 53:4 en Matth. 8:16,17 ) en “door Zijn striemen is er voor ons
genezing gekomen” (Jes. 53:5 en 1 Petrus
2:24.). Volgens Grudem zeggen deze teksten dat
Jezus aan het kruis niet alleen voor de zonden maar ook voor de ziekten is
gestorven. Hij bevestigt de
charismatische leer dat Jezus aan het kruis de zonden en de ziekten heeft
gedragen. De uitleg van de twee Bijbelteksten is onjuist Jezus heeft de ziekten
van zijn volk (Israel) op zich genomen in de drie jaar dat hij rondtrok,
niet op het kruis. Het vers uit Jesaja is vervuld voor
de kruisdood van Jezus, niet tijdens Zijn dood aan het kruis. Dat staat
letterlijk zo in Mattheus 8:16,17. “Toen het nu avond geworden was, brachten ze
velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten
uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, opdat
vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja
toen hij zei: “Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten
gedragen.” (Matth. 8:16,17) De genezingen die Jezus
deed, voordat hij werd gekruisigd, waren de vervulling van de profetie uit Jesaja. Ook de betekenis van de
tekst “door Zijn striemen is er voor
ons genezing gekomen” wordt in het Nieuwe Testament uitgelegd. Petrus geeft aan hoe we de tekst moeten verstaan. In 1 Petrus 2:24 staat de tekst in een gedeelte dat gaat over
de heiliging, een gedeelte dat gaat over het afleggen van de zonden. Petrus gebruikt daar het beeld van genezing voor ‘het
afleggen van de zonden’. Hetzelfde beeld wordt ook in het Oude Testament gebruikt voor de heiliging. Zie
bijvoorbeeld Jeremia 3:22. Daar zegt God: “Keer
terug, afkerige kinderen, Ik zal u van uw afdwalingen genezen.” God
die geneest van afdwalingen. Voor een uitgebreide
bespreking van deze en andere teksten, zie dit document: www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/zg-3.htm 7.2. Hij geeft de zieken hoop op genezing + Hij erkent dat God niet elke zieke zal genezen Daar gebruikt hij de
speciale koninkrijkstheologie van de derde golf voor. Het koninkrijk staat,
volgens de derde golf, voor de heelheid van de schepping. Waar het koninkrijk
van God zich openbaart, daar is heelheid, daar is genezing. Het koninkrijk is
er nu al, maar het is er nog niet volledig, het is nog maar aan het
doorbreken. Soms ervaar je het koninkrijk al, je wordt genezen, soms ervaar
je het niet, je wordt niet genezen. Grudem schrijft: “We mogen mensen vertellen dat God mensen
geneest … en dat het zeker mogelijk is dat ze genezing ontvangen, maar ook
dat we nu nog in een tijd leven waarin het koninkrijk er wel is, maar nog
niet volledig. Christenen zullen in hun leven daarom veel genezing
ervaren (en veel antwoorden op gebed), maar ze zullen ook nog ziekte en dood
ervaren.” (p. 571) + Toch geeft hij zieken hoop op genezing “De grote vraag wat betreft de gave van genezing is echter of God ons
nu al af en toe een voorsmaak of voorschot geeft van de lichamelijke
genezing, die in de toekomst volledig gegeven zal worden. Op die vraag
kunnen we bevestigend antwoord geven” (p. 567) “Uit de Schrift kunnen we opmaken dat genezing
Gods geopenbaarde wil is” (p. 570) “Christenen zullen in hun leven daarom veel genezing ervaren” (p. 571) De kans op genezing is
volgens hem groot. Hij gaat er vanuit dat elke christen tijdens zijn leven
veel genezing zal ervaren. God zal ons nu al, af en toe, een voorsmaak of voorschot
geven op de toekomstige volledige genezing. Je kunt zelfs zeggen dat het Gods
geopenbaarde wil is om te genezen. Genezing is God algemene wil. 7.3. Waar baseert hij de hoop op genezing op + Op inzicht in het karakter van God de Vader,
Jezus genas iedereen “Ook mogen we weten dat Jezus iedereen genas die
naar hem toe werd gebracht. Hij stuurde niemand weg met de boodschap dat het
beter was dat ze nog een tijdje ziek zouden zijn. Jezus wil ons namelijk het
karakter van de Vader laten zien” (p. 570) Het karakter van de
Vader is niet veranderd. + Op Gods bereidheid om een voorsmaak te geven “Ten eerste zijn immers de genezingswonderen van
Jezus een goed bewijs van Gods bereidheid om ons een gedeeltelijke voorsmaak
van onze toekomstige, perfecte gezondheid te geven..” (p. 568) Hij spreekt over Gods
bereidheid om een gedeeltelijke voorsmaak te geven van onze toekomstige
perfecte gezondheid. Dat concludeert hij uit de genezingswonderen die Jezus
deed. Hij zegt dat Gods bereidheid om dit te doen zeker is. Voor die stelling
is, in zijn eigen woorden, “goed bewijs”. Maar de wonderen van
Jezus zijn geen bewijs dat God bereid is om ons nu al een voorsmaak te geven
van het verheerlijkte lichaam. Dat staat nergens in de Bijbel. De wonderen
van Jezus bewijzen dat Jezus werkelijk de door God beloofde Messias is. Dat
was het doel van de wonderen. Die wonderen hebben hun doel bereikt. Het
verslag over die wonderen is genoeg om geloof te wekken. “Jezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn
discipelen nog wel veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in
dit boek, maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus
is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben
in Zijn Naam.” (Johannes
20:30,31) + Omdat we leven onder het nieuwe verbond We leven onder het
nieuwe verbond daarom kunnen we genezingen verwachten Dit is nog een reden
waarom we, volgens Grudem, hoop op genezing mogen
hebben. Hij stelt dat de
genezingsbedieningen van de apostelen en anderen onderdeel waren van de
bediening van het nieuwe verbond. Als christenen leven wij onder het nieuwe
verbond, dus dus kunnen wij verwachten dat er nog
steeds genezingsbedieningen zijn. En als er genezingsbedieningen zijn, dan
zijn er ook genezingen. “Ook de genezingsbedieningen van de apostelen en
anderen in de vroege kerk zijn een aanwijzing van het feit dat zij onderdeel
waren van de bediening van het nieuwe verbond. In die zin is er geen verschil
tussen de gave van genezing en andere gaven die Hij ons onder het nieuwe
verbond toekent en die een gedeeltelijke voorsmaak zijn van de zegeningen die
wij zullen ontvangen wanneer Jezus terugkomt. Die zegeningen zijn ons wel
toegekend, maar ze zijn ‘nog niet’ volledig de onze.” (p. 568) Maar nergens wordt in
de Bijbel gezegd dat de genezingsbediening van de apostelen onderdeel was van
de bediening van het nieuwe verbond. God heeft in de begintijd de boodschap
van de apostelen bevestigd met wonderen en tekenen. Zij verrichtten de
tekenen van een apostel (2 Kor. 12:12). Wij hebben de verslagen van die
wonderen in de Bijbel. Dat is genoeg. Het fundament van de gemeente is door
de apostelen gelegd. + Omdat Jezus ons heeft leren bidden: verlos ons
van de boze Jezus heeft ons geleerd
om te bidden “Verlos ons van de boze”. “Het is zeker juist om God om genezing te
vragen, want Jezus zegt ons te bidden: ‘Verlos ons van de boze’ “ (Math. 6:13) (p.
570) Hij veronderstelt hier
dat met ‘de boze’ ook ziekte wordt bedoeld. Is hij van mening dat alle ziekte
door de boze (door de satan en demonen) wordt veroorzaakt? Dit veronderstel
je als je bij ziekte bidt: “Verlos mij van de boze”. Verlossing van de boze
is iets anders dan verlossing van ziekte. 7.4. Hij geeft valse hoop Grudem beweert dat het Gods geopenbaarde wil is om te
genezen. En hij beweert dat “wij als
christenen tijdens ons leven veel genezing zullen ervaren”. Hij gaat
verder dan de Bijbel. Dit is zeer kwalijk. Hij geeft zieke christenen valse
hoop. Hij brengt in feite
dezelfde boodschap als Jan Zijlstra deed. Zijlstra beweerde dat het Gods
bedoeling was om iedereen te genezen, maar er zijn soms onverklaarbare
uitzonderingen. Dat komt in de buurt van Grudems
opmerking “dat het Gods geopenbaarde wil is om te genezen” maar dat toch niet
iedere zieke geneest. Zijlstra was iets
optimistischer over genezing, hij had het over onverklaarbare uitzonderingen.
Grudem geeft de indruk dat we mogen verwachten dat
velen bij verschillende gelegenheden zullen genezen. 7.5. Wat
is het nu?. Wat denk je van deze
twee citaten uit Bijbelse Theologie: Citaat 1 “Ook mogen we weten dat Jezus iedereen genas die
naar hem toe werd gebracht. Hij stuurde niemand weg met de boodschap dat
het beter was dat ze nog een tijdje ziek zouden zijn. Jezus wil ons namelijk
het karakter van de Vader laten zien” (p. 570) Het zou tegen het
karakter van God zijn om mensen weg te sturen met de boodschap dat het beter
was dat ze nog een tijdje ziek zouden zijn. Maar een paar bladzijden later
beweert hij dat God dat soms wel doet. Citaat 2 “Wanneer
God er voor kiest om niet te genezen … moeten we …. beseffen dat God ziekte
kan gebruiken om ons dichter naar zich toe te trekken en onze gehoorzaamheid
aan Hem te laten toenemen” (p. 571) “God kan onze heiliging dus bevorderen door
ziekte en lijden …” (p. 572) Wat is het nu? Dit is typerend voor de
dialectiek van Grudem. Hij draait en draait en
spreekt zichzelf tegen, zegt ‘ja’ en ‘nee’ tegelijk. 8. Hij beweert dat er tegenwoordig nog
christenen met de gave van genezing zijn Grudem gelooft dat alle geestesgaven er nog zijn. Hij
leert dat er ook nu nog christenen zijn met de Bijbelse geestesgave van
genezing. Hij erkent dat er geen genezers zijn waar alle zieken genezen. Hij
verklaart dat door te stellen dat de gave van genezing tegenwoordig niet meer
zo krachtig werkt als toen. En door zijn leer over het koninkrijk van God dat
er “nu is” en dat er “nog niet is”. (pp. 568, 571) + Een veel te rooskleurig beeld Hij geeft een veel te
rooskleurig beeld van de charismatische genezingsbedieningen. Grudem misleidt zijn lezers door hen de indruk te
geven dat er bij pinkstergenezers veel mensen genezen. In zijn Systematic Theology
gebruikt hij John Wimber als voorbeeld van een pinkstergenezer waar velen
genezen werden. Hij zegt dat er
verslagen van genezingsdiensten van Wimber zijn, waar christenen de
genezingen hadden geteld. Zij beweerden dat 30 procent van de zieken bij
Wimber geheel of gedeeltelijk genas! (Systematic Theology, second edtion, p. 1288, speciaal voetnoot 60.) (9)
Als dat werkelijk zo
was, dan is Wimbers gave van genezing heel snel in effectiviteit achteruit
gegaan, want toen hij samenkomsten hield in Nederland waren er geen berichten
van genezingen. Wellicht op hoofdpijn of kniepijn na. Tegenover deze bewering
en rapportage staat het overvloedige bewijs dat er in charismatische kring
bijna niemand geneest en al helemaal niet van ernstige ziekten of handicaps.
Waar zijn bijvoorbeeld de genezen blindgeborenen. En dan niet één, maar
velen. Ieder die langere tijd in charismatische kring verkeert, weet dat er
nauwelijks zieken genezen, zoals we dat bij Jezus en de apostelen lezen. Bij
Jezus en de apostelen genazen de zieken onmiddellijk en volledig en ze
genazen van alle soorten ziekten en handicaps, ook de ernstigste. Door het
percentage van 30 procent te noemen, ondersteunt Grudem
het bedrog van de charismatische genezers. Ik verwijs naar drie
bekende pinksterleiders die eerlijk toegaven dat er zo goed als niemand
geneest. Zie dit document: “Het geringe resultaat van de hedendaagse
genezers” https://www.toetsalles.nl/htmldoc/gering.resultaat.htm Grudem geeft, zij het op een subtiele manier, een veel
te rooskleurig beeld van het aantal genezingen. Ook hier bevestig hij weer
het charismatische verhaal. 9. De
definitie van wat genezing is uitbreiden Grudem probeert de stelling dat God tegenwoordig
geneest ook overeind te houden door de definitie van ‘wat genezing is’ uit te
breiden. “Wat betreft gaven van genezing is het goed te
beseffen dat het niet alleen gaat om lichamelijke genezing, maar ook om
emotionele genezing. Tevens kan bij tijd en wijle de gave omvatten mensen te
bevrijden van demonische aanvallen, want de Schrift omschrijft dit soms als
‘genezing’ (Zie luk 6:18; Hand. 10:38). Wanneer Paulus in meervoud spreekt
over ‘genadegaven van genezing’ verwijst hij wellicht naar de gaven om voor
verschillende situaties en verschillende noden effectief te bidden.” (571) Zo kunnen aanhangers
van de derde golf toch volhouden dat de gave van genezing er nog is. Er
geneest slechts bij grote uitzondering iemand van ernstige ziekten en
handicaps. Dat bevestigt het cessationisme. Maar
opnieuw heeft de derde golf een uitvlucht gevonden om het charismatische
standpunt overeind te houden. Ze hebben de definitie van wat ziekte is
uitgebreid. Genezing van emotionele wonden, bevrijding van gebondenheid en
bezetenheid is volgens hen ook genezing. Dat gebeurt wel bij hen, dus is de
gave van genezing er nog wel. Probleem opgelost. De Bijbel onderscheid
bijna altijd bevrijding en genezing. Ik ben vijftig jaar
actief in de evangelische beweging. We hebben voor vele zieken gebeden, maar
ik heb nog nooit een spectaculaire onmiddellijke genezing van een
ernstige aandoening meegemaakt. Ik weet van drie van mijn geestelijke
vrienden dat zij elk een keer een spectaculaire en onmiddellijke genezing
hebben meegemaakt. Maar het waren in hun bediening uitzonderingen. Dit in sterk
contrast met gebed voor gebonden mensen. In al die jaren ben ik nooit een
geval van gebondenheid en bezetenheid tegengekomen waarbij die persoon niet
bevrijd werd. Ik ken iemand die in de
ban raakte van de theologie van de derde golf. Hij volgde eerst een cursus
profeteren, daarna ook een cursus genezen. Hem werd gevraag hoeveel mensen
hij al had genezen, of hoeveel mensen er tijdens de cursus waren genezen. En
hoe het zat het met de docenten van cursus, hoeveel mensen met ernstige
ziekten en handicaps hadden zij genezen. De broeder voelde
nattigheid, want hij schakelde direct over op de uitvlucht die hem tijdens de
cursus genezen was aangeleerd. Hij zei: “Het gaat niet alleen om fysieke
genezing, ook om emotionele genezing en om bevrijding van gebondenheid.” En
die dingen hadden cursisten wel eens meegemaakt. Ook al waren er geen
fysieke genezingen van ernstige ziekten en handicaps, zijn geloof in het
voortduren van de geestesgaven was ongeschokt. Dit is een illustratie
van de ‘fuik’ waar mensen door de derde golf in terechtkomen. Een fuik is een
val voor vissen. De vissen zwemmen er in en kunnen de uitgang niet meer
vinden. Christenen zwemmen de fuik van de derde golf binnen en zitten er aan
vast. De uitweg is moeilijk te vinden. Grudem bouwt door zijn onderwijs mee aan de fuik. Er
zijn geen profeten die met gezag en onfeilbaar een boodschap van God
doorgeven, er zijn geen genezers bij wie regelmatig ernstige zieken en
gehandicapten genezen, maar toch vol blijven houden dat alle geestesgaven er
nog zijn. Het is een strik van de
duivel (2 Tim. 2:26). 10. Conclusies 10.1. Bijbelse
Theologie is een charismatische dogmatiek In Bijbelse Theologie verkondigt en verdedigt Grudem
de fundamentele leerstelling van de pinkster en charismatische beweging. De
stelling dat alle geestesgaven er nog zijn en behoren te functioneren. Hij
doet dit uitgebreid, hij geeft er veel ruimte aan. Hij vindt dit blijkbaar
een belangrijk onderwerp. 10.2. Het boek is een theologische verdediging
van de derde pinkster golf Hierboven zijn een
aantal van de leerstellingen van de derde golf voorbij gekomen. Leringen die Grudem allemaal onderwijst. + Verwerping van het cessationisme + De idee van feilbare
profetie + Er is variatie in de
sterkte van de gaven + De speciale koninkrijkstheologie,
het koninkrijk is er en het is er nog niet We kunnen nu al een voorsmaak verwachten. + De Geest is gekomen
om de aanwezigheid van God te openbaren Door wonderen, tekenen en manifestaties + Vallen in de Geest is
Bijbels + Hetzelfde geldt voor
andere manifestaties + We moeten het oordeel
over vallen in de Geest en andere manifestatie uitstellen Het intussen laten begaan. + Genezing is in de
verzoening + We zullen als
christen in dit leven al veel genezing ervaren + Geeft een veel te
rooskleurig inschatting van resultaat genezingsbedieningen + De gave van genezing
gaat om meer dan fysieke genezing 9.3. Hij ontwapent de christenen, zet de deur
open voor occulte ervaringen Door te pleiten voor
het uitstellen van het beoordelen van de fenomenen van de derde golf schakelt
hij de directe toetsing aan de Bijbel uit en zet hij de deur open voor deze
invasie van misleidende geesten (1 Tim. 4:1). Die geesten zijn de werkelijke
kracht achter de manifestaties zoals vallen in de geest, dronkenschap in de
Geest, heilig schateren (holy laughter). 9.4. Het
effect van het boek Het boek zal vele
evangelische christenen op het charismatische spoor zetten. Tegelijk met het
vele goede in het boek zullen veel lezers ook de charismatische theologie
overnemen. Dat zal zeker gebeuren als er geen bekwaam weerwoord wordt
gegeven. Hieronder een
illustratie van hoe Grudems leer over feilbare
profetie wordt gebruikt om evangelische en reformatorische christenen de
charismatische wereld van de derde golf binnen te trekken. De ingangspoort is
profeteren. Dat is het lokaas dat gebruikt wordt. Profeteren in de feilbare
vorm. Het bestaat uit boodschappen van God ontvangen voor een ander, leren om
je daar voor open te stellen. Boodschappen in de vorm van beelden, indrukken,
innerlijke stemmen (woorden), visioenen, Bijbelteksten. Vanuit derde golf
organisaties als New Wine en het Evangelische
Werkverband worden cursussen profeteren aangeboden. In die cursussen wordt de
christenen de feilbare vorm van profeteren aangeleerd. En tegelijkertijd
wordt aan de cursisten ook de volledige charismatische theologie onderwezen.
Via het lokaas van profetie worden zo vele christenen en gemeenten
‘omgeturnd’ van evangelisch in
charismatisch. Een bekend voorbeeld
van zo’n cursus is de cursus “Luisterend bidden” van New Wine.
De cursus wordt onder meer aangeboden door het Evangelisch College. Voor een
bespreking van deze cursus, klik hier: https://www.toetsalles.nl/htmldoc/luisterend.bidden.ha.htm De cursus is volledig
gebaseerd op de charismatische theologie van Bijbelleraren als Grudem.
---------------------------------------- Wordt vervolgd met deel II van de kritische
leesgids bij Bijbelse Theologie,
over Grudems calvinistische leringen. Grudem verdedigt in Bijbelse Theologie en in Systematic Theology het vijfpunts
calvinisme van de Dordtse Leerregels. Ook hierin
wijkt hij af van de traditionele evangelische theologie. Dit wordt beproken in deel II van de kritische leesgids bij Grudems Bijbelse
Theologie. --------------------------------------- De eindnoten (1) Pagina 640 in de eerste uitgave (edition). De
nummering van de bladzijden in de ‘second edition’ verschilt van die van de “first
edition”. 2. Pagina 640 in de eerste uitgave. De nummering van de bladzijden in de ‘second edition’ verschilt van
die van de “first edition”. 3. Pagina 640 in de eerste uitgave. De nummering van de bladzijden in de ‘second edition’ verschilt van
die van de “first edition”. 4. Interview met Grudem: https://www.patheos.com/blogs/adrianwarnock/2006/12/interview-wayne-grudem-part-one/ 5. John Wimber: His
Life and Ministry, Connie Dawson, p. 132. Citaat: “Grudem was also a member of a Vineyard church and an
elder in the Vineyard Christian Fellowhip of
Mundelein, Illinois. “ 6. Pagina 641 in de eerste uitgave. De nummering van de bladzijden in de ‘second edition’ verschilt van
die van de “first edition”. 7. Pagina 641 in de eerste uitgave. De nummering van de bladzijden in de ‘second edition’ verschilt van
die van de “first edition”. 8. In Hebreeën 6:4,5 wordt gezegd dat wij nu al de krachten van de
toekomende eeuw kunnen smaken, we kunnen iets van het werk van de Geest in
ons en door ons heen ervaren, dat is veel ruimer dat uitoefenen van de
geestesgaven. Het wordt daar niet direct verbonden met de geestesgaven. En er
wordt niet gezegd dat dit het doel of één van de doelen van de geestesgaven
is. 9. De pagina nummering in de eerste editie en de tweede editie van Grudems Systematic Theology verschilt van elkaar. Dit is de pagina in de
eerste editie: p. 1045, zie speciaal voetnoot 53. |