(Deze studie is ook in pdf te lezen en te downloaden

https://toetsalles.nl/pdf/allegavennog.ha.pdf )

 

Zijn alle geestesgaven nog voor nu?

 

1.     Drie standpunten

 

Er zijn drie standpunten over de geestesgaven:

 

Het traditioneel evangelische en reformatorische standpunt (1)

Sommige gaven waren alleen bedoeld voor de begintijd van de gemeente. Het gaat om de volgende zes gaven: apostel, profetie, genezing, krachten, spreken in tongen en vertolking van tongen (Romeinen 12:6-8; 1 Korinthe 12:8-12). De eerste twee gaven worden wel de openbaringsgaven genoemd. De laatste vier worden wel de tekengaven genoemd. (2)

Dit standpunt wordt in de theologie het cessationisme genoemd.

 

Het charismatische standpunt

Volgens charismatische christenen geeft God nog steeds alle geestesgaven, ook de tekengaven. De tekengaven en profetie zijn noodzakelijk voor een krachtig gemeenteleven en effectieve evangelisatie. We moeten ons uitstrekken naar deze gaven en er ruimte aan geven in het gemeenteleven. (3)

 

Het derde standpunt
Volgens dit standpunt zijn er sterke aanwijzingen in de Bijbel dat de tekengaven alleen voor de begintijd van de gemeente waren. De kerkgeschiedenis lijkt dit te bevestigen. We kunnen echter niet op voorhand uitsluiten dat God deze gaven nooit meer zal geven. God bepaalt zelf of één of meerdere van deze gaven in een bepaalde situatie nodig zijn. Als er christenen zijn die zeggen dat ze één van deze gaven hebben, dan moet dat getoetst worden. We moeten niet alles zomaar aanvaarden. Gaven zoals tongen, genezing en profetie kunnen uit God zijn, maar ook uit demonische bron of uit onszelf.

Dit standpunt ligt dicht tegen het traditionele evangelische en reformatorische standpunt aan. Aanhangers van dit standpunt gebruiken vaak dezelfde argumenten als de aanhangers van het traditionele standpunt, ze zijn alleen minder stellig. (4)

2. Het traditioneel evangelische en reformatorische standpunt.

 

De tekengaven waren alleen bedoeld voor de begintijd van de gemeente. Deze leer wordt in de theologie het cessationisme genoemd. Dit standpunt is gebaseerd op de Bijbel, op de kerkgeschiedenis en op de huidige situatie in de christelijke wereld.

 

2.1.  De Bijbelse basis

 

De Bijbel geeft aan dat de openbarings- en tekengaven een tijdelijk doel hadden.

Ze zijn tegenwoordig niet meer noodzakelijk voor het functioneren van de gemeente. We zullen beginnen met een bespreking van de gaven van apostel en profeet, daarna bespreken we de tekengaven.

 

2.1.1. De geestesgaven van apostel en profeet

 

Deze twee gaven hadden een tijdelijk doel. Ze waren alleen in de begintijd van de gemeente nodig, daarna zijn ze verdwenen.

 

Via de apostelen en profeten openbaarde God nieuwe waarheden aan de gemeente

 

In Efeze 2:19-22 zegt Paulus over de gemeente:

“Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een heilige tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest.”

 

Paulus vergelijkt het ontstaan en de groei van de gemeente in dit Bijbelvers met een bouwproject.
De bediening van de apostelen en profeten vergelijkt hij met de legging van het fundament en de groei van de gemeente vergelijkt hij met het optrekken van de rest van het gebouw op dat fundament.

 

De nieuwtestamentische profeten legden samen met de apostelen het fundament van de gemeente. Dit deden ze door hun profetische activiteit. Via hen openbaarde God belangrijke waarheden aan de gelovigen. Zoals de waarheid van het evangelie. In Galaten 1:11,12 zegt Paulus: “Maar ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie dat door mij verkondigd is, niet naar de mens is. Want ik heb dat ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.”

En de openbaring over de gemeente, dat de heidenen opgenomen zouden worden in het lichaam van Christus. In Efeze 3:3-6 lezen we: “dat Hij mij [Paulus] door openbaring dit geheimenis bekendgemaakt heeft...dat in ander tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, zoals het nu geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest, namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie”

Allemaal zeer fundamentele leerstellingen die voor de groei van de gemeente heel belangrijk waren. Zonder deze openbaring aan de apostelen en profeten zou de gemeente niet goed hebben kunnen functioneren. (5)

 

Je kunt deze activiteit van de apostelen en profeten vergelijken met het optreden van Mozes in het Oude Testament. Zoals de apostelen en profeten door hun onderwijs en openbaringen het fundament legden voor de gemeente, zo legde Mozes door zijn optreden het fundament voor het volk Israël. Zonder de profetische activiteit van Mozes had het volk Israël niet begrepen wie zij waren, wat God van hen vroeg en wat hun taak was in de wereld.

 

Deze profetische activiteit van Mozes hoefde niet voortdurend herhaald te worden. De wetgeving op de Sinaï hoefde maar één keer plaats te vinden. Om deze openbaring te bewaren voor de volgende generaties liet God hem opschrijven.

Het fundament dat Mozes gelegd had door zijn openbaringen, hoefde sindsdien niet ieder keer weer opnieuw gelegd te worden. God hoefde bijvoorbeeld niet steeds weer opnieuw een Mozes te sturen om het volk de tien geboden te openbaren.

Hetzelfde geldt voor de openbaringen en het onderwijs van de apostelen en profeten. Deze hoefden maar één maal gegeven te worden. Om ze voor volgende generaties te bewaren, liet God ze opschrijven in de geschriften van het Nieuwe Testament. Daarna hoefden zij niet elke keer weer opnieuw aan de gemeente geopenbaard te worden. Na de voltooiing van het Nieuwe Testament waren de apostelen en profeten dus niet meer nodig.

 

We mogen niets aan Gods Woord toevoegen 

 

In het boek Openbaring verbiedt God ons nadrukkelijk om iets toe te voegen of af te doen aan de Bijbel: “Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn.” (Openbaring 22:18,19)

 

De apostelen en nieuwtestamentische profeten hebben onder Gods leiding toegevoegd aan de Bijbel. Dat was van essentieel belang. Maar nadat het laatste boek van de Bijbel voltooid was, was dit niet meer nodig. Vanaf dat moment geldt de waarschuwing van Openbaring 22:18,19. Wie in onze tijd iets door profetie aan de Bijbel toevoegt, haalt een oordeel over zichzelf. In de zesenzestig boeken van de Bijbel hebben wij als gemeente alles wat we nodig hebben voor ons geestelijk leven, meer is niet nodig (2 Timotheus 3:16,17). Profeten uit charismatische kring overtreden regelmatig dit verbod. (6)

 

Wat hier tegen in wordt gebracht

 

Charismatische theologen zoals Wayne Grudem en Sam Storms zullen het tot op zekere hoogte met deze argumenten eens zijn.

Wat de gave van apostel betreft, zullen ze zich volledig in de bovenstaande argumenten kunnen vinden. Wat de gave van profetie betreft, zullen ze zich niet volledig in de argumentatie van het cessationisme kunnen vinden. Ze zullen er op wijzen dat de gave van profetie niet uitsluitend bedoeld was voor de openbaring van nieuwe leerstellingen.

De gave van profetie had daarnaast ook het doel om mensen op te bouwen, te vermanen en te bemoedigen (1 Korinthe 14:3). Ook vandaag de dag zou dat in hun ogen nog nodig zijn. 

 

Maar ook dit doel van de nieuwtestamentische profetie was tijdelijk. Deze vorm van profetie was op dat moment nodig omdat het Nieuwe Testament nog niet af was. Door de nieuwtestamentische profeten ving God het ontbreken van het Nieuwe Testament op. God kon in die tijd de gelovigen nog niet wijzen op de geschriften van het Nieuwe Testament. Toch hadden de gemeenten daar net zo veel behoefte aan als wij tegenwoordig. Om dit op te vangen zette God in die tijd profeten in, in de plaatselijke gemeenten. Nadat het Nieuwe Testament voltooid was, verdween de noodzaak om mensen met rechtstreekse woorden van de Heer te bemoedigen, te vertroosten en op te bouwen. Daarom heeft God deze gave van af dat moment niet meer aan de gemeente gegeven.

 

In plaats van elkaar op te bouwen, te vermanen en te vertroosten met directe woorden van de Heer (profetie), bouwen we elkaar tegenwoordig op met de woorden van het Nieuwe Testament. De Bijbel leert, geeft kennis, geeft leiding, geeft inzicht, spoort aan, wekt geloof, vermaant, vertroost, overtuigt, ontdekt, versterkt, bouwt op, enzovoort (2 Timotheüs 3:16,17).

 

De gave van talen

 

Met de gave van profetie is ook de gave van talen verdwenen. Talen (tongen) zijn een speciale vorm van profetie. (7) Profetie die uitgesproken wordt in een vreemde taal, die de persoon in kwestie nooit heeft geleerd. Wat voor profetie geldt, geldt dus ook voor de gave van talen, het is verdwenen toen het Nieuwe Testament compleet was.

 

2.1.2. De tekengaven

 

Ook de tekengaven hadden een tijdelijk doel

 

Het doel van de tekengaven was de bevestiging van het gezag van de apostelen. Om ervoor te zorgen dat de mensen de boodschap van de apostelen serieus namen, bevestigde God hun bediening door tekenen en wonderen.

 

“hoe zullen wij dan ontvluchten, als wij zo’n grote zaligheid veronachtzamen, die in het begin door de Heere is verkondigd, en die aan ons is bevestigd door hen die Hem gehoord hebben. God heeft er bovendien mede getuigenis aan gegeven door tekenen en wonderen en allerlei krachten, en gaven van de Heilige Geest, overeenkomstig Zijn wil.” (Hebreeën 2:3,4)

 

Met de “hen die Hem gehoord hebben” worden de apostelen bedoeld. De apostelen waren drie jaar lang met Jezus opgetrokken en door Hem onderwezen (1 Johannes 1:1-3). Na Jezus dood en opstanding getuigden zij vrijmoedig van Jezus woorden en daden. God bevestigde dit getuigenis van de apostelen door grote tekenen en wonderen. Op het moment dat de schrijver van de Hebreeën brief deze woorden opschrijft was dit blijkbaar al verleden tijd. (8)

 

Deze tekenen en wonderen werden niet zomaar door iedereen verricht. Ze waren heel in het bijzonder verbonden aan de apostelen. In 2 Korinthe 12:12 wordt over deze tekenen en wonderen gesproken als “de tekenen van een apostel”. In het Nieuwe Testament zijn het in de eerste plaats de apostelen die deze tekenen en wonderen verrichten (Handelingen 2:43; 5:12).

 

Hetzelfde deed God bij Mozes in het Oude Testament. Zoals God in het Nieuwe Testament door grote tekenen en wonderen het gezag van de apostelen bevestigde, bevestigde God in het Oude Testament door grote tekenen en wonderen het gezag van Mozes. Zo zorgde God ervoor dat de Israëlieten tot in lengte van dagen de woorden, die Hij door Mozes tot hen sprak, serieus zouden nemen.

De plagen van Egypte en de openbaring van Gods heerlijkheid op de Sinaï dienden ter bevestiging van het gezag van Mozes (Exodus 19:9; Deuteronomium 34:10-12). God maakte het volk Israël door deze wonderbaarlijke gebeurtenissen duidelijk dat Mozes namens Hem sprak en dat zij zijn woorden dienden te gehoorzamen. Ook na die tijd lezen we nog over Gods wonderbaarlijk handelen onder het volk Israël. Maar de tekenen en wonderen die God door Mozes deed waren toch uniek, zij zijn na die tijd niet meer op diezelfde spectaculaire wijze herhaald in de geschiedenis van Israël. “En er is in Israël geen profeet meer opgestaan zoals Mozes, die de HEERE kende van aangezicht tot aangezicht, met al de tekenen en wonderen waarmee de HEERE hem gezonden had om die in het land Egypte te doen bij de farao, bij al zijn dienaren en bij heel zijn land; en met heel de sterke hand en met alle grote ontzagwekkende daden, die Mozes voor de ogen van heel Israël verrichte.” (Deuteronomium 34:10-12)

 

Door de plagen in Egypte en de verschijning op de Sinaï had God zijn doel bereikt, de bevestiging van de boodschap van Mozes. Daarna hoefde God dit niet iedere keer opnieuw te doen. En we zien dan ook dat God dat sinds die tijd nooit meer herhaald heeft.

Dit geldt ook voor de tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten. Door deze tekenen en wonderen bevestigde God hun boodschap. Daarna hoefde God dit niet iedere keer weer opnieuw te doen. De tekengaven zijn sinds die tijd verdwenen. (9)

 

2.2.  Het verdwijnen van deze gaven wordt bevestigd door de kerkgeschiedenis

 

Sinds de tijd van de apostelen zijn de tekengaven niet meer voorgekomen. Er zijn in de kerkgeschiedenis geen voorbeelden te vinden van mensen die de gave van genezing of van profetie hadden.

 

Door de eeuwen heen is dit regelmatig door christenen opgemerkt.

 

Een aantal voorbeelden: (10)

 

Johannes Chrysostomus (347-407 N. Chr.)

 

In een preek over de geestesgaven van 1 Korinthe 12-14 zegt Chrysostomus het volgende:

“Dit Schriftgedeelte is lastig te begrijpen. Dat komt omdat wij de feiten waar deze hoofdstukken naar verwijzen niet kennen en omdat zij verdwenen zijn. Zij kwamen toen voor, maar komen nu niet langer meer voor. ”

 

Augustinus (354-430 N. Chr.)

“Het [de gave van tongen] was een teken geschikt voor die tijd. Het was bedoeld om de komst van de Heilige Geest op mensen van alle talen aan te kondigen, om te demonstreren dat het evangelie verkondigd zou worden aan elke tong op aarde. Dit gebeurde om iets aan te kondigen, en is toen verdwenen.”

 

Johannes Calvijn (1509-1564)

“...de gave van genezing, net als de andere wonderen, die naar de wil van God voor een tijd werden gegeven, zijn verdwenen...”

 

Matthew Henry (1662-1714)

 

“Deze en andere gaven van profetie, die een teken waren, zijn reeds lang verdwenen en terzijde gelegd en we worden niet aangemoedigd om een herleving ervan te verwachten. Integendeel, we worden gewezen op de Schriften als het vastere woord van de profetie. Vaster dan stemmen uit de hemel, en op hen worden wij gewezen om er acht op te slaan en het te onderzoeken en er aan vast te houden.”

 

-Jonathan Edwards (1703-1758)

 

“Wat de buitengewone gaven betreft, zij werden gegeven om de kerk te funderen en te vestigen in de wereld. Maar vanaf het moment dat de canon van de Schrift compleet was, en de Christelijke kerk gefundeerd en gevestigd, zijn deze buitengewone gaven verdwenen”

 

George Whitefield (1714-1770)

“...de charismata, de wonderbaarlijke gaven die uitgedeeld werden aan de vroege kerk...zijn reeds lang verdwenen”

 

We zouden nog veel meer citaten kunnen geven, maar deze citaten geven een goede indruk. Het overweldigende getuigenis van de kerk is dat gaven als profetie, genezing en spreken in tongen, na de tijd van de apostelen zijn verdwenen.

Geen van deze Bijbelleraren zag in hun tijd deze gaven nog functioneren.

Vaak ronduit tegengesproken

 

Vanuit charismatische kring wordt dit getuigenis vanuit de kerkgeschiedenis vaak tegengesproken. Een voorbeeld is John Wimber. Hij wijst in zijn boek “Een koninkrijk van kracht” op een aantal personen uit de kerkgeschiedenis waarvan vermeld wordt dat zij enkele mensen hebben genezen. (11) Maar dat is niet de gave van genezing. Overal waar wordt gebeden, genezen af en toe mensen. Als de gave van genezing functioneert, worden er voortdurend mensen op wonderbaarlijke wijze genezen van allerlei ziekten.  (12)

Bovendien bestaat een groot deel van Wimbers lijst uit katholieken en andere sektariërs. We kunnen de vermeende wonderen die zij verrichtten niet zien als wonderen van God. God zal nooit een vals evangelie of dwaalleer bevestigen door tekenen en wonderen. 

 

Een andere verklaring

 

Charismatische christenen zeggen vaak dat het verdwijnen van de tekengaven het gevolg was van de achteruitgang in het geestelijk leven van de kerk.

 

Maar dat is moeilijk vol te houden als je de kerkgeschiedenis kent. Na de tijd van de apostelen is de kerk immers sterk gegroeid, zonder dat deze gaven nog functioneerden. Er zijn in de kerkgeschiedenis grote bewegingen geweest van Gods Geest, zoals de Reformatie en de grote opwekkingsbewegingen uit de achttiende en negentiende eeuw. Tijdens de opwekkingsbewegingen van de achttiende en negentiende eeuw kwamen, vooral in de Engelstalige wereld, vele mensen tot geloof. De tekengaven werden echter in die tijd niet waargenomen.  (13) Nog een illustratie van de grote geestelijke kracht is de zendingsbeweging die in de negentiende eeuw begon. Vele honderden, duizenden, zendelingen brachten overal ter wereld het evangelie. Denk bijvoorbeeld aan de zendelingen die de kerk hebben geplant in het binnenland van China. Hoe zij te werk gingen en wat zij meemaakten, wordt bijvoorbeeld beschreven in de bekende biografieën over Hudson Taylor. Dit werd allemaal gedaan zonder dat de gave van genezing, van profetie of van tongen onder hen voorkwam.

 

Charismatische christenen beweren vaak dat deze gaven verdwenen omdat de kerk er geen aandacht aan schonk of er zelfs negatief tegenover stond. Als deze verklaring klopt, dan zouden deze gaven tegenwoordig weer moeten functioneren in charismatische kring. In de pinkster- en charismatische beweging is al meer dan honderd jaar veel aandacht voor deze gaven. Desondanks functioneren deze gaven niet in hun midden. Zie het volgende punt, punt 2.3.

 

2.3.  De huidige situatie bevestigd dat God deze gaven niet meer geeft

 

De Bijbel geeft aan dat de tekengaven een tijdelijk doel hadden. Uit de kerkgeschiedenis blijkt dat deze gaven na de tijd van de apostelen zijn verdwenen. Ook vandaag de dag komen deze gaven niet meer voor, al beweren christenen uit charismatische kring van wel. Bij nader onderzoek blijkt dit niet te kloppen.

 

Van twee van de tekengaven is eenvoudig vast te stellen of ze er nog zijn. Als iemand de gave van genezing heeft, dan zal hij regelmatig door God gebruikt worden om zieken te genezen. Hij zal nooit tevergeefs iemand de handen opleggen voor genezing.  Als iemand de gave van profetie heeft, dan zullen zijn woorden honderd procent betrouwbaar zijn. Hij zal nooit zijn eigen gedachten verwarren met de woorden van God. Alles wat hij aankondigt zal gebeuren.

 

De gave van talen is lastiger te controleren. Maar ook bij deze gave kunnen we nagaan of zij overeenkomt met de manier waarop de Bijbel deze gave beschrijft.

 

2.3.1.  De gave van genezing

 

Iedere christen die langere tijd in het hart van de pinksterbeweging verkeert, weet dat

er zo goed als niemand geneest. Ook niet bij de pinkstergenezers, van wie wordt verondersteld dat ze de gave van genezing hebben. Meestal zwijgt iedereen daar over, maar soms geven vooraanstaande leiders uit de charismatische beweging dit zelf toe. Wij zullen drie van hen citeren.

 

Ben Hoekendijk, pionier van stichting Opwekking

 

Hoekendijk is jaren lang één van de meest vooraanstaande leiders van de Nederlandse pinkster- en charismatische beweging geweest. Hij was vele jaren de leider van Stichting Opwekking. Stichting opwekking geeft de “Opwekkingsbundel” uit en organiseert jaarlijks rond Pinksteren de “opwekkingsconferentie”.

 

In zijn boek: “Op zoek naar balans” verteld Hoekendijk dat hij door de jaren heen met duizenden zieke mensen heeft gebeden, maar dat er slechts heel af en toe een opmerkelijke genezing plaatsvond.

Op bladzijde 41 lezen we: “Er was een tijd, zo’n twintig jaar terug, dat wij onze tent opzetten in een stad en het spandoek met ‘Jezus redt en geneest’ er boven hingen...Net als zij [William Branham,

Tommy Hicks, Oral Roberts en T.L. Osborn] liet ik de zieken voor het podium langs komen en legde ik ze de handen op...Honderden, ja duizenden hebben we zo de handen opgelegd en gebeden voor genezing. Er gebeurden enkele opmerkelijke genezingen...”

 

Hoekendijk geeft hier toe dat er eigenlijk vrijwel niemand genas tijdens zijn evangelisatiecampagnes. Desondanks heeft hij jarenlang rondgetrokken met de boodschap dat Jezus geneest. Hij hing zelfs een spandoek op zijn evangelisatietent met de tekst: “Jezus redt en geneest”.

 

Robert Menzies

 

Robert Menzies is opgegroeid binnen de pinksterbeweging.

Hij is zendeling en heeft, evenals zijn vader, les gegeven aan verschillende pinksterbijbelscholen. Zij

kennen de pinksterbeweging van binnenuit. Hij heeft in samenwerking met zijn vader het

boek, "Geest en kracht, de theologie van de pinksterbeweging", geschreven. De Nederlandse

uitgave is verschenen in 2005. Dit is niet zomaar een boek. Het boek is mede uitgeven door

de VPE (Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten in Nederland). Het logo van de

VPE staat in het boek en er staat een aanbeveling op de achterzijde van Peter Sleebos, de

toenmalige voorzitter van de VPE. Hij noemt de schrijver "één van de

betere pinkstertheologen".

 

In dit boek erkent Menzies dat er in pinksterkringen slechts incidenteel iemand geneest. Op bladzijde 177 merkt hij het volgende op: “We mogen in geloof bidden om genezing maar ontvangen dat geschenk niet altijd. In tegenstelling tot de geestelijke dimensie van de verlossing, ervaren we maar sporadisch en niet automatisch lichamelijke genezing.”  Vervolgens stelt hij de volgende vraag: "Hoe kan de genezing die God schenkt nu geworteld zijn in de verzoening als dat zo onzeker is en we het zo beperkt en incidenteel ervaren?" (p. 177). Hij erkent hier onomwonden dat genezing onzeker is in pinksterkringen. Niet zomaar onzeker, hij zegt: "zo onzeker".

Hij erkent verder dat genezing in pinksterkringen slechts "beperkt en incidenteel" wordt

ervaren. Let vooral op het woord incidenteel. Als iets slechts incidenteel voorkomt, dan

komt het slechts heel af en toe voor.

 

Martin Koornstra

 

Martin Koornstra erkent ook dat er weinig mensen genezen. Het verbijsterende is dat hij dit in zijn voorwoord voor het boek: “Jezus aanraken, hoe iedereen kan genezen door Jezus aan te raken” van Tom de Wal doet. Ik citeer: “ … een boek over goddelijke genezing is spannend omdat er op dit moment in Nederland slechts kleine percentages genezing ontvangen door gebed. De praktijk staat (nog) ver af van de bediening van Jezus” (blz. 9)

Koornstra erkent dat er slechts kleine percentages genezing ontvangen. En zelfs dat is nog overdreven. Wat Menzies en Hoekendijk hebben gezegd, komt meer overeen met de

werkelijkheid. Ben Hoekendijk sprak over “enkele opmerkelijke genezingen” en Menzies over “beperkt”, “incidenteel” en “sporadisch”.

 

Als er al genezingen zijn, wat voor genezingen zijn het dan? (14)

 

Als je naar getuigenissen luistert van mensen die in pinksterkring zijn genezen, dan blijkt dat het meestal niet om zeer ernstige ziekten of handicaps gaat. Het gaat vaak om klachten als lage rugpijn, hoofdpijn, kniepijn, lichte reumatische klachten, gewrichten die op slot zitten en dergelijke. Het is opvallend dat zeer ernstige en ongeneeslijke ziekten nauwelijks of eigenlijk helemaal niet reageren op de pogingen tot genezing.

Wat ook opvalt, is dat het bij de genezingen vaak gaat over ziekten met een hoog psychogeen karakter. Zie dit artikel, het is geschreven door A.A. Teeuw, een christen arts: www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/teeuw.htm.

 

Uit nader onderzoek blijkt bovendien dat kwalen geregeld weer terug komen. Zie het onderzoek dat het vroegere EO programma Netwerk deed naar genezingen bij Jan Zijlstra. (15)

www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/zijlstra-leonie.htm

 

Zelfs als maar 1 procent van alle zieken, waar de pinkstergenezers in de voorbije jaren voor hebben gebeden, zou zijn genezen, dan zouden er inmiddels honderden, zo niet vele duizenden mensen in Nederland moeten zijn die wonderbaarlijk zijn genezen. Genezen van allerlei ernstige ziekten en handicaps zoals aangeboren blindheid en doofheid, een dwarslaesie, diabetes type 1, hartkwalen, kanker, downsyndroom, aids, enzovoort. Genezen van het ene moment op het andere, volledig genezen, blijvend genezen, want dat gebeurde ook bij Jezus en de apostelen.

Maar die honderden, die duizenden genezingen, zijn er niet. Er zijn wel incidenteel mensen genezen, maar dat gebeurt in iedere kring waar gebeden wordt voor de zieken.

 

2.3.2.  De gave van profetie


Een profeet is iemand die een boodschap van God ontvangt voor een ander en deze vervolgens met goddelijk gezag doorgeeft. We komen zowel in het Oude- als het Nieuwe Testament profeten tegen. Naast ware profeten zijn er in de Bijbel ook veel valse profeten.

De Bijbel helpt ons om de ware van de valse profeten te onderscheiden. Er zijn drie eisen waar een profeet aan moet voldoen. Een profeet mag niets leren dat in strijd is met de Bijbel (Deuteronomium 13:1-5;1 Johannes 4:1,6). Een profeet mag er nooit naast zitten. Iedere voorspelling die een profeet doet, moet uitkomen ( Deuteronomium 18:21,22). Een profeet moet een heilig leven leiden (Mattheus 7:15,16,22,23). Vanaf de voltooiing van het Nieuwe Testament is daar nog een vierde eis bij gekomen. Een profeet mag sinds die tijd ook niets meer toevoegen aan Gods Woord (Openbaringen 22:18,19).

 

Er zijn tegenwoordig geen profeten meer die in staat zijn om aan al deze eisen te voldoen. Er zijn bijvoorbeeld geen profeten meer die onfeilbaar zijn in hun voorzeggende profetieën. Dit bevestigt dat God de gave van profetie niet meer geeft.

 

Ook in charismatische kring zijn deze profeten niet te vinden. Ongeveer honderd jaar geleden is de pinksterbeweging ontstaan. Omdat zij ervan uit gingen dat de gave van profetie nog steeds aanwezig is, begonnen ze enthousiast te profeteren. Al snel bleek dat deze profeten de Bijbelse toets niet konden doorstaan. Wanneer ze over de toekomst profeteerden, zaten ze er geregeld naast. Bekende profeten uit de charismatische beweging geven dit zelf toe. (16) In de cursussen en workshops profeteren, die tegenwoordig erg populair zijn, wordt dit ook toegegeven. (17)

Naar de Bijbelse norm zijn al deze charismatische christenen dus valse profeten. Dat is een ernstige zaak. Op het uitspreken van valse profetieën stond in Israël de doodstraf (Deuteronomium 13:5; 18:20).

Regelmatig kondigt de Bijbel Gods oordeel aan over valse profeten (Jeremia 14:14-16; 23:25-32; Ezechiël 13:1-9).

 

2.3.3. De gave van talen en vertaling van talen

 

Het traditionele standpunt is dat de geestesgaven van talen en vertaling van talen zijn verdwenen. Ze komen niet meer voor. Ook dit wordt bevestigd door de huidige situatie. Charismatische christenen ontkennen dit. Zij beweren dat zij wel in staat zijn om in talen te spreken. Maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat de tongentaal die zij beoefenen de echte Bijbelse geestesgave is.

 

Daar zijn minstens drie redenen voor:

 

Het gaat om een pseudotaal

Talen zijn in de Bijbel altijd menselijke talen. Zie punt 3.4.3 voor een bespreking. De talen die in charismatische kring worden gesproken, hebben echter vrijwel niets gemeen met echte menselijke talen. Het gaat om pseudotaal. Gebrabbel dat op taal lijkt, maar het bij nadere bestudering niet is.

In de jaren zeventig onderzocht de linguïst (taalwetenschapper) William Samarin het tongenfenomeen. Hij kwam tot de conclusie dat er geen sprake was van echte talen. Elke menselijk taal heeft bepaalde structuren, maar bij de tongentaal die hij onderzocht waren deze structuren niet aanwezig. Alle bekende taalpatronen ontbraken. (18) Ook andere taalwetenschappers kwamen tot dezelfde conclusie. Ik citeer D.A. Carson “To my knowledge there is universal agreement among linguists who have taped and analysed thousands of examples of modern tongues-speaking that the contemporary phenomenon is not any human language. The patterns and structures that all known human language requires are simply not there.”(19)

Hedendaagse talen kunnen niet consequent worden vertaald

De gave van talen is nauw verbonden met de gave van het vertalen van talen (1 Korinthe 12:10,30; 14:27,28). God gaf in de apostolische tijd beide gaven aan de gemeente. De gave van vertaling was nodig om de tongenboodschappen die in de gemeente werden uitgesproken te vertalen. Als deze boodschappen onvertaald bleven, werd de gemeente er niet door opgebouwd (1 Korinthe 14:5-17).

Charismatische christenen geloven dat ook de gave van het vertalen van talen in hun midden functioneert. Er is een eenvoudige manier om dit te controleren. Neem een uiting van talen op en laat deze door verschillende mensen die deze gave zouden bezitten vertalen.  Dat is in de loop der tijd regelmatig gedaan. Telkens blijkt echter dat de ene vertaler een bepaalde uiting van talen, heel anders uitlegt dan een andere vertaler. Wat ook regelmatig voorkomt is dat de tongenboodschap zeer kort is, maar de vertaling heel lang of andersom. (20) Ook dat geeft te denken.

Dit is een sterke aanwijzing dat de gave van vertalen van talen niet in charismatische kring voorkomt. Tegelijkertijd is dit ook een sterke aanwijzing dat de Bijbelse gave van talen niet in hun midden functioneert. Deze twee gaven hoorden namelijk bij elkaar.

Zonder de gave van vertalen, had de gemeente niets aan de tongenboodschappen die uit werden gesproken.

 

Hedendaagse tongensprekers begrijpen het doel van tongentaal niet

Tongen zijn bedoeld als een teken voor de ongelovigen, in het bijzonder voor het volk Israël (1 Korinthe 14:21,22; Marcus 16:17). Tongen zijn dus bedoeld om in het openbaar te functioneren. In de gemeentesamenkomsten of bij andere gelegenheden waar ongelovigen aanwezig zijn. Een teken heeft immers alleen nut als het door mensen waar wordt genomen. Hedendaagse tongensprekers zien de gave van talen vaak als een versterking van het eigen geestelijk leven of een hulp in de geestelijke strijd. Zij oefenen het spreken in tongen daarom regelmatig uit tijdens hun stille tijd zonder dat er toehoorders zijn. Ze zien dit als een belangrijk doel van de gave van talen. Daarmee gaan ze tegen de Bijbel in.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze mensen daadwerkelijk in tongen spreken. Zou God mensen voortdurend in privé omstandigheden in talen laten spreken, terwijl Hij deze gave bedoeld heeft als teken voor de ongelovigen?

 

3. Het charismatische standpunt

 

Charismatische christenen (21) leren dat God tegenwoordig nog steeds de tekengaven geeft. Gaven van genezing, profetie, spreken in tongen, vertolking van tongen. Zij leren dat deze gaven noodzakelijk zijn voor een krachtig gemeenteleven en voor effectieve evangelisatie.

 

Hoe onderbouwen ze hun standpunt? Allereerst beweren ze dat er geen enkele Bijbeltekst is die zegt dat de tekengaven zullen verdwijnen. Vervolgens proberen ze vanuit de Bijbel aan te tonen dat de tekengaven er ook vandaag de dag nog zijn. Verder proberen ze vanuit de kerkgeschiedenis te bewijzen dat de tekengaven niet zijn opgehouden. Tot slot beweren ze dat deze gaven er nog zijn, omdat ze in hun midden functioneren.

 

We zullen deze argumenten één voor één bespreken.

 

3.1. De Bijbel zegt nergens dat de tekengaven zouden verdwijnen

 

Charismatische christenen wijzen er op dat er geen enkel Bijbelvers is dat direct, rechtstreeks zegt dat de tekengaven en profetie zullen verdwijnen.

 

Er is inderdaad geen tekst in de Bijbel die zegt: “Na de apostolische tijd, als de canon compleet is, zullen de tekengaven verdwijnen”. Maar dat betekent niet dat de Bijbel hier niets over zegt. Er zijn weldegelijk teksten waaruit wij conclusies kunnen trekken over dit vraagstuk. Een aantal van deze teksten hebben we hiervoor bij punt 2.1 besproken.

Ook charismatische christenen kunnen niet op een tekst in de Bijbel wijzen die direct, rechtstreeks hun standpunt onderbouwt. Er is geen tekst in de Bijbel die zegt: “Ook na de tijd van de apostelen zullen de tekengaven voor blijven komen in de gemeente” (22). Ze wijzen daarom, net als de aanhangers van het cessationisme, op Bijbelgedeelten waaruit je, volgens hen, de conclusie kunt trekken dat de tekengaven er nog zijn.

Charismatische christenen bouwen hun leerstelling dus op dezelfde manier op als evangelische en reformatorische christenen dat doen.

 

3.2. Bijbelteksten die zouden leren dat de tekengaven er nog zijn

 

Charismatische christenen wijzen op een aantal teksten waaruit je, volgens hen, de conclusie kunt trekken dat de tekengaven er nog zijn.

 

+ Teksten waaruit blijkt dat alle gaven nodig zijn voor de opbouw van de gemeente

 

Verschillende Bijbelgedeelten leren dat de geestesgaven bedoeld zijn tot opbouw van de gemeente. Zie bijvoorbeeld 1 Korinthe 14:4,5,12,26 en Efeze 4:12. De gemeente moet nog steeds opgebouwd worden, dus, zo concluderen charismatische christenen, alle geestesgaven moeten er nog zijn.

 

Er is niemand die ontkent dat de geestesgaven nodig zijn voor de opbouw van de gemeente. Maar moeten we daaruit concluderen dat elke gave altijd en overal aanwezig moet zijn? Dat is niet het geval.

 

Sommige gaven waren alleen nodig in de begin periode van de gemeente. Dat geldt voor de zogenaamde openbaringsgaven, de gave van apostel en profeet. Maar ook voor de tekengaven: de gave van genezing, krachten, tongen en vertolking van tongen. Zie de bespreking onder punt 2.1

 

Om een gebouw neer te zetten, zijn allerlei machines, gereedschappen en werklui nodig. Die zijn allemaal noodzakelijk om het gewenste resultaat te bereiken. Maar niet alle machines en gereedschappen zijn voortdurend nodig. Sommige, zoals een heimachine en een betonmolen, zijn alleen maar nodig aan het begin, op het moment dat het fundament wordt gelegd. Zo is het ook met de gaven van de Geest. Deze zijn allemaal ontzettend belangrijk en nodig voor de opbouw van de gemeente. Maar sommige gaven waren alleen nodig aan het begin, toen het fundament van de gemeente werd gelegd (Efeze 2:20).

 

Dit standpunt wordt bevestigd door de kerkgeschiedenis. Ook zonder gaven zoals profetie, genezing, krachten en tongen kon de gemeente na de tijd van de apostelen prima functioneren. De gemeente is eeuwen lang gegroeid zonder dat deze gaven nog in de kerk aanwezig waren. Denk bijvoorbeeld aan de grote opwekkingsbewegingen in de Engelstalige wereld. Tijdens deze opwekkingsbewegingen vonden er niet massaal genezingen plaats en werd er niet in tongen gesproken. Toch was er grote kracht en kwamen velen tot geloof. Maar zonder gaven als leraar, herder en evangelist heeft de gemeente nooit kunnen bestaan.

 

+ De tekengaven moeten er nog zijn, want anders verklaren we heel wat Bijbelgedeelten voor verouderd

 

In 1 Korinthe 14 vinden we instructies voor het functioneren van tongen en profetie in de gemeente. Als deze gaven er niet meer zijn, dan kunnen we dit Bijbelgedeelte vandaag de dag niet meer toepassen. En, zo redeneren charismatische christenen, dat kan niet waar zijn.

 

Wat moeten we van deze redenering denken?

 

Heel de Bijbel, zowel het Oude als het Nieuwe Testament, is voor ons als christenen geschreven. Alles wat in de Bijbel staat is nuttig om te bestuderen en bouwt ons geestelijk op (Romeinen 15:4; 2 Timotheus 3:16,17). Maar niet alles wat in de Bijbel staat, is ook rechtstreeks op ons van toepassing. Wij hoeven ons als christenen bijvoorbeeld niet te houden aan alle geboden uit de wet van Mozes. Wij hoeven onze kinderen niet te besnijden, en we zijn ook niet verplicht om de spijswetten te onderhouden. We kunnen veel van deze geboden leren, maar ze zijn niet rechtstreeks op ons van toepassing.

 

Ook in het Nieuwe Testament staan dingen die niet rechtstreeks op ons van toepassing zijn.

Neem bijvoorbeeld de instructies van Jezus aan zijn discipelen in Mattheüs hoofdstuk 10. We kunnen hier veel van leren, ook voor ons leven vandaag de dag. Maar we kunnen ze niet zomaar één op één op onszelf toepassen. Een ander voorbeeld is Matheus 24:15-22. Dit Bijbelgedeelte is specifiek gericht aan de Joden die zich in de eindtijd in Jeruzalem bevinden. We kunnen van dit soort Bijbelgedeelten veel leren, maar we kunnen ze niet rechtstreeks op ons zelf toe passen.

Hetzelfde geldt voor 1 Korinthe 14. We kunnen veel van dit hoofdstuk leren, maar wij leven niet in dezelfde tijd als de Korinthiërs. In die tijd waren de gaven van profetie en van tongen nog in de gemeente aanwezig, in onze tijd niet meer.

 

+ Profetie is kenmerkend voor de gehele tijd van de gemeente

 

Charismatische christenen beroepen zich vaak op Handelingen 2:16-22. In dit Bijbelgedeelte haalt Petrus een profetie uit het boek Joël aan. Daaruit concluderen ze dat profetie kenmerkend is voor de gehele periode van de gemeente. Daarom zou de gave van profetie er ook vandaag de dag nog moeten zijn. Als dat niet het geval is ontbreekt er iets wezenlijks in het gemeenteleven.

 

Handelingen 2:16-21 maakt onderdeel uit van de toespraak van Petrus op de Pinksterdag. Petrus citeert in deze toespraak Joël 2:28-32. Dat doet hij om de gebeurtenissen van de Pinksterdag te verklaren. “Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienaren en op Mijn dienaressen zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren. En Ik zal wonderen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt. En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden.” (Handelingen 2:16-21)

 

Charismatische christenen geloven dat deze profetie van Joël op dat moment in vervulling ging. Op de Pinksterdag brak er een nieuwe tijd aan, de tijd die in Joël 2:28-32 wordt beschreven. Deze tijd wordt gekenmerkt door de uitstorting van de Geest over alle gelovigen en door profetieën, dromen en visioenen. Omdat we op dit moment nog steeds in deze tijd leven, kunnen we verwachten dat christenen ook vandaag de dag nog kunnen profeteren. (23)

 

Deze uitleg is onjuist. De profetie uit Joël gaat niet over de gemeente maar over het volk Israël in de eindtijd. De profetie uit Joël beschrijft wat er met het overblijfsel van het volk Israël zal gebeuren, wanneer zij aan het eind van de grote verdrukking tot geloof komen (24) Op dat moment zal God Zijn Geest op hen uitstorten, terwijl tegelijkertijd allerlei tekenen in de natuur plaatsvinden (25). “En Ik zal wondertekenen geven in de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed, vuur en rookwalm. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed,…”

De gebeurtenissen van de Pinksterdag leken veel op deze profetie uit Joël. In beide gevallen is er sprake van een uitstorting van Gods Geest. Maar de details verschillen.

Drie verschillen:

1) Volgens de profetie uit Joël zal Gods Geest uitgestort worden over heel Israël. Op de Pinksterdag werd de Geest alleen uitgestort over de discipelen die in Jeruzalem bijeen waren. 

2) Volgens de profetie uit Joël zullen de Israëlieten profeteren en dromen en gezichten zien. Op de Pinksterdag spraken de discipelen in talen van de grote daden van God.

3) Volgens de profetie uit Joël zullen er, in de tijd dat de Geest uitgestort wordt over Israël, grote wonderen en tekenen zijn. De zon zal worden verduisterd en de maan zal in bloed veranderen. Deze tekenen werden niet waargenomen op de Pinksterdag of kort daarna.

 

Petrus was zich uiteraard bewust van deze verschillen. Hij wist dat Gods Geest alleen over de discipelen werd uitgestort en niet over geheel Israël, zoals de profetie uit Joël zegt. Hij wist ook dat er geen grote wonderen in de hemel en tekenen op de aarde beneden waren toen de Geest op de discipelen kwam. En toch citeert hij deze profetie. Waarom doet hij dat?

Petrus doet dit om de gebeurtenissen van de Pinksterdag inzichtelijk te maken voor de Joden in Jeruzalem. Met behulp van deze profetie probeert Petrus de Joden uit te leggen wat het was dat ze zojuist hadden waargenomen. Hij citeert de profetie uit Joël slechts als illustratie van wat er met de discipelen gebeurde. Hij zegt: “Waar Joël het over heeft, een uitstorting van de Geest, zo iets hebben wij ook zojuist beleefd. De profetie van Joël spreekt over een uitstorting van de Heilige Geest op het volk Israël in de eindtijd, met ons is ook iets dergelijks gebeurd.” Hij beweerde niet dat met de uitstorting van Gods Geest op de Pinksterdag de profetie van Joël in vervulling ging.


We kunnen de profetie uit Joël daarom niet zomaar één op één toepassen op de kerk. Wanneer Gods Geest in de eindtijd over het volk Israël zal komen, zullen allen profeteren. Velen onder het volk zullen gezichten zien en dromen dromen. Maar dat geldt niet voor de gemeente.

Zelfs in de tijd van de apostelen konden lang niet alle christenen profeteren. (26)

 

+ Profetie en talen zullen blijven tot aan de wederkomst van Christus

 

Charismatische christenen halen regelmatig het volgende Bijbelgedeelte aan.


“...Wat dan profetieën betreft, zij zullen tenietgedaan worden, wat talen betreft, zij zullen ophouden, wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden. Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele, maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, zal wat ten dele is, tenietgedaan worden...Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik zelf gekend ben. ”
(1 Korinthe 13:8-10)

In dit Bijbelgedeelte legt Paulus uit dat profetieën
en kennis teniet gedaan zullen worden op het moment dat Jezus terugkomt, het moment waarop het volmaakte komt. (27) Dus, zo concluderen charismatische christenen, dan moet de gave van profetie en talen er op dit moment nog zijn.(28)

 

Zij maken daarbij echter één grote denkfout. De nadruk ligt in deze verzen niet op de gave van profetie, of de gave van talen. De nadruk ligt op de kennis die tot ons komt via deze gaven. Deze kennis zal met de komst van Jezus af gedaan hebben. Vanaf dat moment is zij niet meer nodig. Uit deze verzen kunnen we niets concluderen over het verdwijnen van deze gaven. Dit vers is daarom niet in strijd met het idee dat deze gaven zijn verdwenen na de tijd van de apostelen. De gaven zelf zijn na de tijd van de apostelen verdwenen, terwijl de kennis die deze gaven aan de gemeente hebben gebracht zal blijven tot aan de wederkomst. Deze kennis is namelijk voor ons bewaard gebleven in het Nieuwe Testament.

 

Er wordt in vers 8 niet over ‘de gave van profetie’ gesproken, maar over ‘profetieën’. Dat zijn twee verschillende dingen. Paulus zegt hier niet: “Wat dan het profeteren betreft, het zal tenietgedaan worden...”. Hij zegt: “Wat dan profetieën  betreft, zij zullen tenietgedaan worden...”

 

Dit zijn enkele veel gebruikte argumenten vanuit de Bijbel die door charismatische christenen worden gebruikt.

 

3.3. De geestesgaven functioneerden na de tijd van de apostelen nog steeds in de gemeente

 

Charismatische christenen beroepen zich ook op de kerkgeschiedenis. Ze beweren dat er door de hele kerkgeschiedenis heen christenen zijn geweest die de gave van profetie en van genezing hadden.

 

Dit argument is besproken en weerlegd in punt 2.2.

 

3.4. In ons midden functioneren de geestesgaven

 

Dan komen we nu bij het laatste argument van de charismatische beweging. De claim dat gaven zoals profetie en genezing in hun midden functioneren. Als dat klopt, dan zou dat inderdaad overtuigend bewijs zijn voor hun standpunt. Maar zoals we hierboven hebben gezien, er zijn geen mensen met de gave van genezing. Zelfs bij hen die deze gave claimen, geneest er bijna niemand. Er zijn ook geen profeten in de charismatische beweging. Profeten die net als de oudtestamentische profeten onfeilbaar zijn. Dit is aangetoond in punt 2.3.

 

Maar waarom blijven charismatische christenen dan toch volhouden dat deze gaven bij hen voorkomen? Hoe hebben ze deze tegenspraak tussen hun leer en de werkelijkheid opgelost?

 

Eerst zullen we kijken naar hun oplossing voor de gave van genezing en daarna naar hun oplossing voor de gave van profetie. Tot slot staan we stil bij hun oplossing voor de gave van talen.

 

3.4.1. De gave van genezing

 

Bij de in charismatische kring erkende genezers geneest er bijna niemand. Het gaat om genezers van wie wordt verondersteld dat ze de gave van genezing hebben. Dat er bijna niemand bij hen geneest, is hierboven in punt 2.3.1, met getuigenissen uit hun eigen kring, aangetoond. (29) Hoe kunnen charismatische christenen dan toch volhouden dat de gave van genezing in hun midden functioneert?

 

Het antwoord van de klassieke pinksterchristenen

 

Klassieke pinksterchristenen ontkennen meestal dat er bijna niemand geneest. Ze wijzen op de enkeling die geneest en negeren de overgrote meerderheid van de zieken die niet geneest. Ze sluiten hun ogen voor de feiten. Wanneer ze gedwongen worden om de feiten onder ogen te zien, zullen ze zeggen dat het zo goed als ontbreken van genezingen te maken heeft met een gebrek aan geloof. Een algemeen gebrek aan geloof in wonderen onder christenen. Of meer specifiek, een gebrek aan geloof bij de zieke.  

 

Het antwoord van de moderne charismatische christenen

 

Tegenwoordig voelen veel charismatische christenen zich niet meer op hun gemak bij de verklaring van de klassieke pinkstertheologie. Daarom hebben ze een alternatief bedacht. Een antwoord dat pastoraal meer verantwoord is.

Deze alternatieve verklaring is bedacht door de theologen van de zogenaamde ‘derde pinkstergolf’.  (30)

 

Deze moderne charismatische christenen geven de volgende drie verklaringen:

Genezingen blijven soms uit omdat het koninkrijk van God zich vandaag de dag nog niet ten volle openbaart.

Dit is een lastig te volgen gedachte. Om deze gedachte te begrijpen moet je, je verdiepen in de koninkrijkstheologie van de derde golf. (31)
– De gave van genezing werkt niet meer zo krachtig als in de tijd van Jezus en de apostelen.

Gaven kunnen variëren in kracht. Jezus en de apostelen genazen alle mensen die tot hen kwamen (Handelingen 5:16).(32) Maar tegenwoordig zie je dat slechts kleine percentages genezen. Zoals we hiervoor zagen, spreekt Robert Menzies zelfs over: “sporadisch, incidenteel”. (punt, 2.3.1) De gave van genezing is dus blijkbaar enorm in kracht afgenomen. Van 100% naar veel minder dan 1%.

Er worden tegenwoordig weinig blindgeboren mensen of verlamde mensen met een dwarslaesie genezen. En zo zijn er nog veel meer ernstige ziekten en kwalen die tegenwoordig niet of nauwelijks worden genezen. Blijkbaar is de gave van genezing zo in kracht afgenomen dat de ernstigste ziekten en handicaps er niet of zeer zelden op reageren.

De gave van genezing komt en gaat

Het ene moment kun je deze gave bezitten en het andere moment weer niet. Als de gave van genezing er is, geneest de zieke. Als de gave er niet is, geneest de zieke niet.

Gezien het geringe aantal genezingen, is de gave van genezing er blijkbaar nog maar heel weinig.

 

Welke argumenten er ook worden gebruikt. Feit blijft dat er vrijwel niemand geneest. De realiteit is dat God de gave van genezing tegenwoordig blijkbaar niet meer geeft.

 

3.4.2. De gave van profetie

 

In charismatische kring zijn geen profeten in Bijbelse zin. Profeten die onfeilbaar en gezaghebbend kunnen profeteren. Zie de bespreking onder punt 2.3.2 Hoe gaan zij daar mee om?


We zullen eerst het klassieke pinkster antwoord bespreken en daarna het hedendaagse charismatische antwoord.


Het klassieke pinkster antwoord

 

Net als bij de gave van genezing negeren ouderwetse pinkstergelovigen meestal de problemen. Ze kiezen ervoor om hun ogen te sluiten voor het feit dat hun profeten er vaak naast zitten. Zoals ze bij de gave van genezing wijzen op de enkele genezing, wijzen ze bij profetie op een enkele opmerkelijke voorzegging die uit is gekomen en negeren ze alle mislukte pogingen. Zoals we bij punt 2.3.2 hebben besproken, zal een ware profeet er nooit naast zitten. Eén keer raak profeteren zegt niet zoveel. Waarzeggers en occultisten profeteren ook af en toe raak. Een profeet moet ieder keer raak profeteren. Als hij daar niet toe in staat is, is hij volgens de Bijbel een valse profeet.

 

Het antwoord van de moderne charismatische christenen

 

De leraren van de derde pinkstergolf (33) hebben het probleem op een andere manier opgelost. Zij hebben de definitie van profetie veranderd. Door de opvatting van profetie te veranderen, kunnen ze volhouden dat profetie nog steeds in hun midden voorkomt. Profetie is niet langer met gezag een onfeilbare boodschap van God doorgeven

 

Hoe hebben ze dat gedaan?

 

+ Ze beweren dat er twee vormen van profetie zijn

 

Charismatische christenen beweren tegenwoordig vaak dat er twee vormen van profetie zijn in de Bijbel. Een vorm die onfeilbaar en gezaghebbend is. En een andere vorm die feilbaar is en die daarom geen absoluut goddelijk gezag heeft.   

 

De gezaghebbende, onfeilbare vorm van profetie is er, volgens deze theorie, tegenwoordig niet meer, maar de feilbare vorm van profetie nog wel. Het gaat bij deze tweede, feilbare vorm van profetie nog wel om de gave van profetie, maar de gave werkt minder krachtig.

 

Bij deze tweede, feilbare vorm van profetie is de profeet vaak niet in staat om zijn eigen gedachten te scheiden van de boodschap van God. Je moet daarom voorzichtig zijn als je profeteert. Want  je kunt je gemakkelijk vergissen. Je mag niet zeggen: “Zo zegt de Here” of “Zo zegt de Heilige Geest”, of “de Geest maakt mij duidelijk dat …”, zoals de profeten van het Oude Testament deden maar bijvoorbeeld ook de nieuwtestamentische profeet Agabus (Handelingen 11:27,28; 21:10,11) Je moet in plaats daarvan zeggen: “Ik heb de indruk dat God ons dit duidelijk wil maken” of “Ik heb het op mijn hart om dit met je te delen”.

Je mag niet meer, zoals  Agabus, zeggen: “Zo zegt de Here, er zal een hongersnood komen.”  Maar je moet zeggen: “Ik heb de indruk dat er binnenkort een hongersnood komt”. Je moet niet zeggen: “Dit zegt de Heilige Geest, deze man zal gevangengenomen worden in Jeruzalem” Maar je moet zeggen: “Ik heb het gevoel dat deze man gevangen genomen zal worden.”

Als een profetie in deze voorzichtige vorm tot je komt, dan moet je nagaan of de Heer die profetie in je hart bevestigt. Alleen als God deze profetie bevestigt, weet je dat hij juist is. In dat geval kun je voorzichtig concluderen dat deze profetie ‘hoogstwaarschijnlijk’ van God is.

 

Deze theorie is in strijd met de Bijbel, want de Bijbel kent maar één vorm van profetie. In het Nieuwe Testament wordt geen enkele poging ondernomen om de profeten van het Oude van die van het Nieuwe Testament te onderscheiden. Beide worden zonder onderscheid profeten genoemd, van beide wordt gezegd dat zij profeteren, en in beide gevallen noemt het Nieuwe Testament hun woorden profetie. Er is ook geen enkel verschil in gezag. De profeten van het Nieuwe Testament treden op met hetzelfde goddelijke gezag als de profeten van het Oude Testament. Vergelijk de profetie van Agabus in Handelingen 21:11 eens met deze profetie van de profeet Ahia in 1 Koningen 11:29-31.  De een zegt “zo zegt de Here” de ander zegt “dit zegt de Heilige Geest”. Beiden zijn zeer stellig. Ze zijn volkomen overtuigd van de waarachtigheid van hun woorden. Agabus is niet voorzichtiger dan Ahia, hij stelt zich niet meer bescheiden op.(34)

 

Hoe proberen ze deze leer vanuit de Schrift te onderbouwen?

 

Vaak wordt gewezen op 1 Korinthe 13:9.  “want onvolkomen is …ons profeteren ” (NBG51).  “… wij profeteren ten dele” (HSV)

Wat bedoelt Paulus hier met ‘onvolkomen’? Sommige charismatische beweren dat Paulus met onvolkomen bedoelt dat ons profeteren er geregeld naast zit. Dat hij bedoelt dat ons profeteren soms uit God is en soms niet uit God. Dat onze profetie de ene keer uitkomt en de andere keer niet. Maar dat is niet de betekenis van onvolkomen in 1 Korinthe 13:9. (35)

 

Met onvolkomen wordt in dit Bijbelgedeelte ‘ten dele, gedeeltelijk’ bedoeld. In Korinthe 13:8-13 worden twee situaties tegenover elkaar gesteld. De eerste situatie is de huidige tijd waarin wij leven en de tweede situatie is de tijd vanaf de wederkomst van Christus.

God heeft ons kennis gegeven door profetie, maar die kennis is nog onvolledig. Deze profetieën zijn voor ons opgetekend in de Bijbel. De kennis die wij door de profetieën van de Bijbel hebben over de geestelijke dingen is gedeeltelijk, zij is nog niet volledig. We weten bijvoorbeeld nog heel veel niet over de hemel en over de geestelijke wereld. In die zin zijn de profetieën die wij hebben ‘onvolkomen’. Er is nog veel dat ons nog niet geopenbaard is. Pas als Jezus terugkomt, zullen we volledige kennis hebben. Vanaf dat moment hebben we de profetieën van de Bijbel niet meer nodig, omdat we de geestelijke dingen zelf rechtstreeks zullen ervaren.

 

Een ander veel gehoord argument is dat er feilbare profetieën in de Bijbel zouden staan. Vaak wordt gewezen op Handelingen 21:4 en 11. Maar als we deze Bijbelgedeelten nauwkeurig lezen kunnen we daarin geen voorbeelden van feilbare profetie zien (36)Profetie is in de Bijbel, ook in deze Bijbelgedeelten, altijd juist, accuraat, honderd procent betrouwbaar. Er zijn geen voorbeelden van feilbare profetie in de Bijbel.

 

En ten slotte wijst men op enkele teksten die ons opdragen om profetie te toetsen (1 Korinthe 14:29; 1 Thessalonicenzen 5:20,21). Daarin ziet men een bewijs voor feilbare profetie. Want zo redeneert men, Paulus ging er blijkbaar vanuit dat het profeteren in de gemeente niet foutloos was. Daarom gaf hij opdracht om dat wat goed is in een profetie te scheiden van dat wat niet goed is.  

Deze uitleg is niet overtuigend. De opdracht om profetie te toetsen was niet bedoeld om het goede in iemands profetie te scheiden van het verkeerde. De opdracht was bedoeld om valse profeten te ontmaskeren. Een valse profeet is te herkennen aan zijn feilbare profetieën. Een valse profeet zal vroeg of laat dingen leren die in strijd zijn met de Bijbel of voorspellingen doen die niet uitkomen. Door iemands profetieën te toetsen kun je vast stellen of hij een ware of een valse profeet is.

 

(Voor een volledige bespreking van de Bijbelgedeelten, waarmee wordt geprobeerd om het bestaan van een feilbare vorm van profetie te bewijzen, verwijzen we naar dit document: https://www.toetsalles.nl/pdf/grudem.feilbare.pdf.)

 

Door hun leer over twee vormen van profetie hebben de charismatische christenen een verklaring bedacht voor het ontbreken van onfeilbare, gezaghebbende profetie, zo kunnen ze vol blijven houden dat de gave van profetie nog voorkomt. Maar dat is niet het enige wat ze doen. Er zijn nog meer manieren waarop ze de Bijbelse definitie van profetie veranderen.

 

+ Ze ontdoen profetie van het voorzeggende element

 

Charismatische christenen raden aan om bij het profeteren het voorzeggende element te vermijden. Ik citeer uit één van hun cursusboeken:“Spreek je niet uit over naderend onheil, over toekomstige kinderen of levensgezellen. De kans dat God je vraagt om dit soort dingen tegen iemand te zeggen, is uitermate gering, en de kans dat je ernaast zit, is daarom buitengewoon groot..” (“Gemeentecursus luisterend bidden”,  uitgave van New Wine, blz. 71 van het cursusboek)

 

Dit advies is in strijd met wat we in het Nieuwe Testament lezen. De profeten van het Nieuwe Testament vermeden voorspellingen niet. Zie bijvoorbeeld het optreden van de profeet Agabus in  Handelingen 11:27,28; 21:10,11.

 

+ Ze vatten profetie op als bemoedigen, vertroosten en vermanen

 

Iedere keer wanneer iemand een ander bemoedigd of vertroost, zou er sprake zijn van profetie.

Dit baseren charismatische christenen op 1 Korinthe 14:3. Wie echter profeteert, spreekt tot mensen woorden van opbouw en vermaning en troost.”

 

Bemoedigen, vermanen en vertroosten is echter niet hetzelfde als profeteren. Je mag deze twee dingen niet aan elkaar gelijkstellen. Wanneer je iemand bemoedigt of vermaant, ben je nog niet direct aan het profeteren. Bemoedigen en vermanen wordt pas profetie als je dit met een rechtstreeks Woord van de Heer doet.

 

In de tijd van de apostelen was dit heel belangrijk. Omdat het Nieuwe testament nog niet compleet was, moest God regelmatig profeten in zetten om de gemeente te bemoedigen en te versterken. In onze tijd is dat niet meer nodig. Wij hoeven elkaar niet meer op te bouwen met een boodschap die wij rechtstreeks van God hebben ontvangen. Wij kunnen elkaar vermanen en bemoedigingen met Gods Woord.

 

+ Ze vatten innerlijke leiding op als profetie

 

De leraren van de derde golf rekenen de innerlijke leiding van Gods Geest ook tot profetie. Maar dit is niet juist. De innerlijke leiding van Gods Geest is geen profetie.

 

Je moet Bijbelse profetie en persoonlijke leiding uit elkaar houden. De Bijbelse profeten traden met zekerheid op, ze zeiden “zo zegt de Here” en “dit zegt de Heilige Geest”. Maar als wij Gods leiding zoeken, doen we dat soms tastend. De persoonlijke leiding die God ons geeft, mogen we daarom niet gelijk stellen met profetie.

 

Laten we als voorbeeld een voorganger nemen die op zondag in de kerk moet spreken. Hij neemt, als het goed is niet zo maar een onderwerp. Hij zoekt daarin Gods leiding. In de allereerste plaats bidt hij om Gods leiding. Vervolgens probeert Hij Gods leiding te verstaan. Dat doet hij door te kijken naar de omstandigheden. Wat speelt er in de gemeente? Wat hebben de mensen nodig? Door te kijken naar de Bijbel. Wat is het Bijbelse antwoord op de nood of de behoefte van de mensen? En door te letten op de leiding van Gods Geest. Legt Gods Geest een bepaald onderwerp op mijn hart?

Dit is geen profeteren, dit is het zoeken en ontvangen van Gods leiding. Zo doen we dat als christenen op ieder terrein van ons leven (37)

 

Door de leiding van Gods Geest als profetie op te vatten, wordt de definitie van profetie opgerekt. De moderne charismatische christenen wijzen op Gods persoonlijke leiding en zeggen: “Kijk, dit is profetie, dit bewijst dat de gave van profetie in ons midden functioneert.”

 

3.4.3. De gave van talen

 

Charismatische christenen beweren dat de gave van het spreken in talen in hun midden voorkomt. Om dat te kunnen handhaven, hebben ze hun leer over deze gave in de loop der tijd aangepast.

 

Wat ze eerst dachten

Toen de pinksterbeweging net was ontstaan gingen pinksterchristenen er nog van uit dat het bij de gave van talen altijd om menselijke talen gaat. Ze stelden echter al snel vast dat ze niet in staat waren om in echte talen te spreken. Bekend is het verhaal van de pinksterzendelingen die naar verre landen gingen in de veronderstelling dat zij de taal van de bewoners spraken. Bij aankomst op het zendingsveld bleek niemand de ‘taal’ die zij spraken te verstaan. Daarom pasten pinksterchristenen al snel hun theologie aan.

 

De aanpassing van hun theologie

Toen ze ontdekten dat hun talen geen echte talen waren, hebben ze hun leer aangepast. Ze begonnen te leren dat er twee soorten van spreken in tongen zijn. Om hun leer overeind te houden bedachten ze dus een nieuwe vorm van tongentaal.

Pinksterchristenen begonnen onderscheid te maken tussen de gave van talen in Handelingen 2 en de gave van talen in 1 Korinthe 12-14. Zij erkennen vaak wel dat de talen in Handelingen 2 echte menselijke talen zijn. Dat valt uiteraard moeilijk te ontkennen (Handelingen 2:6). Maar in 1 Korinthe 12-14 zou het om een ander soort talen gaan.

Talen konden menselijke talen zijn, maar dat hoefde, niet altijd het geval te zijn. Het kon, volgens hen, ook om engelentalen gaan die niemand op aarde spreekt. Of om een speciaal door God ontworpen taal die slechts gesproken wordt door de christen aan wie God hem heeft gegeven. In het laatste geval gaat het om een privé gebedstaal. Tongentaal zou een voor de individuele christen speciaal ontworpen gebedstaal zijn, die alleen God kan verstaan.

 

Weerlegging

Het idee dat het bij tongentaal om een privé gebedstaal gaat, is in strijd met de Bijbel.

In de Bijbel zijn tongen altijd bestaande (menselijke) talen. In Handelingen 2 is dat heel duidelijk Maar ook in 1 Korinthe 12-14 moet het om echte talen gaan. De overeenkomsten tussen Handelingen 2 en 1 Korinthe 12-14 zijn zeer groot.(38) Het gaat overduidelijk om hetzelfde fenomeen. Het ligt daarom voor de hand om de talen in 1 Korinthe 12-14 ook op te vatten als bestaande menselijke talen.

 

Het woord ‘talen’ is een vertaling van het Griekse woord  glōssa”. Dat was in die tijd het alledaagse woord voor een taal.  De Korinthiërs zullen bij het gebruik van dit woord meteen gedacht hebben aan een menselijke taal. Uit niets in de context blijkt dat Paulus aan iets anders dacht. 

Integendeel, de context bevestigd juist dat het om menselijke talen gaat:

(1) In 1 Korinthe 13:1 zegt Paulus: “Als zou ik de talen van de mensen en de engelen spreken...”. Paulus denkt in 1 Korinthe 12-14 dus aan echte, bestaande talen. (39)

(2) In 1 Korinthe 14:21,22 citeert Paulus Jesaja 28:11. Dit Bijbelgedeelte past hij toe op spreken in talen. In het vers uit Jesaja gaat het om menselijke talen.  
(3) Tongentaal is in de Bijbel bedoeld als een teken (1 Korinthe 14:21,22; Marcus 16:17).

Een teken is een openbaring van het bovennatuurlijke, een duidelijke aanwijzing dat God aan het werk is. Wanneer mensen een teken waarnemen, zijn ze verwonderd, verbaasd, buiten zichzelf. Er gebeurt iets wat zij niet op een normale, natuurlijke manier kunnen verklaren.

Als het bij tongentaal om engelentalen gaat, of om een mysterieuze gebedstaal, dan kan het nooit als teken functioneren. Er is niemand op aarde die deze talen verstaat, en er zal dan ook niemand zijn die daarin de hand van God kan herkennen.

Als het daarentegen om echte menselijke talen gaat, dan zullen zij die de taal spreken daarin wel kunnen herkennen dat er iets bijzonders, iets buitengewoons aan de hand is.

Zie het effect van de tongentaal op de Pinksterdag. De Joden die deze talen verstonden waren buiten zichzelf. Ze vroegen zich verbaasd af, wat dit toch te beteken had (Handelingen 2:7-12).

 

3.5. Een karikatuur maken van het traditionele standpunt

 

Tot slot moeten we nog even stilstaan bij een strategie die helaas regelmatig wordt gevolgd in charismatische kring. Om het traditionele standpunt over de geestesgaven ongeloofwaardig te maken, wordt er een karikatuur van gemaakt. 

 

Dat gaat zo: “Kijk hoe extreem en onmogelijk het cessationisme is: helemaal geen wonderen meer, helemaal geen geestesgaven meer, helemaal geen persoonlijke leiding meer. Je voelt wel aan, dat dit niet juist kan zijn, dus moet het charismatische standpunt wel het Bijbelse standpunt zijn.”

Regelmatig spreken charismatische christenen spottend over “streeptheologie”. Alsof in het cessationisme wordt geleerd dat God een streep onder wonderen heeft gezet. Deze karikatuur is oneerlijk. Nietcharismatische christenen geloven wel degelijk in  gaven van de geest, in wonderen en in persoonlijke leiding.

 

Zij geloven dat God ook vandaag bij machte is wonderen te doen en in staat is om mensen te genezen. Als ze daarnaar gevraagd worden, zullen sommigen voorbeelden uit hun eigen omgeving kunnen geven. Maar zij geloven niet dat deze genezingen iets te maken hebben met de gave van genezing. Deze genezingen vonden plaats in antwoord op gebed, zij waren niet het gevolg van de uitoefening van de geestesgave van genezing.

Het verschil tussen genezingen op gebed en de gave van genezing is niet moeilijk te zien. Waar de gave van genezing werkte genazen alle mensen zonder uitzondering, van alle ziekten, onmiddellijk en volledig. Niemand die bij Jezus of de apostelen kwam om genezing deed dat tevergeefs (Mattheus 4:23; Handelingen 5:16). Deze werking van Gods genade zien we tegenwoordig niet meer. Wat we wel zien is dat God in sommige gevallen mensen geneest in antwoord op gebed. 

 

Cessationisten geloven ook in de persoonlijke leiding van God. God spreekt ook vandaag de dag nog tot mensen. Soms doet Hij dat zelfs op heel duidelijke en spectaculaire wijze, door een stem, een droom of een visioen. Deze gebeurtenissen zijn echter wel de uitzondering op de regel, zij zijn niet de norm. Zij geloven niet dat God voortdurend op deze spectaculaire wijze tot christenen spreekt. Zelfs de apostel Paulus werd niet voortdurend op deze spectaculaire wijze geleid. Ook hij bad om Gods leiding, dacht na over wat hij moest doen, nam zich dingen voor en maakte plannen (Romeinen 1:10-13; 2 Korinthe 1:15-17).

3.6.  Conclusie

 

Charismatische christenen moeten zich in allerlei bochten wringen om vol te kunnen houden dat gaven zoals profetie en genezing nog in hun midden functioneren. Ze zeggen: “Deze gaven zijn er nog wel, maar ze zijn van karakter veranderd, ze werken niet meer zo krachtig”.

 

4. Het derde standpunt

 

Dit standpunt is een variant van het traditionele standpunt. De argumenten zijn gelijk, maar ze worden op een iets voorzichtigere manier gebracht. Aanhangers van dit standpunt zijn minder stellig.

Hieronder zullen we eerst hun visie op de gaven van apostel en profeet bespreken en daarna hun visie op de tekengaven.

 

4.1. De gaven van apostel en profeet

 

Wat deze gaven betreft volgen zij het standpunt van de cessationisten. Deze gaven waren nodig voor de grondlegging van de gemeente en zijn daarna verdwenen.

Wat profetie betreft zullen ze vaak wel een nuance aan brengen. Profetie heeft in de Bijbel niet altijd een leerstellige inhoud. In het Nieuwe Testament vinden we een aantal voorbeelden van “niet leerstellige” profetieën. Een duidelijk voorbeeld zijn de profetieën van Agabus in het boek Handelingen. In Handelingen 11:27,28 profeteert Agabus dat er een hongersnood zal komen in Judea. In Handelingen 21:11 profeteert hij dat Paulus in Jeruzalem gevangen genomen zal worden. (40)

Deze profetieën gaan over hele concrete situaties en hebben verder geen enkele leerstellige inhoudt.

Dit soort profetieën zou ook vandaag de dag nog voor kunnen komen. Uit de kerkgeschiedenis zijn verschillende voorbeelden te geven. Een voorbeeld is een dominee aan wie God openbaarde dat vijf gemeenteleden, die door de Nazi’s waren meegenomen, weer veilig terug zouden komen. Aanhangers van dit derde standpunt zullen echter zeggen dat we dit niet de gave van profetie kunnen noemen.  Van een gave op dit gebied is pas sprake als iemand regelmatig op deze wijze door God wordt gebruikt. Verder zullen ze aangeven dat ze geen voorbeelden kennen uit de kerkgeschiedenis van mensen die voortdurend op deze wijze door God gebruikt werden. Er zijn daarentegen wel vele voorbeelden van mensen die beweerden dat ze deze gaven hadden, en niet aan de Bijbelse norm konden voldoen. Zie de bespreking onder punt 2.3.2   

 

Aanhangers van dit standpunt zijn net als de cessationisten niet overtuigd door de theorie van de feilbare profetie. De aard van profetie is niet veranderd. Als er tegenwoordig nog geprofeteerd wordt, gelden daarvoor dezelfde hoge standaarden als in het Oude Testament. Een ware profeet van God zal nooit tegen Gods Woord in gaan of zich vergissen. 

Ze zullen er ook op staan dat de definitie van profetie niet op onbijbelse wijze wordt opgerekt. Persoonlijke leiding mag niet verward worden met profetie. En het vanuit de Bijbel vermanen en bemoedigen van mensen kunnen we ook geen profetie noemen. (41)

 

4.2. De tekengaven

 

Er zijn sterke aanwijzingen in de Bijbel dat de tekengaven alleen voor de begintijd waren, zie punt 2.1. De kerkgeschiedenis lijkt dit te bevestigen. Er zijn bijvoorbeeld geen voorbeelden uit de kerkgeschiedenis van mensen met de gave van genezing. Van een enkele genezing in antwoord op gebed zijn wel voorbeelden te geven. Maar van iemand die in staat was om zoals de apostelen met perioden iedereen te genezen van alle mogelijke ziekten kennen we geen voorbeelden. Toch kunnen we niet volledig uitsluiten dat God deze gaven in deze tijd aan zijn gemeente geeft. Als God dat nodig vindt, kan Hij in bepaalde situaties besluiten om deze gaven opnieuw te geven.

 

God is soeverein. Hij bepaalt welke geestesgaven Hij nodig acht in elke situatie.

“Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan een ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest...Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.” (1 Korinthe 12)

 

Van het zendingsveld komen soms verhalen van wonderen en tekenen die God heeft gedaan ter bevestiging van het evangelie. Deze wonderen zorgen voor openheid voor het evangelie. Aanhangers van dit voorzichtige standpunt zijn van mening dat we dit soort tekenen en wonderen niet moeten verwarren met de gave van genezing of krachten. Waar de gave van genezing werkte genazen een tijd lang op spectaculaire wijze vele mensen van allerlei kwalen. Dat fenomeen zien we sinds de tijd van de apostelen niet meer, ook niet op het zendingsveld.

 

We mogen iets geen geestesgave noemen als het dat volgens de Bijbelse norm niet is

Ook bij de tekengaven is het van groot belang dat we bij de Bijbelse definitie blijven. Iemand die zomaar wat onsamenhangende klanken uitstoot, mogen we niet de gave van tongentaal toeschrijven. Wanneer iemand voortdurend zieken de handen oplegt en er haast nooit een opmerkelijke genezing plaats vindt, heeft hij niet de gave van genezing.

 

Gaven moeten getoetst worden.

Stel dat iemand beweert dat hij de gave van genezing of tongen heeft, dan moet dat getoetst worden. Deze gaven kunnen uit drie bronnen komen. Ze kunnen uit God zijn, uit demonische bron en uit onszelf. In het laatste geval gaat het om bedrog.

 

Bij aanhangers van heidense religies komt ook spreken in tongen voor. Dat is een duidelijk bewijs dat spreken in tongen demonisch kan zijn. Er zijn ook occultisten die kunnen spreken in talen die ze niet hebben geleerd.

 

We zijn in de zielzorg christenen tegengekomen die dachten dat ze de Bijbelse gave van spreken in tongen hadden, maar na toetsing kwam aan het licht dat het vermogen demonisch was. Een voorbeeld is een zuster die de gave van het spreken in tongen had ontvangen na handoplegging in een pinkstergemeente. We vroegen in gebed aan de Heer uit welke bron het spreken in tongen kwam. Die nacht verscheen in haar droom een demon die zich met zijn naam bekend maakte. Haar man en de voorganger hebben om bevrijding gebeden. Zo werd zij bevrijd van een demonische tongengeest die zich voordeed als de Heilige Geest.

 

Ook profetie kan uit demonische bron komen. Waarzeggers doen ook aan profetie, zij kondigen toekomstige gebeurtenissen aan en ze openbaren verborgen dingen. Ook daar hebben we in de pastorale praktijk voorbeelden van gezien. Een “profeet” gaf in een samenkomst geregeld profetieën door, op termijn bleek dat ze niet uitkwamen. Later is bij hem een boze geest uitgedreven, waarna hij dit vermogen verloor. Een ander voorbeeld is een vrouw die zich voor haar bekering met waarzeggerij had bezig gehouden. Ze had occulte vermogens. Na haar bekering had ze nog steeds kennis van verborgen zaken. Zij wist bijvoorbeeld van te voren over welk onderwerp haar voorganger die zondag ging spreken, terwijl dit nog niet was aangekondigd. Zij zelf en andere gelovigen om haar heen, meenden dat dit de gave van profetie was.

 

Ook het vermogen om te genezen kan uit occulte bron komen. Occulte genezers hebben door hun samenwerking met demonen een beperkte bovennatuurlijke macht. Zij worden in occulte kring strijkers of magnetiseurs genoemd. Tegenwoordig wordt ook wel over ‘reiki meesters’ of beoefenaars van “healing touch” gesproken. Een christen kan wel beweren de gave van genezing te hebben, maar uit welke bron is dat vermogen afkomstig? We hebben meegemaakt dat een broeder dacht de gave van genezing te hebben omdat hij door handoplegging hoofdpijn en kniepijn kon laten verdwijnen. Dit bleek het gevolg van demonische belasting te zijn.

 

Het is dus noodzakelijk om te toetsen of de gave die iemand meent te hebben ontvangen, werkelijk uit God is. Hoe je dat met de gave van profetie doet hebben we al besproken onder punt 2.3.2. Zie verder deze voetnoot. (42)

 

5. De ernst van de situatie, de gevolgen van het charismatische standpunt

 

Het antwoord dat je geeft op de vraag of alle geestesgaven nog voor nu zijn, heeft grote impact op het persoonlijk geloofsleven en op het gemeenteleven.

 

Als het charismatische standpunt juist is, dan missen wij als traditionele evangelische- en reformatorische christenen iets. Dan missen wij een zegen van de Heer. God kan dan niet in ons werken zoals Hij dat zou willen doen. Je wilt uiteraard niet missen wat God je wil geven, daarom moeten wij die zegen gaan zoeken. Bijvoorbeeld door een cursus profeteren te gaan volgen. Of door ons de handen op te laten leggen voor de vervulling met Gods Geest. Je moet in geloof verwachten dat je grotere werken als Jezus gaat doen, zoals genezen en profeteren. Je moet oefenen in innerlijk luisteren. Je moet naar binnen leren kijken, letten op woorden, beelden, visioenen en gevoelens die in je op komen. NOOT43 (43)

Als je het charismatische standpunt aanvaardt, dan is dit de logische toepassing van die ‘waarheid’.

 

Hetzelfde geldt voor de impact op het gemeenteleven. Als alle geestesgaven nog voor nu zijn en noodzakelijk zijn voor een krachtig gemeenteleven, dan ontbreekt er iets belangrijks in niet charismatische gemeenten. Daar moet wat aan gedaan worden. Allereerst moeten de gemeenteleden gaan inzien wat ze missen. Daarom moet aan de gemeente uitgelegd worden dat gaven zoals profetie, genezing en tongen tegenwoordig nog van groot belang zijn. De gemeenteleden moeten gestimuleerd worden om deze gaven te zoeken. Bijvoorbeeld door een cursus profeteren of een workshop genezen aan te bieden. We zouden de gemeenteleden ook moeten leren hoe ze het spreken in tongen op gang kunnen brengen.(44)Er moet verder ruimte gecreëerd worden in de gemeentesamenkomsten voor de uitoefening van deze gaven, door bijvoorbeeld momenten van stilte in te bouwen in onze gemeentesamenkomsten. Tijdens deze momenten van stilte krijgen de gemeenteleden de gelegenheid om naar binnen te kijken. Zodra iemand een woord, een beeld of een indruk doorkrijgt, kan hij dat dan met de gemeente delen.

 

Alle onderdelen van het gemeenteleven worden door de charismatische theologie beïnvloed.

Neem als illustratie de zielzorg. Aanhangers van de derde golf doen aan charismatische zielzorg, dit wordt ministry genoemd. Het is ingevoerd door John Wimber, de pionier van de derde golf.

Ministry gebed wordt meestal gedaan door een ministry team. Er wordt gesteund op openbaringen van de Geest. De leden van het ministry team krijgen beelden, woorden, indrukken en visioenen over de persoon waarvoor ze bidden. Dat stuurt hun voorbede. Een beschrijving van de methode:

(1)  Het team gaat om de persoon heen staan.

(2)  Meestal wordt handoplegging toegepast

(1) Een van de teamleden roept de Geest aan, nodigt de Geest uit (45)  

(2) Daarop bidden de teamleden één voor één voor de persoon.

(3) Er wordt ‘luisterend’ gebeden. Terwijl de teamleden bidden, zien ze uit naar beelden,  woorden en indrukken die God hen in zou geven.

(4) Er wordt verwacht dat Gods Geest in de persoon waarvoor zij bidden gaat werken. Er wordt uitgezien naar emotionele reacties. Maar ook naar fysieke reacties zoals trillen, vallen in de Geest, en stuiptrekkingen. Als de teamleden dat zien, dan wordt die veronderstelde werking van Gods Geest door hen gezegend.

Deze manier van zielzorg kan eigenlijk alleen effectief worden uitgevoerd door christenen die geleerd hebben om ‘luisterend te bidden’. Je moet in staat zijn om beelden, indrukken, en woorden van de Heer op te vangen.

 

Een onwezenlijke irrationele sfeer

 

In gemeenten waar men zich uitstrekt naar profetie, spreken in tongen en de gave van genezing heerst een subtiele, irrationele sfeer. Er wordt beweerd dat de gave van genezing er nog is, terwijl er bijna niemand geneest. Men denkt dat er geprofeteerd wordt, terwijl veel profetieën niet uitkomen. Innerlijke leiding wordt verward met profetie. Dit alles schept een absurde, onwezenlijke sfeer. Iedereen doet alsof mensen genezen, terwijl het niet zo is. Iedereen doet alsof er geprofeteerd wordt, maar er zijn geen profeten meer van het type Agabus. Iedereen doet alsof de keizer kleren aan heeft, terwijl dat niet het geval is.

 

Het gaat niet samen

 

Het traditionele standpunt over de geestesgaven (cessationisme) en het charismatische standpunt gaan niet samen. Dat geldt ook voor het derde standpunt dat we hiervoor hebben besproken. Ook dat standpunt is niet met het charismatische standpunt te verenigen. Zoals we hiervoor zagen gaat het hier niet om een puur theoretische discussie. Het standpunt dat je inneemt heeft grote impact. Zowel voor de persoonlijke geloofsbeleving als voor het gemeenteleven. 

 

Als je in een traditionele evangelische gemeente de charismatische standpunten van de “derde golf” uit gaat dragen, dan zorg je voor verdeeldheid.

Een aantal gemeenteleden zal overtuigd worden door de charismatische theologie. Zij zullen als gemeente de weg op willen gaan die de derde golf aanwijst. Hierboven hebben we besproken wat dat concreet inhoudt. Bijvoorbeeld het aanbieden van een cursus profeteren. Momenten van stilte invoeren, zodat mensen naar binnen kunnen kijken om een boodschap van God te ontvangen. Invoering van een ministry team. Andere gemeenteleden moeten niets van deze praktijken hebben. Zij vinden het onverdraaglijk en het is in hun ogen een gruwel, omdat zij doorzien dat het hier om bedrog gaat. Zij beseffen ook dat er in de charismatische beweging een gevaarlijke occulte onderstroom is, die zij tot hun afgrijzen in hun gemeente zien binnen komen.

 

Je kunt in deze kwestie niet zeggen: “Jij denkt er zo over, ik denk er zo over. Laten we elkaar vrij laten en elkaar verdragen.” Zo werkt dat niet in dit geval. Welke boodschap ga je brengen in een gemeente. De ene keer dat genezing, spreken en tongen en profetie voor de begintijd van de gemeente waren en de volgende keer dat deze gaven nog voor nu zijn en we ons daarnaar uit moeten strekken?

 

Aanbevolen voor verdere studie:

 

+ Een bespreking en weerlegging van de leringen van Wayne Grudem over feilbare profetie

   https://www.toetsalles.nl/pdf/grudem.feilbare.pdf

 

+ Een overzicht van wat de Bijbel over profetie leert

    https://www.toetsalles.nl/pdf/profeteren.ha.pdf

 

+ De cursus Luisterend bidden – een analyse en waarschuwing

   Een cursus in profeteren, charismatische theologie en rooms-katholieke mystieke technieken

   https://www.toetsalles.nl/pdf/luisterend.bidden.ha.pdf

 

+ Het geringe resultaat van de hedendaagse genezingsbedieningen

   https://www.toetsalles.nl/pdf/gering.resultaat.pdf

 

+ Paul Washer on spiritual Gifts and Tongues

   https://www.youtube.com/watch?v=XcJ7ow_rhYM

 

+ De opnamen van de Strange Fire conferentie (John MacArthur)

    https://www.youtube.com/playlist?list=PLcpTMSL-FR-duvHk-xYVLOGCQRLnYBNxU

    Luister bijvoorbeeld naar de lezingen van Nathan Busenitz .

 

Aanbevolen boeken:

 

+ “Strange fire”, John MacArthur

 

+ “Spiritual gifts. .”, Thomas R. Schreiner

 

+ “Perspectives on pentecost. ”, Richard B. Gaffin Jr.

 

+ “To be continued? ”, Samuel E. Waldron

 

+ “A biblical case for cessationism. ”, Tom Pennington

 

+ “Het teken van de talen”,  Fernand Legrand

 

+ “Signs and wonders”, Norman Geisler

 

+ “The pentecostal-charismatic movements”, David W. Cloud

 

+ “De belofte van genezing”, Richard Mayhue

 

+ “Doet God nog steeds wonderen?”, Dr. Brad Burke

 

      ----------------------------

 

De eindnoten

 

[1]. Herman Bavinck merkt in het derde deel van zijn bekende Gereformeerde Dogmatiek op dat de uitstorting van de Heilige Geest in de eerste tijd in vele buitengewone krachten openbaar werd. Op blz. 498 van ditzelfde deel zegt hij over deze buitengewone krachten “Zij waren in den eersten tijd nodig, om aan de Christelijke belijdenis ingang en bestand in de wereld te verschaffen” (Greformeerde dogmatiek”, 3:498). Voor een vertegenwoordiger van het traditionele evangelische standpunt, zie bladzijde 1176- 1187 van “Systematic Theology” van Norman L. Geisler.

 

2. Profetie is niet alleen openbaringsgave, maar ook een tekengave. Bij profetie als tekengave moeten we vooral denken aan toekomstvoorspelling en openbaring van verborgen kennis. Het is echter in de eerste plaats een openbaringsgave. Talen zouden ook geschaard kunnen worden onder de openbaringsgaven. Zij functioneren als een teken (1 Kor. 14:22, Hand. 2:6-8). Maar als de talen vertaald worden, zijn zij ook een bijzondere vorm van profetie  (1 Kor. 14:5).

 

3. Een voorbeeld van een charismatische theoloog is Wayne Grudem. Zie hoofdstuk 29 en 30 van zijn boek: “Bijbelse theologie, essentieel onderwijs over het christelijk geloof”. Deze hoofdstukken zijn een verkorte versie van hoofdstuk 52 en 53 van Grudems Systematische theologie. In deze hoofdstukken verdedigt Grudem het voortduren van de tekengaven en van profetie.

 

4.Een voorbeeld van iemand die dit standpunt aanhangt is Robert Saucy. Zie zijn bijdrage aan het boek: “Are miraculous gifts for today?” Een ander voorbeeld is Paul Washer. Zie de volgende video https://www.youtube.com/watch?v=XcJ7ow_rhYM . Deze video is geraadpleegd in juli 2023. Washer noemt zichzelf hier “a pratical cessationist”.

 

5. Het kan hier niet om de profeten van het Oude Testament gaan. Het ‘geheimenis van Christus’ was in het Oude Testament nog een verborgenheid. De profeten van het Oude Testament wisten er nog niet van, God had het hen niet

bekend gemaakt. “...het geheimenis van Christus, dat in andere tijden [Oude Testament] niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen...”

 

6. In charismatische kring worden regelmatig profetieën uitgesproken over de hemel, de hel en de eindtijd. Ook over de engelenwereld en geestelijke strijd. Er worden dingen gezegd over deze zaken die niet in de Bijbel staan. Met deze profetieën voegen ze toe aan Gods Woord en soms gaan ze zelfs rechtstreeks tegen Gods Woord in. Alles wat wij over de engelenwereld en geestelijke strijd moeten weten, staat in de Bijbel. Wat daar boven uit gaat is van geen enkel belang voor ons geestelijk leven en kan zelfs schadelijk zijn. Hetzelfde geldt voor de leer van de Bijbel over de hemel, de hel en de eindtijd. Profetieën die daar iets aan toevoegen zijn voor ons als christen van geen enkele waarde. Het doet alleen maar afbreuk aan wat God ons in zijn Woord over deze dingen zegt.

 

7 Zie Handelingen 2:16-18. Petrus ziet de gave van talen als een vorm van profetie. Dit blijkt ook uit de aard van deze gave. Iemand die in tongen spreekt, geeft in een vreemde taal, een boodschap door die hem rechtstreeks door God wordt ingegeven. Hetzelfde gebeurt bij profetie, alleen een profetie wordt uitgesproken in de eigen taal. Als talen (tongen) vertaald werden, dan functioneerde het in de gemeente als een vorm van profetie (1 Korinthe 14:5).


8
. De Herziene Statenvertaling luidt: “God heeft er bovendien mede getuigenis aan gegeven door tekenen en wonderen en allerlei krachten”. Deze vertaling plaatst de tekenen, wonderen en krachten in de verleden tijd. Dit is grammaticaal gezien de beste vertaling. Het genitief absoluut συνεπιμαρτυροῦντος τοῦ θεοῦ  vervult een bijwoordelijke functie ten opzichte van het werkwoord ἐβεβαιώθη. In veel gevallen is de functie van het genitief absoluut temporeel. In dit geval is dat waarschijnlijk ook zo. Een (temporeel) participium in de tegenwoordige tijd drukt vaak een handeling uit die tegelijkertijd met het hoofdwerkwoord plaats vindt (“Greek grammer beyond the basics, Daniel B. Wallace, blz. 614,615, 623-627,654-655 ).

 

9. De gave van talen was ook een tekengave (1 Kor. 14:22; Marcus 16:17). Zo functioneerde het op de pinksterdag (Hand. 2:7-12.). Het was daarnaast echter ook een vorm van profetie. Een profetie die uitgesproken werd in een taal die de persoon in kwestie niet kende.

 

[1]0. Deze citaten komen uit “The pentecostal-charismatic movements: the history and error” van David W. Cloud (blz. 25-27). Het citaat van Johannes Chrysostomus komt uit:Homilies on 1 Corintians,” (“The Nicene and Post-nicene Fathers”, Vol. XII, Hom. 29:2). Het citaat van Augustinus komt uit: “Homilies on the First Epistle of John”. Het citaat van Calvijn komt uit: “Institutes of the Christian Religion, Book IV: 19 en18”. Het citaat van Matthew Henry komt uit: “Expositions of the OT&NT ”, Vol IV, blz. VII. Het citaat van Jonathan Edwards komt uit: “Charity and Its Fruits”, blz. 29. Het citaat van George Whitefield komt uit “Second Letter to the Bishop of Londen” (“Works”, Vol. IV, blz. 167)

 

11. Zie,“Een koninkrijk van kracht. Evangelisatie door tekenen en wonderen”, John Wimber, blz. 178-194.  

 

12. Elke geestesgave moet worden uitgeoefend onder leiding van Gods Geest. Dat geldt ook voor de geestesgave van genezing. De apostelen genazen niet elke zieke die ze tegenkwamen. Ze genazen alleen als Gods kracht tot genezing met hen was. In dat geval kwam niemand te vergeefs voor genezing bij hen (Handelingen 28:8,9). Onder leiding van God genazen ze op die momenten allen die tot hen kwamen van alle mogelijke ziekten. Deze gave functioneerde in de context van de evangelieverkondiging. Ze was niet bedoeld om de gemeente gezond te houden. In 2 Timotheus 4:20 lezen we bijvoorbeeld dat Paulus een van zijn medewerkers ziek achter moest laten. In 1 Timotheus 5:23 adviseert Paulus Timotheus om beetje wijn te gebruiken voor zijn maagklachten (1 Timotheus 5:23).          

 

13. Er zijn geen berichten van genezingen, profetieën, of van spreken in tongen op grote schaal. Dit wordt bevestigd door het getuigenis van twee van de leiders van de Great Awakening, Jonathan Edwards en George Whitefield. Zie de citaten van Edwards en Whitefield bij punt 2.2. Beiden geven aan dat de tekengaven sinds de tijd van de apostelen zijn verdwenen, en dat ze ook in hun tijd niet meer voorkwamen.

 

14. Zie het boek van Dr. Brad Burk:“Doet God nog steeds wonderen? Wondergenezingen bekeken door een arts.” Zie ook het boek van Richard Mayhue “De belofte van genezing”.

 

15. Zie dit onderzoek naar een genezingsbijeenkomst van Jan Zijlstra in de Alblasserwaard, uitgevoerd door onderzoeksjournalisten van de EO: www.internetbijbelschool.nl/htmldoc/zijlstra-leonie.htm De journalisten konden vier mensen vinden die getuigden dat zij waren genezen. Ze namen contact met hen op. Eén van hen gaf aan helemaal niet genezen te zijn. En twee van hen gaven aan dat de klachten weer terug waren gekomen.

 

16. Twee voorbeelden. (1) C. Peter Wagner. Over Wagner werden regelmatig profetieën uitgesproken, maar met de meeste van deze profetieën kon hij naar eigen zeggen niet zo veel. Hij vertelt dat Gods Geest hem vaak al direct liet zien dat deze profetieën niet van Hem afkomstig waren.

Een citaat: “Ik ben van mening dat het mijn verantwoordelijkheid is om de profetieën die over mij uitgesproken worden te beoordelen. In veel gevallen beoordeel ik de profetie terwijl hij uitgesproken wordt en halverwege weet ik dat de Heilige Geest, die mij vervuld heeft, mij niet toestaat om met deze profetie in te stemmen. Wanneer bijvoorbeeld iemand plechtig verklaart, dat gebeurt af en toe, dat ik geraadpleegd zal worden door koningen, presidenten en minister presidenten, dan schenk ik er al snel geen aandacht meer aan.”  (“Apostels and prophets”, Hector Torres, blz.173)                                                                                                     

Wagner erkent in dit citaat dat veel van de profetieën die in charismatische kring over hem persoonlijk werden uitgesproken niet uit God waren.

Een paar bladzijden later spreekt Wagner over wat hij “beleggingsprofetieën noemt”. Dat zijn boodschappen van profeten over ontwikkelingen op de financiële markten met profetische adviezen over hoe wij onze financiën moeten beheren. De meeste daarvan neemt Wagner niet serieus. In zijn ogen zijn het dus geen ware profetieën die van God afkomstig zijn. Op bladzijde 175 lezen we:“Ik heb nog heel veel andere profetieën gehoord over financiële zaken, onder andere profetieën die aankondigden dat het wereldbankensysteem in elkaar zou storten voor het einde van het laatste millennium en geen van deze profetieën zette mij er toe aan om in actie te komen.”

Wagner geeft dus toe dat veel profetieën die hij hoorde valse profetieën waren. Maar dat doet hem niet veel, hij vindt het blijkbaar normaal. 
(2) Bob Jones. Een ander opmerkelijk voorbeeld is een uitspraak van Bob Jones, een bekende charismatische ‘profeet’.

In een interview met Mike Bickle geeft hij toe dat hij er ongeveer 33% van de tijd naast zit. Dit zou volgens hem ook het geval zijn bij andere hedendaagse profeten.
Een citaat: “Jones: The Rhema [gesproken woord van God] will be two-thirds right on. Not quite time for Ananias en Sappira yet” Bickle: “The Lord actually said that sentence to you?” Jones: “Yeah, I mean what He was really showing me was: I’m going to release the Rhema to where that many begin to move two-thirds right on with their words, and the other third will be like poppin’ a bullet at the enemy and he woudn’t fire. It was a blank. And He (God) said: I’m the one that’s loading the gun, so there’s going to be some blanks there … the blanks is pointed in the general direction of the enemy anyway, … If I (God) release the 100% Rhema right now, the accountabillity would be so awesome and you’d have so much Ananias and Sappira going on the people couldn’t grow.” (Wandering stars”, Keith Gibson, blz. 247)

 

17 . Zie bijvoorbeeld de cursus “luisterend bidden” van New Wine. De schrijvers van deze cursus geven toe dat profeten er tegenwoordig regelmatig naast zitten. Een citaat uit het cursusboek:“Misschien vind je dat wel erg subjectief klinken. En hoe onderscheid je dan nog tussen Gods stem en je eigen gedachten en gevoelens? In zijn bekende boek ‘God verstaan’ legt Dallas Willard uit dat God juist vaak via onze eigen geest spreekt...Dit betekent meteen dat het niet altijd even duidelijk is of iets ‘van God’ is, of dat het onze eigen gedachten en gevoelens zijn. Dat zou ons voorzichtig moeten maken om iets als “van God” te benoemen, zeker wanneer we het delen met anderen.”  (Het cursusboek“Gemeentecursus luisterend bidden”,  New Wine, blz. 58)
Christenen die profeteren zijn volgens deze cursus niet altijd goed in staat om hun eigen gedachten te onderscheiden van de gedachten van God, daarom kunnen ze zich vergissen. Achteraf blijkt dan dat de boodschap die zij doorgaven toch niet van God afkomstig was.

De schrijvers van de cursus gaan er van uit dat hun lezers er op z’n minst af en toe naast zitten wanneer ze profeteren. Daarom raden ze de cursisten aan om op te passen met het claimen van goddelijk gezag, en niet over naderend onheil, toekomstige kinderen en relaties te profeteren.
Een citaat uit het cursusboek:“Als je een woord of beeld deelt, kun je dat op twee manieren doen. Je zou kunnen zeggen: “Zo zegt de Heer...”(of iets in die trant). Je begrijpt: dat is behoorlijk massief en opdringend. Met de levensgrote pretentie dat jij woordelijk weet wat God tegen diegene wil zeggen. En ook al ben je er oprecht van overtuigd dat het woord of beeld inderdaad van God is, misschien zelfs woordelijk, dan nog is het onverstandig om dit zo te delen en op voorhand “goddelijk gezag” te claimen. Je zou diegene geen enkele ruimte laten om het woord te heroverwegen of naast zich neer te leggen. En bovendien: misschien zit je er toch naast. Niet doen, dus.” (“Gemeentecursus luisterend bidden”, NewWine, blz 70).

 

18. “Tongues of men and angels” , William Samarin. Het boek is beschikbaar op het internet: https://archive.org/details/tonguesofmenange0000sama/page/n7/mode/2up .

 

19 Showing the Spirit”, D.A. Garson, blz. 107

 

20. Zie hoofdstuk 6 van “Het teken van de talen” door Fernand Legrand.

 

21. Ook de aanhangers van de derde golf staan op het charismatische standpunt. Onder anderen Wayne Grudem, Sam Storms, Derek Morphew, Jack Deere, John Wimber.

 

22. Charismatici zullen het hier ongetwijfeld niet mee eens zijn. Ze zullen wijzen op 1 Korinthe 13:8-10 en Handelingen 2:16-20. Bij deze teksten zullen we stilstaan onder punt 3.2

 

23. Zie bijvoorbeeld Wayne Grudem, Systematic theology”. Een citaat van bladzijde 1257:

“Against the background of Jesus’ ministry and the earlier ministry of the disciples with Jesus, the disciples present at Pentecost would rightly have expected that powerful evangelistic preaching, deliverance form demonic oppression, physical healing, and perhaps also prophecy, dreams, and visions would all begin and continue among those who believe in Christ, and that these things would be characteristic of the new covenant age that began at Pentecost”

 

24. Regelmatig wordt de uitdrukking: alle vleesuit vers 17, opgevat als een verwijzing naar “alle volken”, zowel het volk Israël als de heidenvolken, “En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees...”. Deze uitleg wordt weersproken door de context, vers 17 gaat na deze woorden als volgt verder: “en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongemannen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen. ”. Met “uw zonen” “uw dochters” “uw jongemannen” en “uw ouderen” wordt het volk Israël bedoeld. Over het overblijfsel van het volk Israël zal God in de eindtijd zijn Geest uitstorten, over de heidenvolken stort God zijn toorn uit (Zacharia 12:9,10).

 

25. De wondertekenen waar Joël over spreekt, plaatsen de profetie aan het eind van grote verdrukking, vlak voor de wederkomst van Christus. De tijd dat het volk Israël tot geloof zal komen (Romeinen 11:25,26). Zie Mattheus 24:29,30.

 

26. In 1 Korinthe 12 legt Paulus uit dat we als christenen niet allemaal dezelfde geestesgaven hebben gekregen. Hij gebruikt daarvoor het beeld van het lichaam. Een lichaam bestaat niet slechts uit één lichaamsdeel, maar uit allerlei verschillende leden. Zo is het ook in de gemeente van Jezus Christus, de een onderwijst, de ander spreekt met wijsheid, de volgende profeteert. Gods Geest geeft aan de een dit en aan de ander dat, maar hij geeft niet iedereen dezelfde gaven. In die tijd kon dus lang niet iedere christen profeteren.

 

27. Over de uitleg van de uitdrukking “wanneer het volmaakte komt” bestaat verschil van mening. Wij vatten dit op als de terugkomst van Jezus. Maar sommige aanhangers van het cessationsime leggen deze uitdrukking uit als de voltooiing van het Nieuwe Testament. Zie bijvoorbeeld blz. 100-103 van “Is the gift of prophcy for today?” van  David Farnell. Anderen als de zaligheid der zielen die ons deel wordt op het moment dat wij overlijden. Zie blz. 148,149 van “Strange Fire” van John MacArthur.

 

28. Dit Bijbelgedeelte wordt ook gebruikt om te bewijzen dat de gave van tongen zal blijven tot aan de wederkomst. Strikt genomen wordt er in dit Bijbelgedeelte echter niets gezegd over het tijdstip waarop de gave van talen zal verdwijnen. Er wordt alleen gezegd dat, “talen zullen ophouden”, maar wanneer dat zal gebeuren wordt niet vermeld.

 

29. De praktijk van de genezingsbedieningen staat heel ver af van de genezingswonderen die Jezus en de apostelen verrichtten. Jezus genas iedereen, van elke ziekte. In Mattheus 4:23 lezen we “En Jezus trok rond in heel Galilea, gaf onderwijs in hun synagogen en predikte het Evangelie van het Koninkrijk, en Hij genas elke ziekte en elke kwaal onder het volk”. Zie ook Mattheus 9:35.  Jezus genas onmiddellijk, volledig en blijvend (Mattheus 8:13; Marcus 5:29; Lucas 5:13; 17:14; Johannes 5:9 ). Het zelfde geldt voor de apostelen (Handelingen 5:16; 28:7-9).

 

30. De verbreiding van het pinkstergedachtengoed vond plaats in drie golven. De eerste golf was het ontstaan van de pinksterdenominaties aan het begin van de twintigste eeuw. De tweede golf was het ontstaan van de charismatische beweging in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het pinkstergedachtengoed kreeg in die tijd voet aan de grond in de protestantse kerkgenootschappen en in de Rooms-katholieke kerk. Vanaf de jaren tachtig ontstond er openheid voor het charismatische gedachtengoed in evangelische kring. Bij de verspreiding in evangelische kring speelde het Fuller Theological Seminary een belangrijke rol. Aan deze evangelische theologische opleiding werd lesgegeven door C. Peter Wagner en John Wimber. Beiden waren invloedrijke leiders in de derde golf. Bekende theologen van de derde golf zijn: Derek Morphew, Wayne Grudem, Sam Storms en Jack Deere. De theologische opvattingen van deze drie golven komen grotendeels overeen. Allen gaan er van uit dat gaven zoals profetie, spreken in tongen en genezing vandaag de dag nog in de gemeente behoren te functioneren. Zie hoofdstuk 1 van het boek: “In drie golven” van drs. M. Amesz.

 

31.  Het koninkrijk van God staat, volgens de theologie van de derde golf, voor heelheid van de gehele schepping, waaronder fysieke genezing. Het koninkrijk is nu al aanwezig en openbaart zich in wonderen en tekenen. Maar het is nog niet ten volle doorgebroken. Vandaar dat soms iemand geneest (het koninkrijk openbaart zich) en een andere keer geneest iemand niet (het koninkrijk is er nog niet ten volle). “Why are some healed, while others are not? Why does healing happen some of the time, but not all the time? Those who lack the kingdom as a model for healing will tend to lack the sense of the mysterious.  They will place too much emphasis on the role of the believing or unbelieving subject, or on the role of the believing or unbelieving prayer. The truth is that whenever someone is healed, it bears witness to the fact that the kingdom is here. Whenever someone is not healed, it bears witness to the fact that the kingdom is not yet here….ultimately, the only way to explain what does and does not happen is to understand the already and not yet of the kingdom. ” (“Breakthrough: Discovering the Kingdom”, Derek Morphew, blz. 143”)

 

32. Zie bijvoorbeeld “Systematic Theology, an introduction to biblical doctrine”, 2de druk, van Wayne Grudem. Grudem is een voorstander van de charismatische genezingsbedieningen. Hij verdedigt in zijn systematische theologie de genezingsbediening van John Wimber. Hij haalt op bladzijde 1188 in een voetnoot een onderzoek aan waaruit zou blijken dat 30% van de mensen bij John Wimber werden genezen. Op blz. 477 erkent hij dat de bediening van de apostelen uniek was. Hij spreekt over: “An unusual concentration of Miracles in the Apostoles’ Ministry”. Op bladzijde 1262 en 1263 betoogt hij dat een gave in kracht kan variëren. In de één kan een gave krachtiger werkzaam zijn dan in een ander. Op blz. 1287 geeft hij toe dat de gave van genezing vandaag de dag niet meer zo krachtig werkt in de gelovigen als in de tijd van het Nieuwe Testament, al sluit hij niet uit dat deze gave ook vandaag de dag nog net zo krachtig zou kunnen werken in de gelovigen.

 

33. Onder meer Wayne Grudem, Jack Deere, Sam Storms, Derek Morphew. Voor de opvatting van Wayne Grudem over profetie, zie hoofdstuk dertig van “Bijbelse theologie, essentieel onderwijs over het christelijk geloof”

 

34. Voor een uitgebreide bespreking, zie deze studie: https://www.toetsalles.nl/pdf/grudem.feilbare.pdf

 

35. Zie blz. 121-123 en 133 van “The gift of prophecy” van Wayne Grudem.
Een citaat van bladzijde 133: “All must recognize that the revelation is partial, and may not be clear to the person prophesying, and may contain elements of mistaken understanding or interpretation on the part of the person prophesying”

 

36. Voor een bespreking van deze twee Bijbelgedeelten, zie punt 8.2 (onderdeel 3) van deze studie: www.internetbijbelschool.nl/pdf/profeteren.ha.pdf

 

37. Zie de studies 11 en 12 van deze serie over de praktijk van het christen leven: https://www.honderdbijbelstudies.nl/category/praktijk-christenleven/page/2  In deze studies wordt uitgebreid stil gestaan bij de vraag hoe je de wil van God vindt. Zie ook de studies 13, 14, 15 en 16.

 

38. Lukas gebruikt in Handelingen het werkwoord laleo (spreken) en het naamwoord glossa (tongen). Paulus doet hetzelfde in 1 Korinthe 12-14. Er zijn daarnaast nog acht opmerkelijke overeenkomsten (1 ) In beide gevallen is de bron van deze gave de Heilige Geest (Vergelijk Handelingen 2:4, 18; 10:44-46; 19:6 met 1 Kor. 12:1,7,11).  (2) In beide gevallen werd er niet slechts in één vreemde taal gesproken, maar in allerlei talen (Handelingen 2:4,7-12; 1 Korinthe 12:10)  In al deze teksten wordt over “talen” gesproken in het meervoud. Zie ook 1 Korinthe 12:30; 13:1,8; 14:5,6,22,23,39. (3) In beide gevallen werd deze gave niet slechts ontvangen door de apostelen, maar ook door anderen in de gemeente (Vergelijk Handelingen 1:15; 10:46; 19:6 met 1 Korinthe 12:30; 14:18). (4) In beide gevallen wordt de gave omschreven als een gave van spraak (Vergelijk Handelingen 2:4, 9-11 met 1 Korinthe 12:30; 14:2,5). (5) In beide gevallen kon de boodschap vertaald en begrepen worden. Door hen die deze talen spraken of door iemand met de geestesgave van vertaling (Vergelijk Handelingen 2:9-11 met 1 Korinthe 14:5, 13). (6) In beide gevallen diende de gave als een teken (Vergelijk Handelingen 2:5, 12, 14, 19 met 1 Korinthe 14:21-22). (7) In beide gevallen was er een nauw verband tussen de gave van tongen en profetie (Vergelijk Handelingen 2:16-18; 19:6 met 1 Korinthe 14). (8) In beide gevallen reageerden de ongelovigen die de boodschap niet konden verstaan met afkeer en spot (Vergelijk Handelingen 2:13 met 1 Korinthe 14:23).

 

39. Paulus spreekt in 1 Korinthe 13:1 ook over engelentalen. Veel pinkstergelovigen leiden hier uit af dat tongentaal ook een engelentaal kan zijn. Deze uitleg is twijfelachtig. In 1 Korinthe 13:1-3 bespreekt Paulus vier situaties. (1) Wat als ik de talen van de mensen en de engelen sprak? (2) Wat als ik alle geheimenissen wist en alle kennis die er is, bezat? (3) Wat als ik al het geloof bezat en daardoor in staat was om bergen te verzetten? (4) Wat als ik alles wat ik had uitdeelde aan de armen en zelfs mijn lichaam overgaf ter verbranding?  Deze situaties zijn allemaal slechts hypothetisch. Paulus was niet in staat om in al de talen van de mensen en de engelen te spreken. Net zo min als hij alle kennis bezat.

Deze tekst kan daarom niet als bewijs dienen voor de opvatting dat tongentaal ook engelentaal kan zijn. Het kan hier namelijk heel goed om overdrijving (hyperbool) gaan. We moeten deze tekst waarschijnlijk als volgt opvatten: “Wat als ik niet alleen de talen van de mensen sprak, maar zelfs in staat was om in de talen van engelen te spreken? In werkelijkheid kan ik dat natuurlijk niet. Ik spreek wel in vele talen van mensen, maar in de talen van engelen spreek ik niet. Maar wat als ik dat wel kon?”. “Wat als ik alles wat er te weten is wist, en alle geheimenissen kende. In werkelijkheid is dat niet zo, mijn kennis is slechts gedeeltelijk, maar wat als dat wel zo was?” Enzovoort. 

 

40. Zie verder 1 Timotheus 1:18.

 

41. Op blz.127 van het boek “Are the miraculous gifts for today?” zegt Robert Saucy: “The attempt to see prophecy as having different levels, ranging form that which is totally God’s Word and therefore inerrant to that which is mixed with varying degrees of human thought including error, is difficult to support biblically. Prophecy as revelatory speech.

 

42. Het eerste wat je moet doen, is het aan de Heer vragen. Vraag aan de Heer wat de bron is. Dat kun je alleen doen of samen met een volwassen christen. Voor uitleg hoe de gave van spreken in tongen te toetsen, zie punt 10.10 van deze studie www.internetbijbelschool.nl/wordbest/baslhg10.doc. Je kunt de principes die daar worden besproken ook toepassen op andere tekengaven en profetie.

 

43. Al deze dingen worden bijvoorbeeld onderwezen in de cursus “Luisterend Bidden” die de charismatische organisatie ‘NewWine’ aanbiedt. Voor een bespreking van die cursus, zie dit document: https://www.toetsalles.nl/pdf/luisterend.bidden.ha.pdf

 

44. Voor enkele van die technieken, zie onderdeel (5) van punt 10.10 van deze studie: www.internetbijbelschool.nl/wordbest/baslhg10.doc

 

45. De Bijbel leert ons nergens om te bidden tot de Geest, Jezus leert ons om te bidden tot God de Vader (Math. 6:6:9; Joh. 16:23,24). We vinden in de Bijbel geen voorbeelden van mensen die tot de Heilige Geest baden. Het oproepen van de Geest, of het uitnodigen van de Geest is ook niet Bijbels, het is een heidens gebruik. Toverdokters moeten eerst hun geest (demon) erbij roepen voor ze bovennatuurlijke dingen kunnen doen.