DE ALPHA-CURSUS EN HET WOORD VAN GOD

Chris Hand

Oorspronkelijke titel: Falling short? The Alpha course examined.

1998 Day One Publications, Epsom, Surrey, U.K.

 

Inhoud

Opmerkingen van de vertaler

Voorwoord

1 Alpha: Een hedendaags succesverhaal

2 Alpha: Wat het is

3 De waarheid van het evangelie

4 Meer over de waarheid van het evangelie

5 Het evangelie volgens Alpha

6 Het ontbrekende hart van Alpha

7 Alpha, een krachteloos evangelie

8 Een weekendje weg

9 Een heel ruime gemeente

10 Is er leven na Alpha?

Bibliografie

 

OPMERKINGEN VAN DE VERTALER

Met toestemming van de auteur, een Engelse Baptistenpredikant, is de vertaling hier en daar verkort, met name zijn passages die typerend zijn voor de Britse situatie weggelaten of ingekort. De vele Alpha-ronnen die Chris Hand citeert, zijn rechtstreeks door ons vertaald, zonder de Nederlandse uitgaven te raadplegen. Wij zouden graag dit boekje willen verspreiden onder voorgangers van gemeenten die met de Alphacursus werken. Als u adressen voor ons hebt, zouden wij die graag van u horen. We leven in een tijd waarin we overspoeld worden met allerlei leringen en er zijn maar weinigen die ze toetsen aan het onveranderlijke Woord van God. Dit boekje is een eerlijke, liefdevolle toetsing van de Alpha-cursus aan de Schriften.

Stichting De Gouden Kandelaar, Twello

Van der duyn van Maesdam straat 89

7391 VK Twello

 

VOORWOORD

Regelmatig wordt de vraag gesteld of iemand een beoordeling van de Alpha-cursus geschreven heeft. Alpha is door talloze gemeenten enthousiast in gebruik genomen als een evangelisatie methode. De samenstellers ervan benadrukken dat de cursus het informele van een huiselijke omgeving combineert met de absolute basiswaarheden van het evangelie. Veel voorgangers hebben echter hun grote zorg erover uitgesproken dat de waarheid van het evangelie in hun ogen verwrongen wordt. Anderen klagen dat het een paard van Troje is dat bedoeld is om de meer "traditionele" gemeenten dieper met de charismatische leer te penetreren. Dit paard komt beslist uit dezelfde stal als de Toronto-zegen en het leert de cursisten al gauw een charismatische opvatting van de heilige Geest.

De methoden en inhoud van de Alpha-cursus gaan radicaal anders met het evangelie om dan de evangelische christenen in het verleden. Het verschil is zo groot, ja, slaat een totaal nieuwe richting in, dat christenen die onderscheid hebben het met de grootste voorzichtigheid moeten beoordelen.

Een zorgvuldige analyse komt duidelijk te laat, met de nadruk op zorgvuldig, omdat iets wat niet beredeneerd en gedocumenteerd is nauwelijks serieus tot nadenken prikkelt.

Dit onderzoek van de Alpha-cursus voldoet volkomen aan de behoefte zoals voorgangers en predikanten die hebben uitgesproken. Het is een kritiek van hoge kwaliteit die vakkundig de achtergrond, inhoud en resultaten bijeenbrengt. Het overzicht dat het van alle aspecten van de cursus geeft, zal hen die voor alles trouw aan hun bijbel willen blijven, zowel schokken als verontrusten.

Elke waarschuwende bediening loopt het gevaar verkeerd begrepen te worden in de super-irenische cultuur van vandaag. Toch zijn alle eeuwen door pelgrims ver uit de koers geraakt, doordat ze een verkeerde weg insloegen, en de herderlijke zorg van de schrijver ligt voor de hand. Zijn bedoeling is zijn lezers aan te sporen dicht bij de bijbelse methoden te blijven in hun getuigenis naar een verloren wereld. Moge dit boekje overal verspreid worden en Gods kinderen aanzetten tot een ernstige overweging van de dingen die op het spel staan.

Dr Peter Masters

Metropolitan Tabernacle

Londen

1. ALPHA: EEN HEDENDAAGS SUCCESVERHAAL?

 

"Succesverhalen" in de christelijke wereld zijn uiterst zeldzaam. De naam van Jezus Christus bekend maken is voor de meesten van ons in het westen moeilijk. Vroeger was er zegen en waren er heerlijke tijden toen de Heer met grote kracht werkte, maar nu zijn dat slechts vage herinneringen. Vandaag de dag schijnen er maar weinig te zijn die naar het evangelie willen luisteren. Weinigen nemen de tijd om over de Redder der mensheid te horen, die alles heeft gedaan wat nodig is om zielen van het eeuwige verderf te redden. Bovendien, als de mensen al blijven stilstaan om te luisteren, dan komen er toch weinigen echt tot bekering. Uiteraard zijn er heerlijke uitzonderingen, maar in het algemeen is het zeker waar. Er zijn maar weinig succesverhalen.

Voor velen kwam het dan ook als een welkome verrassing een evangelische publicatie te ontdekken die tegen deze trend in leek te gaan. De Alpha-cursus, een serie van 15 bijbelstudies, die ontworpen is om mensen kennis te laten maken met het christelijk geloof en nieuwe bekeerlingen een stevige basis te geven in de leer, is zeer populair geworden, eenvoudigweg vanwege het blijkbare succes. Met zijn goed ontworpen logo en handige formaat heeft de cursus veel gemeenten zeer onder de indruk doen komen van de schijnbare effectiviteit om het evangelie over te brengen aan de moderne generatie. De mensen vragen zich af of ze misschien de Alpha-cursus ook niet in hun eigen gemeente moeten introduceren om hun evangelisatie-resultaten te verbeteren. Enkelen die het misschien weliswaar niet eens zijn met alle accenten van de Alpha-cursus, zijn bang dat ze iets zullen missen van wat de Heer misschien zegent. Het is een belangrijke zaak. Wat moeten wij met de Alpha-cursus aan?

 

Wat gebeurt er?

De schijnbare vruchtbaarheidvan de Alpha-cursus in de bekering van mensen is zo opmerkelijk geweest, dat die in veel gemeenten nu het belangrijkste wapen is in hun evangelisatiepogingen. Talrijk zijn de successen die de cursus heeft teweeggebracht. Sommige gemeenten, die weinig succes hadden met hun evangelisatieprogramma’s, hebben nieuwe inspiratie gekregen door de cursus binnen te halen en ze schrijven veel van de zegen die hun kerk ontvangen heeft toe aan het gebruik van deze cursus. Typerend voor het commentaar van de predikanten en leiders die Alpha in hun gemeenten gebruiken is het volgende:

"Nu we aan het eind komen van onze vierde Alpha-cursus, wordt het steeds moeilijker om in woorden uit te drukken wat we God zien doen. Het is zo fantastisch te zien hoe ieder persoon, inclusief de leiders en helpers, aangeraakt en veranderd wordt door de heilige Geest. Het gaat het menselijk geloof gewoon te boven." (Alpha News, juli 1996, pag.9)

Er zijn talloze berichten over de veranderingen die de Alpha-cursus gebracht heeft in de verhoudingen binnen de gemeenten, omdat de mensen leerden samen te werken. Gelovigen zijn versterkt in hun ijver om het verlorene te bereiken. Het volgende commentaar is typerend:

"Alpha heeft een diepgaande uitwerking gehad op het leven van de mensen in onze gemeente. Meer dan 100 mensen waren erbij betrokken en dit heeft tot gevolg gehad dat er meer eenheid kwam in de gemeente. Het is alsof plotseling iedereen tegelijk de roeiriemen opgepakt heeft en zelfs in dezelfde richting roeit. Het heeft een gemeenschappelijk doel en betekenis aan onze bediening en zending gegeven en ons uit een toestand van introversie gehaald die in toenemende mate gevaarlijk werd." (Alpha News, nov. ’96)

Het allerbelangrijkste is dat de cursus volgens vele getuigen bewezen heeft ongelovigen aan te kunnen trekken en hen naar het schijnt te bekeren. Een gebruiker van de Alpha-cursus spreekt zijn voldoening over de cursus uit:

"Deze evangelist kan met vertrouwen zeggen dat het de meest effectieve vorm van evangelisatie en geestelijke voeding is die hij ooit gezien heeft, en iedereen kan hem gebruiken. Ik wil niet beweren dat de Alpha-cursus gemakkelijk is – het is een moeilijke ervaring geweest, maar de Here gebruikt de inspanning van de gemeente door heel het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten om een grote oogst binnen te halen." (Alpha News, nov. ’96)

Dit is maar één voorbeeld. Vele anderen geloven dat ze getuigen zijn van hetzelfde evangelisatiesucces en een ongekend aantal bekeringen zien.

 

Het is overal!

Men moet inderdaad zeggen dat de groei en populariteit van de Alpha-cursus niet minder dan spectaculair is geweest. Begonnen als een middel voor huiskamer-evangelisatie en discipeltraining in de Holy Trinity Brompton (HTB), een grote en groeiende charismatische Anglicaanse kerk in het westen van Londen, heeft het zich nu tot ver buiten de grenzen van Groot-Brittannië verbreid. Terwijl dit boek geschreven wordt, wordt de cursus gehouden in Albanië, Bolivia, Finland, Servië, Namibië, Kenia, Zwitserland en Zuid-Korea, om maar een paar landen te noemen. Er is alle reden te geloven dat deze lijst al gauw verouderd zal zijn, gezien de enorme stijging in populariteit in de evangelische kerken.

In 1997 waren er 500.000 mensen die de cursus gevolgd hadden, volgens schattingen, maar waarschijnlijk ligt het aantal veel hoger.

 

Wat zeggen de "deskundigen" over de Alpha-cursus?

Bekende christelijke leiders hebben de cursus aanbevolen, waaronder Engelse aartsbisschoppen, internationale evangelisten, John Wimber en anderen. Kerkgenootschappen die er achter staan zijn o.a. Anglicanen, Methodisten, Baptisten, Rooms-Katholieken en nieuwe gemeenten. Waarom staan er zoveel achter de cursus? Omdat:

 

  1. Het werkt!
  2. Dit blijkt de belangrijkste reden te zijn die in verschillende getuigenissen in Alpha News genoemd wordt.

  3. Een methode voor onze tijd
  4. Anderen zijn onder de indruk van het schijnbare vermogen van de cursus om te communiceren met de cultuur van vandaag. John Wimber heeft gezegd:

    "Alpha is ingenieus in de wijze waarop het mensen bijeenbrengt in een huiselijke kring, op uitnodiging. Zo pas je het op functionele wijze aan de twintigste eeuwse cultuur aan en ik ben er dol-enthousiast over." (Alpha News, febr. ’97)

    Eén van de belangrijkste voordelen is dus volgens velen, dat het zo relevant is. Het heeft iets te zeggen dat door de mensen in deze moderne tijd gehoord wordt.

  5. Niet bedreigend

Een ander pluspunt is volgens sommigen, dat de cursus niet-christenen onder de klanken van het evangelie brengt zonder dat ze zich bedreigd voelen. Samen een maaltijd gebruiken voor de aanvang, de niet-agressieve benadering en het gebruik van humor maken dit mogelijk, samen met de openheid voor vragen en de belangrijke rol die uitwisseling van gedachten speelt. Dit maakte indruk op de Britse algemeen directeur van de Evangelische Alliantie:

"Het grote gebod om alle volken tot discipelen te maken, geldt nog steeds vandaag. Alpha geeft ons een hedendaags antwoord voor een niet bedreigende evangelisatie, dat de toenemende belangstelling die het ontvangt, verdient." (Alpha News, febr. ’97)

Iemand anders heeft gezegd: "Ik kan met blijdschap de Alpha-cursus aanbevelen als een manier om het evangelie te brengen die uitdaagt zonder bedreiging."

En nog een ander geluid: "De cursus is plezierig en zonder bedreiging – net als onze Heer zelf."

De kracht van de cursus ligt voor sommigen dus daarin dat het de "bedreigende" benadering van andere evangelisatiemethoden vermijdt en voorkomt dat mensen terugdeinzen.

 

Nader bekeken

Dit boek zou niet nodig zijn als alles wat tot nu toe over de cursus gezegd is, voetstoots kon worden aangenomen. Elke bijbelgetrouwe christen met een verlangen om deze ongelovige wereld te bereiken, zou heel blij zijn te weten dat er een cursus bestaat met zo’n succes als de Alpha-cursus. Dan zou dit boek kunnen volstaan met een hartelijke aanbeveling om zo spoedig mogelijk in iedere gemeente een Alpha-cursus te starten.

Maar er zijn vragen die gesteld dienen te worden. Horen we wel het hele verhaal? Zijn er details die we missen en die de dingen in een ander licht stellen? Heeft de Alpha-cursus werkelijk het succes dat de gebruikers en aanbevelers denken? Hoe werkt het precies? En misschien is de belangrijkste vraag wel of de Alpha-cursus een betrouwbare weergave is van het evangelie. Brengt het werkelijk de waarheden van het evangelie over?

 

Waar gaat het om?

Het is om heel veel redenen belangrijk om deze vragen te stellen en te beantwoorden. Eén van die redenen is dat christenen, net als alle anderen, makkelijk meelopen. De kuddementaliteit besmet ons heel gemakkelijk en maakt dat we dingen accepteren die we eigenlijkzouden moeten verwerpen. In onze tijd van "kleine dingen" zijn we gauw geneigd kritiekloos iets nieuws in onze gemeenten binnen te laten, gewoon omdat het lijkt te "werken". In een tijd waarin het zo moeilijk en teleurstellend is om het evangelie te prediken, is het een grote verzoeking om ons aan een strohalm vast te klampen en alles te proberen waarvan men zegt dat het "werkt".

De Here zelf heeft ons gewaarschuwd: "En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden" (Mat. 24:12,13). Deze woorden gelden voor ons vandaag nu de christelijke kerk omringd is door de machten van een werelds denken, een pluralistische cultuur en oosterse en New Age filosofie. We dienen voorzichtig te zijn voor het geval we iets doen om pragmatische redenen, tegen de regels van de Schriften en tegen beter weten in. In deze tijd, waarin zo weinig kerken groei zien, is het erg gemakkelijk om iets uit te proberen omdat het "werkt", in plaats van het eerst op de juiste wijze te beoordelen.

Sandy Millar schrijft in Alpha News, april ’95: "De punten worden heel duidelijk gemaakt en de uitspraken van Christus bestudeerd – alles in het gezelschap van andere zoekers, in een atmosfeer van liefde en aanvaarding. Door duizenden ingevulde vragenlijsten ter harte te nemen, is de Alpha-cursus aangepast en verbeterd, zodat we kunnen zeggen dat het werkelijk aangepast is aan de noden van onze generatie. Door het evangelie terug te brengen tot de essentiële waarheden, maakt het het christendom toegankelijk voor de mannen en vrouwen van onze hedendaagse cultuur."

Maar wat zijn die "essentiële waarheden"? Wat is er weggelaten? Wat heeft men opgenomen? Welke leerstellingen vindt men essentieel en welke niet? Welke "uitspraken van Christus" zijn in overweging genomen en hoe duidelijk past het in de nieuwtestamentische prediking van het evangelie?

Het is van het allergrootste belang dat we duidelijk zijn in ons verstaan van wat het evangelie is. Als u even nadenkt ziet u zeker het belang hiervan in. Per slot van rekening zijn we dat aan de mensen die de cursus doen, verschuldigd. Als het succes van Alpha niet echt is, betekent dat dat er nu vele mensen in de illusie leven dat ze christen geworden zijn, terwijl ze dat naar alle waarschijnlijkheid niet zijn. Dit is misschien wel de ergste illusie die je je kunt voorstellen. Zo’n verschrikkelijk scenario komt niet uit de fantasie van een mens voort. Het komt uit de woorden van de Schrift. Het is mogelijk religieus te lijken en toch zonder een werkelijke kennis van de verlossing in Christus te zijn. Het is mogelijk om "Here, Here" te zeggen en toch deze woorden uit de mond van de Koning der heerlijkheid te horen: "Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid" (Mat. 7:23). We moeten er zeker van zijn dat wij niet behoren tot degenen die de verantwoordelijkheid dragen voor zulke onechte bekeerlingen.

Maar wij zijn het ook de gemeente van Christus verschuldigd om de dingen aandachtig te bekijken. Want het welzijn van de gemeente staat op het spel. Als u daar even bij stilstaat, zult u de gevolgen daarvan beseffen. Wat zou het gevolg zijn voor de toekomst van de kerk als er grote aantallen onbekeerde mensen haar gelederen versterkten? Uiteraard zou dat catastrofaal zijn. De aanwezigheid van onbekeerde mensen, waarvan sommigen zeker leidinggevende en gezagdragende posities zouden gaan bekleden, zou rampzalig zijn voor de gezondheid van de kerk. Als het evangelisatiewerk slecht of verkeerd gedaan wordt, lopen we het risico dat we niet voldoen aan wat Paulus in 1 Corinthiërs 3 zegt over christelijke bediening:

"Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken" (1 Cor. 3:10-13).

Veel kerkgenootschappen over heel de wereld dragen de gevolgen van wat er gebeurt als onbekeerde mensen een prominente plaats gaan innemen en invloed uitoefenen. Als "hout, hooi en stro" in de gemeente gebracht worden in plaats van "goud, zilver en kostbaar gesteente", wordt het gebouw van slechte kwaliteit en kan het de kritische blik van de Meester niet doorstaan. Hoe de evangelisatie gedaan wordt is van het allergrootste belang en als we ons niet aan de bijbelse principes houden, heeft dat rampzalige gevolgen in de kerk. Om deze en andere redenen moeten we Alpha nader bekijken en zijn beweringen zorgvuldig bestuderen.

 

En verder …?

Daarna willen we een korte blik op de Alpha-cursus zelf werpen. Welke onderwerpen behandelt het? Hoe werkt de cursus precies? Hoofdstuk twee behandelt dit. Het wordt geen volledige beschrijving, maar dient om een algemeen idee van de inhoud van de cursus te geven.

Hierna gaan we een basisvraag stellen – wat is het evangelie? Deze vraag is van vitaal belang. Als Alpha er niet in geslaagd is het evangelie weer te geven, dan voldoet het niet als evangelisatiemiddel. Zo simpel ligt dat. Hoofdstuk drie en vier proberen uitvoerig de hoofdlijnen van het evangelie weer te geven. Welke waarheden worden overgebracht? En op welke wijze? Wat vraagt het evangelie van ons? Om antwoorden te vinden zullen we voornamelijk in het boek Handelingen kijken.

Hoofdstuk vijf gaat in op het evangelisatiemateriaal dat in de Alpha-cursus gebruikt wordt. Een evaluatie van Alpha als evangelisatiemiddel is het belangrijkste doel van dit boek. Het evangelisatiemateriaal moet daarom zorgvuldig besproken worden, omdat dit de basis vormt van de volgende twee hoofdstukken, die het evangelie onderzoeken dat in de Alpha-cursus gepredikt wordt en dat vergelijken met wat er in de Schriften staat. Hier zullen we zien hoe succesvol Alpha geweest is in het "terugbrengen van het evangelie tot de meest essentiële punten". Hoofdstuk acht volgt daarop met een onderzoek van de ervaringen die mensen hebben, met name tijdens het "weekendje weg". Komen de ervaringen die de mensen hebben, overeen met bekering? Zijn er bijvoorbeeld aanwijzingen dat er sprake is van echte bekering en geloof? Of gebeurt er iets totaal anders?

Hoofdstuk negen brengt nog meer bezorgdheid naar voren over de definitie van wat een christen is. Hoe ziet Alpha dit? Tenslotte trekken we enkele conclusies.

 

2. AlPHA: WAT HET IS

 

De fundamenten van de Alpha-cursus werden oorspronkelijk in 1979 gelegd door het werk van Charles Marnham. Gedurende de tijd dat hij verbonden was aan een bekende Anglicaanse kerk in west Londen (Holy Trinity Brompton), wilde hij een cursus ontwerpen om de basiswaarheden van het christelijk geloof te bezien op een wijze die een hulp zou zijn voor nieuwe christenen.

Na de eerste aanzet van Marnham ontwikkelde Alpha zich langzamerhand. Eén van de sleutelfiguren hierbij en de belangrijkste architect van de Alpha-cursus zoals die nu is, is Nicky Gumbel. Het was met name door de visie en het werk van Gumbel dat Alpha uitgroeide tot de omvang die het nu heeft.

 

Wat is de Alpha-cursus?

Alpha is werkelijk rechttoe rechtaan in zijn opzet en ontwerp. Het is een serie van 15 besprekingen over een periode van tien weken. De besprekingen gaan over vaste onderwerpen en kunnen gehouden worden door een spreker of door speciale videos of tapes. Naar verluidt gebruikt tweederde van de deelnemende gemeenten de videos om de Alpha-cursus te presenteren. Deze videos zijn gebaseerd op een boek, getiteld "Questions of Life". Dat is het basis tekstboek voor de cursus en geeft de structuur en de inhoud van Alpha aan.

Iedere bespreking vindt plaats op een doordeweekse avond en wordt voorafgegaan door een maaltijd, verzorgd door gemeenteleden, voor de mensen die uitgenodigd zijn. De maaltijd wordt meestal gevolgd door enkele mededelingen en misschien een korte tijd van aanbidding. De hoofdbespreking duurt zo’n 45 minuten, waarna er koffie wordt geserveerd. Dan gaan de mensen in groepjes van een man of 12 de onderwerpen die aan de orde zijn gekomen, bespreken en kunnen er vragen worden gesteld. Deze groepjes worden door gemeenteleden geleid, hoewel niet-christenen als helpers mee kunnen doen. Er wordt heel veel waarde gehecht aan interactie, en de hele sfeer is zodanig dat de mensen makkelijk vragen kunnen stellen, ongeacht waarover, zonder verlegenheid. Er zijn handleidingen voor de groepsleiders en cursusboeken voor de deelnemers.

 

De structuur en inhoud van Alpha

De volgorde waarin sommige van de lessen behandeld worden kan variëren. Het "weekendje weg" kan bijvoorbeeld op een verschillend tijdstip plaatsvinden. Niettemin geeft de hierna genoemde volgorde de typische wijze aan waarop de cursus zich ontwikkelt.

 

  1. Les 1-3: Het evangelisatie-element
  2. In de eerste drie weken wordt het evangelisatie-onderdeel van de cursus behandeld. We geven hier slechts een korte samenvatting, omdat we er in hoofdstuk vijf in detail op terugkomen.

    Als Alpha werkt zoals het bedoeld is, is er de eerste week een etentje, waarin gesproken wordt over het onderwerp: "Het christendom: saai, onwaar en niet relevant?" Het geeft de toon aan voor wat er verder volgt. Voor het grootste deel is het een beschrijving van de slechte dingen in de moderne wereld en de zoektocht van de moderne mens naar de zin van het leven. Aan het eind nodigt de leider de mensen uit voor de volgende cursus.

    Les één heeft ook nog een andere functie, want het is niet alleen het begin, maar ook het eindpunt van de cursus. Voor mensen die de cursus afronden, wordt het gezien als een gelegenheid om "iets te vieren". Het idee is echter dat ze vrienden of familieleden meenemen, die zich dan opgeven voor de volgende Alpha-cursus. Op die manier, door het introduceren van vrienden, gaat Alpha continu door en kan dus op een permanente basis gehouden worden, wat veel gemeenten dan ook doen. In feite volgen de mensen les één dus twee keer – één keer aan het begin van de cursus, als ze als gast komen, en opnieuw aan het einde van de cursus om "iets te vieren" en om op hun beurt gasten mee te brengen.

    Na deze inleidende les gaat les twee over het onderwerp: "Wie is Jezus?" en behandelt de feitelijke bewijzen voor Zijn leven en voor Zijn beweringen dat Hij God is. Zoals bij de meeste onderwerpen is het studiemateriaal goed onderbouwd met bijbelcitaten. Het punt van de historische en letterlijke opstanding van de Heer wordt sterk benadrukt en er worden ook bewijzen aangevoerd uit verschillende bronnen om de betrouwbaarheid van het bijbels getuigenis te bevestigen.

    De eigenlijke evangeliserende "aanval" komt in de volgende les, die als titel heeft: "Waarom is Jezus gestorven?" Dit is de belangrijkste evangelisatieles en daarom willen we een behandeling hiervan uitstellen tot hoofdstuk vijf.

     

  3. Les 4-7: Herderlijke leiding
  4. Van hieraf gaat alles er in de cursus van uit dat de cursist vragen heeft van min of meer praktische aard, die beantwoord moeten worden. Hierbij wordt verondersteld dat de persoon een christen is en de vragen worden zonder enig verder hanteren van evangelisatie-argumenten beantwoord.

    In week vier wordt het onderwerp van geloofszekerheid onder drie koppen behandeld:

    * Het Woord van God – de belofte dat als wij "de deur voor de Here openen", Hij zal binnenkomen en met ons zal zijn.

    * Het werk van Jezus – het feit van Christus’ dood aan het kruis verzekert ons dat God ons vergeven heeft.

    * Het getuigenis van de Geest – de verandering van karakter die plaatsvindt in het leven van iemand die bekeerd is, samen met de innerlijke overtuiging dat hij nu een kind van God is.

    Week vijf behandelt het onderwerp: "Waarom moeten we de bijbel lezen?" Hier worden onderwerpen als de inspiratie van de Schriften besproken en verdedigd. Er wordt van de bijbel gezegd dat deze het "uiteindelijke gezag is voor wat we geloven en hoe we handelen …", hoewel Alpha ook zegt dat God rechtstreeks tot de mensen spreekt door Zijn Geest: door profetie, dromen, visioenen en door andere mensen.

    Dit is een aanwijzing van de openlijke charismatische inhoud van Alpha, die steeds uitgesprokener wordt naarmate de cursus vordert. De rol van de bijbel in het aangeven van regels en grenzen voor ons wordt benadrukt en ook zijn functie om ons in een diepere gemeenschap met de Heer te brengen. Er wordt wat praktische hulp gegeven voor bijbelstudie en tevens worden de voordelen daarvan genoemd.

    Week zes gaat in op het onderwerp: "Waarom en hoe moeten wij bidden?" De rol van de Drieëenheid in het gebed wordt genoemd en enkele tegenwerpingen tegen gebed worden besproken. Er wordt hierbij opnieuw praktische hulp aangeboden en er worden enkele dingen genoemd die we van het Onze Vader kunnen leren.

    Hierna wordt de aandacht gevestigd op: "Hoe God ons leidt", waar we opnieuw sterke charismatische boventonen horen met verwijzing naar dromen en profetie.

  5. Les 8-11: Het Alpha "weekendje weg".
  6. Hier wordt een heel wezenlijk punt bereikt, nu de cursisten uitgenodigd worden om een weekendje weg te gaan. Dit is een zeer vitaal onderdeel van de cursus en we gaan dat meer gedetailleerd bestuderen in hoofdstuk acht.

    In feite is het de bedoeling een antwoord te geven op de vraag: "Wat doet de heilige Geest?" Dit wordt gedaan in drie lessen:

    * Wie is de heilige Geest? – een theologische studie van het werk van de Geest, van het Oude Testament tot Pinksteren.

    * Wat doet de heilige Geest? – het werk van de Geest om de gelovige bewust te maken van zijn inlijving in Gods familie en hem te vormen naar de "familie gelijkenis" van Christus, en tevens het punt van de geestelijke gaven.

    * Hoe kan ik vervuld worden met de Geest? – dit beschrijft de ervaringen die te maken hebben met vervuld worden met de Geest en de zegeningen die daarmee samengaan.

    Het onderwijs omtrent de heilige Geest is typerend voor wat we vandaag in vele pinkster- en charismatische gemeenten vinden. Dit is een van de duidelijkste plaatsen waar de charismatische aard van de cursus openlijk benadrukt wordt.

    Het "weekendje weg" eindigt vaak met een onderwerp dat genoemd wordt: "Hoe kan ik het beste maken van de rest van mijn leven?", hoewel bij andere gelegenheden dit onderwerp voor later in de cursus bewaard wordt. Hier wordt praktische hulp gegeven over heiligheid en specifiek over de noodzaak voor godsvrucht in de verhouding tot leden van het andere geslacht.

  7. Les 12-15: Meer pastorale en praktische leiding

Les 12 kijkt naar de vraag: "Hoe kan ik het boze weerstaan?" Het bevestigt het geloof in de persoon van de duivel en geeft aanwijzingen hoe we hem kunnen bestrijden.

Les 13 bespreekt het thema: "Waarom en hoe moeten we het anderen vertellen?" Dit onderwerp bevat een charismatisch element wat betreft het begrip "kracht" voor genezing en bovennatuurlijke manifestaties.

Les 14 vraagt: "Geneest God vandaag?" In de inleiding op deze les vertelt Nicky Gumbel hoe hij meer begreep van deze vraag na een bezoek van wijlen John Wimber, de stichter van de Vineyard Beweging, een charismatische groep uit de V.S. Een "bovennatuurlijk" inzicht werd gedeeld, dat een vrouw in het vertrek onvruchtbaar was. Na gebed kon de vrouw zwanger worden. Gumbel zegt dan:

"Ik besloot de bijbel opnieuw te lezen, om te proberen te begrijpen wat er over genezing gezegd wordt. Hoe meer ik keek, hoe meer ik overtuigd raakte dat we mogen verwachten dat God ook vandaag op wonderbaarlijke wijze geneest."

Hij besluit de les met een bepaalde anecdote, die ertoe leidde dat sommigen hun geloof in Christus beleden omdat "ze wisten dat ze Gods kracht tot genezing gezien hadden".

De laatste formele avond in de cursus eindigt met de vraag: "En de kerk dan?", met een verdediging van de noodzaak naar de kerk te gaan. Zoals we in hoofdstuk negen zullen zien, is de opvatting van "de kerk" zeer ruim.

 

Alpha aanpassen

Er zijn verschillende aanpassingen van de Alpha-cursus, bedoeld voor verschillende groepen. Er is bijvoorbeeld Jeugd Alpha voor jonge mensen. In februari 1997 waren er naar schatting 270 kerken die deze voor jonge mensen aangepaste Alpha gebruikten.

Alpha-cursussen zijn op scholen en in gevangenissen gebruikt, en ook op lunchtijd-bijeenkomsten op het werk. Ook werd het uitgezonden op de christelijke radio in Londen. Uiteraard gebruiken geen twee gemeenten het materiaal op precies dezelfde manier. Er is ruimte voor nieuwe ideeën en voor variaties. Het onderwerp van de doop door onderdompeling kan bijvoorbeeld toegevoegd worden in Baptistenkringen, hoewel het onderwerp niet in de cursus gevonden wordt en de kerken niet aangemoedigd worden om leerstellige verschillen te onderwijzen. Zo is het ook niet voor alle kerken uitvoerbaar om een "weekendje weg" te hebben. Dat is vanzelfsprekend het geval bij de cursussen in de gevangenis! Maar dit geldt ook in andere gemeenten, die niet over de middelen beschikken om een "weekendje weg" te gaan. In plaats daarvan zijn er aangepaste programma’s, zodat er een speciale dag – misschien een zaterdag – in de kerk gehouden kan worden, met als onderwerp de heilige Geest. Ook kan het weekendmateriaal ingekort worden tot kortere versies, die op één morgen in de kerk gehouden kunnen worden.

De cursus is flexibel, maar niet al te zeer. In Engeland heeft men gewaarschuwd voor imitaties van Alpha, die bepaalde elementen weglaten, en daarom heeft men noodgedwongen copyrights op de cursus gezet. Kleine veranderingen mogen aangebracht worden, maar deze mogen niet het wezenlijke karakter van de cursus aantasten. De essentie van de Alpha-cursus vinden we in "Questions of Life", en om de inhoud van de cursus volledig te begrijpen, zullen we daarnaar moeten kijken. Het is duidelijk dat het onderwijs over de heilige Geest op het "weekendje weg" beschouwd wordt als integraal. Iedere gemeente die besloten heeft Alpha te gebruiken, maar het charismatische gedeelte weg wil laten, moet de cursus nogal drastisch insnoeien, met inbegrip van dat weekend. Waarschijnlijk brengen zulke wijzigingen problemen met zich mee wat betreft de copyrights.

Zoals we in deze korte beschrijving gezien hebben, is er niet zoveel mis wat betreft de behandeling van sommige onderwerpen. De cursus ziet er aantrekkelijk uit en er worden allerlei bronnen geciteerd. Er zijn talrijke illustraties en tekstverwijzingen. De cursus maakt heel duidelijk dat ze charismatisch is en verhult dat niet. We komen verderop terug op het evangelisatiemateriaal en het "weekendje weg", maar we willen nu eerst het wezen van het evangelie zoals de bijbel dat geeft, bestuderen.

 

3. DE WAARHEID VAN HET EVANGELIE

Wat is het evangelie? Dit is de meest fundamentele vraag die je maar kunt stellen. Daarover zijn alle christenen het eens. Geen evangelie betekent geen boodschap. Als het evangelie "de kracht Gods is tot behoud voor een ieder die gelooft" (Rom. 1:16), is het kennelijk essentieel en de verkondiging ervan is de belangrijkste taak van de gemeente.

In het licht van het belang van het onderwerp is het merkwaardig dat het antwoord op de vraag "Wat is het evangelie?" door sommige belijdende christenen als vanzelfsprekend beschouwd wordt, bijna niet de moeite waard om te noemen. Sommige populaire boeken over evangelisatie gaan er min of meer van uit dat we allemaal wel weten waar we het over hebben als we over het evangelie en evangelisatie spreken. Hedendaagse verhandelingen over dit onderwerp zijn meer gericht op het probleem hoe je de boodschap aan de cultuur van de mensen moet aanpassen, of hoe je verlegenheid kunt overwinnen, of hoe je een gesprek met ongelovigen aanknoopt. Men gaat er eenvoudigweg van uit dat we allemaal weten wat de boodschap is.

Laten we eens nagaan wat er hier op het spel staat. Als je het evangelie niet goed brengt, dan is alles wat volgt ook niet goed. Als we de betekenis van het evangelie kwijtraken zijn we op een hellend vlak en zien we al gauw niet meer wat het ware christendom onderscheidt van al het andere. Daarom willen we in dit hoofdstuk in het kort naar de inhoud van het evangelie kijken. Het is een enorm onderwerp. Of we ons er wel of niet van bewust zijn, het heeft vele grote en verhitte debatten opgeleverd. Maar we zullen ons moeten beperken tot enkele basispunten. Wat zegt het evangelie? Welke waarheden brengt het naar voren? Weten we werkelijk wat we bedoelen met het evangelie? In het volgende hoofdstuk gaan we dan zien hoe het evangelie ons aanspreekt en wat de voorwaarden zijn.

 

Handelingen

Een voor de hand liggende plaats om een antwoord te vinden op onze vragen is het boek Handelingen. De reden is eenvoudig. In Handelingen kunnen we daadwerkelijke voorbeelden van evangelieverkondiging bestuderen. We vinden daar toespraken van de apostelen, zij het in beknopte vorm, tot ongelovigen, soms van Joodse oorsprong, soms van heidense afkomst, soms beide gemengd, maar met hetzelfde duidelijke doel voor ogen: hun bekering. In Handelingen hebben we het voorrecht zowel de boodschap als de methode van de apostelen te zien, die – en dat moeten we niet vergeten – onder de inspiratie van de heilige Geest spraken. Hun woorden zijn daarom exact zoals God ze bedoelde.

Zij verkondigden Zijn waarheid niet alleen aan de mensen die het voor het eerst hoorden in Jeruzalem, Athene, Lystra of waar ook, maar ook aan de komende generaties zoals de onze. Ze zijn aan ons gegeven, zodat wij kunnen leren en in staat zijn onze taak uit te voeren op de wijze die God bedoelt. In de apostelen hebben we mannen wier functie het was het fundament te leggen waarop de bediening van de gemeente van Jezus Christus gebouwd moet worden.

Met name de prediking in Handelingen 17, gehouden voor een publiek in Athene dat voornamelijk uit heidenen bestond, is het voorbeeld dat we diepgaand willen onderzoeken. Waarom deze preek? Omdat het Athene van Paulus’ dagen in haar cultuur het dichtst die van onze tijd benadert. Het komt heel dicht bij onze huidige samenleving, waarvan de wortels en banden in toenemende mate losraken van de kennis van God. De prediking in Athene is gehouden in een heidense cultuur, voor heidenen. Hoe graag we de waarheid voor onszelf in het Westen ook verbergen, dit is toch in wezen ook de context van onze evangelisatie.

We willen ook naar iets van het onderricht van de Here Jezus Christus kijken. Hij is de Evangelist zonder weerga. Hij was het die, ziende op de ongelovige generatie van Zijn tijd, zei:

"Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild!" (Mat. 23:37).

Het onderricht van de Heiland, hoewel uniek in zijn methode, geeft ons onschatbare lessen in het werk van evangelisatie.

 

Wat is de boodschap van het evangelie?

Er zijn veel manieren waarop je kunt proberen de onhoud van de evangelieboodschap te begrijpen. Welke informatie komt daarin tot ons? Wat heeft het ons te zeggen? De analyse die nu volgt is niet definitief, maar belicht een paar sleutelkenmerken.

  1. Het evangelie gaat over de God die we niet kennen
  2. Het evangelie is een boodschap van God. Het komt van Hem en is in wezen een openbaring over Hemzelf. Hij heeft die aan de mensen gegeven, en zonder het evangelie zouden we niets weten van God en onze positie voor Hem. Paulus schrijft aan de Galaten:

    "Want ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus" (Gal. 1:11,12).

    In het licht van het feit dat het evangelie van God komt, hoeft het ons niet te verbazen dat Hij het middelpunt van de boodschap is. Het geeft de mens de feiten aangaande Gods karakter, gedachten, verlangens en wil. Het evangelie geeft ons kennis over God die we anders niet zouden hebben. In het licht van die kennis zien we dan de mens. We lezen in Romeinen 1:18: "Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden." God zegt ons iets over Zichzelf dat van "de hemel" geopenbaard wordt. Zo is ook "buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden" (geopenbaard, Rom. 3:21). Het is Zijn toorn en Zijn gerechtigheid die geopenbaard wordt. Wij zijn mensen die het nodig hebben om de dingen geopenbaard te krijgen. De mens is bijkomstig, God is centraal.

    Als we nu naar Handelingen 17 gaan, naar Paulus’ preek voor de heidenen in Athene, zien we dat dezelfde dingen benadrukt worden. Na iets gezegd te hebben over de inwoners van de stad en hun godsdienstige gewoonten (vs. 22) gaat hij uit van een inscriptie op een altaar dat hij gezien heeft tijdens zijn verblijf in de stad, en dat gewijd is "Aan een onbekende God" (vs. 23). Waarom doet Paulus dat? Wat heeft die inscriptie ons te zeggen? Het laat ons weten dat de mens onwetend is aangaande de ware en levende God. Hij kent Hem eenvoudig niet. In het licht van deze onwetendheid verklaart Paulus met vrijmoedigheid: "Hem verkondig ik u" (vs. 23).

    En dat is nu het hele punt. Het is zo overduidelijk dat we het bijna over het hoofd zien.Het hart van het evangelie moet een nauwkeurig portret van God zelf zijn. Hij moet beschreven worden. Het is nodig dat we over Hem horen, over Zijn karakter, Zijn werken en Zijn voornemen. Het evangelie is een boodschap van God die ons zegt hoe God is.

     

  3. God is degene die alles geschapen heeft en in stand houdt
  4. En hoe gaat Paulus deze God dan verder voor zijn publiek beschrijven? We zouden kunnen denken dat dit heidense publiek, vol filosofisch scepticisme en levend met de onzekerheden en angsten voortkomend uit de onvoorspelbare en lichtgeraakte "goden" die ze dienden, een boodschap van troost zou horen. Maar dat is niet wat er over zijn lippen komt. In plaats daarvan wordt de aandacht van zijn luisteraars onmiddellijk getrokken naar de grootheid van God de Schepper. Dus wordt de elementaire waarheid van Genesis 1:1 "In de beginne schiep God de hemel en de aarde" verkondigd aan het overwegend heidense gehoor. We lezen dan ook in Handelingen 17:24:

    "De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt."

    God wordt verkondigd als de Schepper van alle dingen die we kunnen zien. In het evangelie wordt ons gezegd dat het deze God is, onze Maker, die we moeten begrijpen. Zo’n waarheid is heel erg vernederend. Dit elementaire feit geeft de toon aan voor wat er op volgt. Het geeft aan hoe Hij benaderd kan worden. Alle betrekkingen die we met Hem hebben, worden bepaald door het feit dat Hij onze Schepper is. Alles wat er over de mens gezegd kan worden, wordt bepaald in het licht van wat Hij zegt over Zichzelf als onze Maker.

    Het is dus geen vergissing dat de apostel meteen de misvattingen over aanbidding corrigeert, die deze misleide heidense mensen aanvaard hadden. Hoe zouden met mensenhanden gemaakte tempels iets van betekenis kunnen bieden aan dit grote Wezen die de Maker is van alle dingen? Wat kan Hij met al deze menselijke pogingen doen? Het antwoord luidt: totaal niets. Het hele principe dat Paulus meteen aan het begin vastlegt, is dat we te maken hebben met een Wezen van onmetelijke kracht, heerlijkheid en pracht. We moeten luisteren naar het onderricht over Iemand die veel hoger is dan wij en superieur. Met deze opening zet de apostel ons meteen op onze plaats als slechts schepselen voor een groot en ontzagwekkend God.

    Dit punt wordt verder uitgewerkt. We lezen:

    "… en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en grenzen van hun woonplaatsen bepaald" (vs. 25,26).

    Deze boodschap plaatst God volkomen in het middelpunt. Hij heeft Zich niet alleen aan ons geopenbaard als de Schepper, maar ook als degene die alles in stand houdt. Wij stervelingen zijn van ogenblik tot ogenblik van Hem afhankelijk.

     

  5. Hij is een God van goedheid
  6. Als we even Athene verlaten, zien we dezelfde benadering elders als de apostelen heidenen toespreken. In Lystra denken de mensen, nadat ze een wonder gezien hebben, dat hun "goden" in mensengedaante tot hen gekomen zijn en ze proberen aan Paulus en Barnabas te offeren. Maar heel beslist worden ze gewezen op de Schepper en Bewaarder van het heelal:

    "Mannen, wat doet gij daar? Ook wij zijn maar zwakke mensen zoals gij en verkondigen u, dat gij u van dit ijdel bedrijf moet bekeren tot de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft" (Hand. 14:15).

    De Schepper is ook degene die voorziet in alle dingen die nodig zijn voor het bestaan van de mens.

    "En toch heeft Hij Zich niet onbetuigd gelaten door wél te doen, door u van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en aan uw harten overvloed van spijs en vrolijkheid te schenken" (Hand. 14:17).

    De mens heeft dus te maken met een Schepper die ons goed doet. Hij is een goede God. Maar ondanks al Zijn goedheid zijn we onwetend over Hem. In Lystra wordt dezelfde boodschap gebracht als in Athene.

     

  7. God is soeverein
  8. Uit het feit dat Hij "de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald heeft" (Hand. 17:26), blijkt dat Hij de soevereine heerser is over de naties. Zoals Hij leven geeft aan individuele mensen, zo bepaalt Hij ook de tijden en grenzen voor de naties. God verklaart dat alle naties alleen bestaan omdat Hij ze toelaat.

    Dit moet nogal vernederend zijn geweest voor de Grieken, die trots op hun cultuur en de geweldige prestaties daarvan waren. Dat wordt allemaal in zijn juiste verband geplaatst in verhouding tot Gods uiteindelijke heerlijke plan. Van al de verfijnde kunsten van de wereldrijken en de zelfverheffing van de mens blijft niets over als de apostel verkondigt dat de mens niets kan doen, tenzij deze grote Soeverein en Heerser van de wereld het toelaat. God handelt zodanig dat "geen vlees zou roemen voor God" (1 Cor. 1:29).

     

  9. God is heilig
  10. Dat God het middelpunt is van de evangelische boodschap wordt verder bevestigd door ons te laten zien dat dit grote soevereine Wezen ver van ons af staat. De mens kan Hem niet vinden en kennen door zich daarvoor in te spannen. Hij is onbereikbaar. Hij gaat het menselijk begrip ver te boven. Hij kan niet rechtstreeks gekend worden, Hij is heilig. Wat de mens betreft, hij kan niet alleen deze God niet kennen of vatten, hij is ook in een toestand van zwakheid en heeft openbaring nodig.

    Paulus legt dit aan de Atheners uit en vertelt hun dat de reden voor het feit dat ze leven is:

    "… opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enigen van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn geslacht" (Hand. 17:27,28).

    Arme mens! Hij is omringd door bewijzen van Gods goedheid en heiligheid, maar is niet in staat Hem te vinden. Zelfs de heidense dichters hebben het leerstellig bij het rechte eind zonder het te weten! En toch, ondanks dat deze Schepper voorziet voor de mens en hem adem geeft, ondanks dat Hij degene is die de verschillende volken en rijken tot aanzijn geroepen heeft, weten we nog steeds niets van Hem. Hij is zo nabij en toch zo ver. Hij is onze aanbidding en vertrouwen zo waard, maar wij zijn onwetend omtrent Hem. De mens kan slechts naar Hem "tasten", en hopen Hem te vinden, maar er komt geen licht, geen inzicht. Ondanks alle vriendelijkheid en goedheid, ondanks de zegeningen die de mens uit Zijn genadige hand ontvangt, is de mens blind en onwetend. Wij kennen Hem niet omdat Hij heilig is en buiten ons bereik.

     

  11. God moet ons laten zien hoe we Hem moeten benaderen
  12. Aangezien God heilig is en afgescheiden van de zondaren, is de mens niet vrij te bepalen hoe hij Hem kan naderen. Dit volgt logisch uit alles wat we al over Hem gezien hebben. Het is een uiterst vernederende en beschamende boodschap. God heeft het recht en het voorrecht de mens te laten zien hoe Hij gekend en benaderd kan worden. Door dat te doen wijst Hij de eigen pogingen van de mens af en verklaart ze ongeldig en nutteloos. De verkondiging van Paulus aan de Atheners maakt dit heel duidelijk:

    "Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedacht" (Hand. 17:29).

    De Here Jezus Christus laat ons ook dezelfde essentiële waarheden zien. Het is een onontkoombaar feit dat de mens in het duister is en afgescheiden van God:

    "Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Marc. 10:45).

    De mens is er zo slecht aan toe in Gods ogen, dat "redden" en "losprijs" de beste woorden zijn om het probleem te beschrijven. De mens is ver van zijn Schepper vandaan, die hij zou moeten eren en aanbidden. Hij is een buitenstaander en heeft hulp nodig om het te begrijpen. Waarschijnlijk is het duidelijkste voorbeeld hiervan wel het gesprek tussen de Here en Nicodemus. Hier blijkt dat "de leraar van Israël" (Joh. 3:10) onwetend is en een vreemde ten aanzien van de realiteit van het Koninkrijk van God. Ondanks alle kennis die hij bezit, is hij toch een vreemde wat betreft de wezenlijke kenmerken van God en hoe Hij benaderd moet worden. Daarom moet de Koning der heerlijkheid hem dit vertellen:

    "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien" (Joh. 3:3).

    Het hele onderwerp is dus buiten het bereik en begrip van misschien wel de geleerdste uitlegger van het Woord van God in Israël in die tijd; terwijl Israël een volk was dat zo door God gezegend was (Rom. 9:4,5). De arme Nicodemus snapt er niets van en moet opnieuw dezelfde waarheid horen, de noodzaak om met Gods hulp te zien en te verstaan:

    "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan" (Joh. 3:5).

    De evangelisatiebenadering van de Here zelf zet de mens op zijn plaats. Hoe kan hij rekening houden met een God waar hij geen contact mee heeft!

     

  13. De mens is God niet welgevallig
  14. Maar deze om God gecentreerde boodschap heeft nog meer implicaties die volgen uit dat wat we al gezien hebben. Het is inderdaad het toppunt van dwaasheid en arrogantie dat de mens denkt dat hij in staat is te weten hoe hij God moet behagen en aanbidden. Toegegeven, de vindingrijkheid van de mens is bijna grenzenloos als het er om gaat wegen te bedenken om tot God te naderen. De altaren en tempels van Athene waren een welsprekend getuigenis daarvan. Ondanks alle kunstige inspanningen van de mens, is het oordeel van God niet bepaald bemoedigend. God laat duidelijk Zijn volkomen afkeer van zulke pogingen zien.

    "Want de wijsheid dezer wereld is dwaasheid voor God. Wanr er staat geschreven: Die de wijzen vangt in hun sluwheid; en elders: De Here weet dat de overleggingen der wijzen vruchteloos zijn" (1 Cor. 3:19,20).

    Wat God ten aanzien van de mensheid tot uitdrukking brengt, is Zijn toorn. De pogingen van de mens en al zijn prestaties kunnen God totaal niet behagen. Integendeel, ze wekken Zijn boosheid op. Het staat zo duidelijk in Romeinen 1:

    "Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard" (Rom. 1:18,19).

    Wat is de samenvatting van dit alles? De mens is schuldig omdat hij Gods heilige wetten overtreden heeft. "Ieder, die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid en de zonde is wetteloosheid" (1 Joh. 3:4).

    Gods wetten, die zeggen hoe Hij bemind en gediend wil worden en hoe we ons ten aanzien van Hem en elkaar moeten gedragen, zijn overtreden. Dit is buitengewoon ernstig. Want het overtreden van Gods wet is geen abstract principe. Het betekent dat wij tegen God zelf gezondigd hebben. Het is Zijn wet die Zijn heilig karakter en verlangens belichaamt. De overtreding is persoonlijk. Wij hebben gezondigd tegen de levende God zelf.

     

  15. De mens is een zondaar
  16. God vertelt ons in het evangelie over Zichzelf. Nu zijn we in staat te zien wat Hij over de mens zegt. De kennis die geopenbaard en verkondigd wordt in het evangelie, geeft ons waarheden over de toestand van de mens. De mens die niets van de ware God weet, maar onder Zijn toorn is, is fundamenteel een zondaar. Hij heeft niets geleerd van de dingen die God voor hem gedaan heeft. Hij heeft de kennis die hij heeft, verdraaid tot valse aanbidding, valse religie en immoraliteit (Rom. 1:20-32). Of het nu de heidenen in Athene zijn of het is de belezen en vrome Nicodemus, voor beide geldt wat Paulus zegt:

    "Wij hebben immers tevoren Joden zowel als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn" (Rom. 3:9).

    De Joden zijn evenzeer schuldig als de heidenen door Gods boodschap te verwerpen en zich Zijn toorn op de hals te halen. Paulus vat hen allen samen als hij zegt: "Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Rom. 3:23).

    De werken van de zonde zijn zichtbaar in het slechte gedrag dat we overal om ons heen zien in de maatschappij. De Schrift zegt: "Het is duidelijk wat de werken van het vlees zijn …" (Gal. 5:19) en somt de verdorven daden op waartoe de mens in staat is. Het wezen van de zonde ligt in de mens zelf. De werken van het vlees zijn symptomen van het diepere probleem dat in het hart van de mens schuilt en tot in de kern van zijn wezen opgespoord moet worden. Hij is volslagen zondig van nature:

    "De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet; zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen" (Rom. 8:7,8).

    Als we zeggen dat de mens een zondaar is, beschuldigen we hem niet alleen van verkeerde dingen die hij gedaan heeft. De mens is vanwege zijn hele natuur en wezen op drift en gescheiden van God. Zijn hele gedachtenwereld en hart is tegen God, tegen Zijn wetten, Zijn karakter en aard. De mens is niet in staat God te aanbidden of te naderen. Hij is een zondaar die beheerst wordt door een zondige natuur en schuldig staat voor God. Hoewel er weinig over de hel gepredikt wordt in Handelingen, is de implicatie toch aanwezig dat de mens onder het oordeel valt. Dat is een onderdeel van de evangelieverkondiging. In Handelingen 17 zegt Paulus dat de mensen in Athene zich moeten bekeren:

    "… omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een man, die Hij aangewezen heeft" (Hand. 17:31).

    Het oordeel is een onontkoombaar gevolg van Gods heiligheid en de zondigheid van de mens. Het is niet een plezierige waarheid, maar God heeft de zondaren te lief om ze in onwetendheid te laten.

     

  17. Christus de Redder van de mensen

We hebben over het evangelie gesproken en Christus tot nu toe nauwelijks genoemd. Hoe is dit mogelijk? Als we kijken naar Handelingen 17 zien we dat alle punten die we genoemd hebben over de inhoud van het evangelie, genoemd zijn voordat uitgelegd wordt wat God gedaan heeft om de situatie te redden. De apostel Paulus maakt eerst het punt van Gods karakter en wezen duidelijk, voordat hij ons het antwoord laat zien op het probleem van de scheiding tussen God en de mens.

Waarom? Omdat we het werk van Christus op Golgotha niet kunnen begrijpen, voor we de heiligheid en majesteit van God werkelijk verstaan. We moeten weten tegen wie wij gezondigd hebben om er enig begrip van te hebben wat God in Christus gedaan heeft om ons te redden. Het is absoluut noodzakelijk dat we zien dat we tegen God zelf gezondigd hebben voordat we kunnen zien waarom er niemand minder dan Zijn eigen Zoon moest sterven in onze plaats. Als we niet weten dat we Gods wet hebben overtreden en dat we niets aan onze situatie kunnen doen vanwege onze zondige natuur, kunnen we niet vatten waarom alleen God voor ons kon handelen en waarom de dood van Zijn eigen Zoon daarvoor nodig was. Het kruis van Christus is eenvoudig onbegrijpelijk zonder dat we beseffen dat God heilig is en dat zonde een persoonlijke overtreding tegen Hem is. Hieruit volgt dat het cruciaal is dat we geloven dat Christus zowel God als mens is. Het evangelie houdt in dat we in Hem geloven als de Heiland die onze plaats innam en voor ons stierf, maar ook dat Hij dit alleen kón doen omdat Hij God was en dus zondeloos. De historische feiten van het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus hebben betrekking op het evangelie, omdat ze laten zien wat God gedaan heeft om zondaren te redden. Paulus legt aan de Atheners uit dat God de wereld de verzekering geeft dat Christus de aardbodem rechtvaardig zal oordelen "… door Hem uit de doden op te wekken" (Hand. 17:31). Het is een historisch feit. Als de gebeurtenissen van Pasen niet echt gebeurd zijn, dan is er geen verlossing. Paulus maakt dit duidelijk in 1 Corinthiërs 15. Voor hem houdt het evangelie de historische details van Christus’ leven en werk in:

"Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derde dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Cephas, daarna aan de twaalven" (1 Cor. 15:3-5).

Als Christus niet gedaan heeft wat er over Hem gezegd wordt, als Hij gezondigd heeft, als Hij niet letterlijk aan het kruis gestorven is, als Hij niet lichamelijk uit de doden is opgestaan, dan is de mens nog steeds in de duisternis en zonder hoop in de wereld. Dus het hart van het evangelie is de persoon en het werk van Christus. Hij is degene die hoop geeft, degene die leven aanbiedt, degene die alles gedaan heeft voor de redding van de mens. Maar Hij kan niet begrepen worden buiten de uitleg die al gegeven is om. Het evangelie is de boodschap over de Zoon van God, die gekomen is om een oplossing te brengen voor de ontzettende toestand waarin de mens verkeerde, om hem te redden van de straf voor zijn zonde en hem de voorrechten van de hemel te geven.

Uiteraard kan hier veel meer over gezegd worden. Het evangelie is een uitgebreid en heerlijk onderwerp. We hebben enkele fundamenten gelegd die ons kunnen helpen als we beginnen de Alpha-cursus te evalueren. Als Alpha geen recht doet aan het evangelie, weten we dat het niet het antwoord is dat de kerk van vandaag nodig heeft om haar problemen op te lossen. Maar voordat we naar die vraag kijken, zijn er nog een paar andere dingen die we over het evangelie moeten weten.

 

4. MEER OVER DE WAARHEID VAN HET EVANGELIE

 

We hebben gezien wat de boodschap van het evangelie is. Maar hoe passen we die toe op onszelf? Wat heeft die ons te zeggen? En wat is de respons die de mens daarop moet geven? Het evangelie houdt ons, zoals we zullen zien, een "smalle weg" voor. Het houdt geen rekening met de gevoeligheden, meningen, inzichten of smaak van de mens. Het is een radicale boodschap die onze aandacht vraagt. Het raakt de kern van het probleem van de mens, de zonde, en laat hem de noodzaak van verlossing zien.

 

Hoe brengen we de boodschap van het evangelie?

De boodschap van het evangelie is niet vaag en vrijblijvend. Omdat het een boodschap van God is, is het geen stuk informatie van voorbijgaand academisch belang, op dezelfde voet als alle overige feiten. De openbaring van Gods heilig en rechtvaardig karakter, samen met Zijn liefde voor een verloren mensheid, is niet iets waar we kennis van kunnen nemen als van één van de vele feiten, waarna we onze eigen weg weer gaan. Het heeft duidelijke en wezenlijke implicaties en deze moeten we nauwkeurig nagaan.

  1. Het evangelie spreekt zondaren aan met het gezag van God
  2. Het evangelie spreekt tot ons met het volle gezag van God, omdat het geen boodschap van mensen is. Het beschrijft zonder compromis en naar waarheid onze toestand voor God. Het laat zien dat wij schuldig en veroordeeld zijn en volledig zonder mogelijkheid om daar zelf iets aan te veranderen. De mens heeft niet de wijsheid om zichzelf te redden. In zijn waardeoordeel is het evangelie onfeilbaar. Het eist daarom dat de mens dit oordeel over zichzelf aanvaardt als waar. Hij zal moeten instemmen met alles waar God hem van beschuldigt en de straf aanvaarden als rechtvaardig.

    Paulus zegt tegen de Atheners dat ze hun inspanning om te aanbidden moeten opgeven. Hun tempels, hun ideeën, hun creaties zijn zinloos: "God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen" (Hand. 17:30).

    Tegen de heidenen in Lystra zei hij: "… dat gij u van dit ijdel bedrijf moet bekeren tot de levende God …" (Hand. 14:15).

    Dit wordt gesteld als een gebod. Het zegt ons wat wij moeten doen. Het richt zich op zo’n wijze tot de toehoorders dat ze dit als Gods woord moeten aanvaarden. Dit is erg belangrijk. Het is geen boodschap waar je over kunt praten en discussiëren. Wij zijn niet vrij om daar heel lief en afstandelijk mee in te stemmen of het te verwerpen. In plaats daarvan komt het tot ons als het gebod van God.

    In dit verband kunnen we zeggen dat als er één kenmerk van apostolische verkondiging is dat onze aandacht vraagt, dan is dat de grote vrijmoedigheid. Toen de bidstond van de gemeente werd beantwoord met het beven en bewegen van de plaats waar ze vergaderd waren, lezen we:

    "… en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid" (Hand. 4:31).

    Paulus herinnerde de gemeente te Thessalonica eraan dat:

    "… ondanks de mishandeling en de smaad, die wij, zoals gij weet, te Philippi tevoren ondergaan hadden, hebben wij u, in onze God vrijmoedig, onder zware strijd het evangelie Gods gebracht" (1 Thes. 2:2).

    Met de strijd voor ogen was het wel heel verleidelijk om de boodschap een beetje af te zwakken. Maar dat was voor hen geen optie. Het is "het evangelie van God". Het komt met Zijn gezag. Het moet zo op zondaren toegepast worden dat ze niet in het onzekere verkeren over de waarheid ervan.

    Vrijmoedigheid betekende niet dat de apostelen schreeuwden. Het betekende ook niet dat ze onbeleefd waren of dweepziek of twistziek. Nee, ze pasten onversaagd de boodschap van het evangelie op hun luisteraars toe en spraken als "ambassadeurs van Christus" (2 Cor. 5:20 Eng. vert.). Het evangelie is een boodschap die de mensen indringend verkondigd moet worden omdat het met het gezag van God komt en de belangrijkste informatie is die een mens ooit te horen kan krijgen. Om 2 Corinthiërs 5:20 af te maken, wij moeten spreken:

    "… alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen."

    Van Petrus op de Pinksterdag wordt gezegd dat:

    "hij, met nog meer andere woorden getuigde, en hij vermaande hen, zeggende: Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht" (Hand. 2:40).

    De mensen werden aangespoord om te geloven. Er werd bij hen op aangedrongen en men overtuigde hen. Het evangelie is te belangrijk om niet toegepast te worden. Het komt met het gezag van God en beveelt de mens te gehoorzamen.

     

  3. De mens kan zich nergens verbergen
  4. De apostelen lieten er bij hun toehoorders geen twijfel over bestaan dat ze God ongehoorzaam waren. Hun woorden waren niet zoetsappig of vleiend, hun boodschap werd niet ingekort en er was geen aanzien des persoons. De schuld van de mens, zijn dwaasheid en slechtheid werden zonder compromis blootgelegd.

    De Joden, die de verantwoordelijkheid droegen voor de dood van de Heiland, werden herhaaldelijk herinnerd aan hun schuld. Petrus’ prediking op de Pinksterdag zegt dit duidelijk en onomwonden. Van de Here Jezus Christus zegt hij:

    "… deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis genageld en gedood" (Hand. 2:23).

    Hield Petrus zijn toehoorders de hand boven het hoofd? Nee. Bespaarde hij hun het schaamrood op hun kaken? Nee. Had hij een vriendelijke manier gevonden om over hun schuld te praten en over hun betrokkenheid bij de dood van de Here? Helemaal niet. Het wordt hun onomwonden gezegd. Ze zijn schuldig. Het is dan ook geen wonder dat ze na het horen van deze preek "diep in hun hart werden getroffen" (vs. 37). Het afschuwelijke van wat ze gedaan hadden, drong opeens tot hen door.

    Hun vraag aan de apostelen: "Wat moeten wij doen, mannen broeders?" krijgt ook een helder antwoord, voor geen tweeërlei uitleg vatbaar: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen …" (vs. 38). Dit was niet bespreekbaar. De mensen waren schuldig en moesten zich bekeren. Er was geen compromis mogelijk op dit vitale punt. Men kon het alleen aannemen en ernaar handelen, omdat "Het inderdaad het woord van God is" (1 Thes. 2:13).

    Als de verlamde man bij de Schone Poort genezen is, spreekt Petrus aan de menigte die samengestroomd is als volgt toe: "Doch gij hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd, dat u een man, die een moordenaar was, geschonken zou worden; en de Leidsman ten leven hebt gij gedood …" (Hand. 3:14,15).

    Het "gij" wordt met grote nadruk gezegd, zonder het te verbloemen. Petrus’ toehoorders zijn schuldig verklaard en kunnen zich nergens meer verschuilen. Ook hun wordt dan het bevel gegeven, net als op de Pinksterdag: "Komt dan tot berouw en bekering …" (3:19). Het evangelie past zichzelf toe op de harten van de mensen en zegt hun dat ze schuldig zijn in Gods ogen.

     

  5. De mens heeft Gods hulp nodig om te geloven
  6. De Here zegt zelf tegen de zondaren dat ze wedergeboren moeten worden om het koninkrijk van God te zien (Joh. 3:31). Er is een werk van God voor nodig en de enige hoop om die toegang tot God te verkrijgen is door barmhartigheid te ontvangen. Terecht riep de blinde Bartimeüs tot de Here: "Zoon van David, heb medelijden met mij!" (Marc. 10:48). Medelijden of barmhartigheid heeft de mens dringend nodig en dit geldt voor alle zondaren. Ze kunnen zichzelf niet verlossen. Jezus leerde Nicodemus ditzelfde. Hij had Gods hulp nodig, de nieuwe geboorte, om het koninkrijk Gods binnen te gaan.

     

  7. Christus alleen kan redden
  8. Tevens is het een kenmerk van vrijmoedige evangelieverkondiging te zeggen dat er alleen behoudenis gevonden kan worden in Christus. Dit volgt weer logisch uit het vorige hoofdstuk. Daar zagen we dat God niet blij is, zelfs zeer toornig, ten aanzien van de eigen oplossingen van de mens voor zijn religieuze gevoelens. God wijst ze af. Alleen de weg die God aanwijst is goed en daarom zijn alle andere wegen afgesloten. De apostelen zeiden tegen het Sanhedrin:

    "En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden" (Hand. 4:12).

    Tegenwoordig vindt men zo’n manier van waarheid overbrengen aanstootgevend. De theoloog R.B.Kuiper laat ons zien dat dit intrinsiek is voor het evangelie. Na opgemerkt te hebben dat de verlossing door genade alleen een steen des aanstoots voor de mens is, gaat hij verder:

    "Het andere aspect van het christelijk evangelie dat aanstoot geeft en de natuurlijke mens zelfs woedend maakt, is de claim dat het exclusief is. Hij vindt zo’n claim onverdraagzaam en dweepziek. Toch moet dat aanstootgevende evangelie verkondigd worden zonder het geringste compromis, want compromis is vervalsing. De waarheid moet gesproken worden, de hele waarheid, hoewel natuurlijk altijd met bewogenheid, geduld en liefde."

    Dat is duidelijke taal. Christus alleen kan redden. Dit is ook van vitaal belang als we zien wat het ware evangelie is.

  9. De gevolgen van het verwerpen van de boodschap

De weg wordt zelfs nog smaller doordat we weten dat de mens niet aan het oordeel kan ontkomen als hij de boodschap van levenbrengende genade verwerpt. Paulus waarschuwt in zijn toespraak te Antiochië zijn luisteraars:

"Ziet dan toe, dat u niet overkome, wat in de profeten gezegd is: Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt; want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, dat gij voorzeker niet zult geloven, als iemand het u verhaalt" (Hand. 13:40,41).

Zij die de boodschap verwerpen, worden in geen onduidelijke bewoordingen gewaarschuwd wat betreft de consequenties. In het laatste hoofdstuk van Handelingen worden de Joden in Rome gewaarschuwd omdat ze geen acht slaan op de boodschap:

"… en zonder het eens geworden te zijn, gingen zij uiteen, nadat Paulus dit ene woord gesproken had: Terecht heeft de heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen gesproken, zeggende:

Ga heen tot dit volk en zeg:

Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan,

en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden<

en hun oren zijn hardhorend geworden,

en hun ogen hebben zij toegesloten,

opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen

en met hun hart niet verstaan en zij zich bekeren,

en Ik hen zou genezen" (Hand. 28:25-27).

Het is niet altijd nodig om de gevolgen op zo’n krachtige wijze aan te geven. Maar het is impliciet in de boodschap dat de prijs van verwerping van het evangelie bekend moet worden gemaakt aan de zondaren.

Er zijn nog veel andere gevolgen die genoemd zouden kunnen worden. Ze volgen uit wat we al gezien hebben van Gods karakter en de "zondigheid van de zonde". Het verbaast ons niet als we zien dat deze boodschap zondaren ontmaskert en elke ontsnappingsroute blokkeert. Het is een smalle weg. Christus en Christus alleen kan redden en zondaren zijn gedwongen naar Hem te gaan om genade. Dit brengt ons bij het volgende.

 

Welke respons moet er op deze boodschap volgen?

Alles wat we al geleerd hebben over de inhoud en de implicaties van het evangelie, heeft ons voorbereid op dit laatste en vitale gedeelte. De evangelieboodschap leidt tot een belangrijke conclusie. Het vraagt zondaars iets te doen. Wat moeten ze doen? Ze moeten zich bekeren en hun geloof in Christus stellen.

We horen dit in de instructie die Petrus aan de menigte geeft op de Pinksterdag (Hand. 2:38). Het was hetzelfde gebod dat Paulus aan de Atheners gaf (Hand. 17:30). Het was de aanwijzing die aan de mensen in Lystra gegeven werd (Hand. 14:15). Hetzelfde werd ook gezegd tegen de gevangenbewaarder in Filippi (Hand. 16:31). In Paulus’ afscheidsrede aan de oudsten te Efeze herinnert hij hen aan het evangelie dat vraagt "zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus" (Hand. 20:21).

Net als met de inhoud van het evangelie zelf, veronderstelt men vaak dat iedereen volledig begrijpt wat bekering en geloof zijn. Maar dit optimisme is niet gerechtvaardigd. De Puriteinen besteedden juist veel tijd aan deze vraag. Zij vonden het belangrijk om onderscheid te maken tussen waarachtige en valse bekering, en waarachtig en vals geloof. We willen nu iets aanhalen van hen en van hedendaagse schrijvers die ook in die traditie staan. We kunnen maar heel beknopt op dit onderwerp ingaan, maar we moeten het behandelen om meer inzicht te krijgen in de aard van het evangelie.

 

  1. Bekering
  2. In het woord bekering ligt het idee dat we ons moeten afkeren van onze zonden en van alles waarvan we weten dat het verkeerd is in Gods ogen. Het is echter niet enkel een verandering in gedrag en zedelijke verbetering. Bekering houdt ook in dat we de inhoud en de implicaties van het evangelie begrepen hebben. De hedendaagse theoloog Paul Helm benadert het onderwerp van bekering als volgt:

    "Bekering is niet een vaag besef van spijt, een algemeen gevoel. Het is specifiek spijt en verdriet over de zonde. Het brengt een verandering mee in denken over onszelf, een verandering van gezindheid."

    Dan gaat hij er dieper op in en zegt:

    "Het is geen verandering van mening over een tamelijk onbelangrijke zaak, maar een verandering van gezindheid, van gedachten over de diepste dingen in het leven, de eigen morele en geestelijke idealen en normen, de relatie met God. Deze verandering van denken is een grondige verandering van waardeoordelen. Terwijl iemand er tevoren naar gestreefd heeft zichzelf te behagen in plaats van God te behagen door Zijn wet te houden, verwerpt de bekeerling zijn vroegere leven, overtuigd als hij is van zijn eigen zondigheid en van het feit dat hij tekortschiet wat betreft Gods normen en ze overtreedt. Hij beoordeelt het nu naar de norm van Gods wet, waar hij door de verlichting van de Geest nu mee instemt en zich aan onderwerpt. Hij keert zich af van die normen die hem voordien beheersten, met een bedroefd hart en met een diepgeworteld besef van onwaardigheid."

    Er is veel in deze zorgvuldige definitie om over na te denken. We zien hier de radicale aard van bekering. Dit is geen oppervlakkige zelfbeoordeling en een vaag besef verkeerd gedaan te hebben. Het is een grondig onderzoek van wortel tot tak. De mens ziet zichzelf in de weegschaal van Gods heilig karakter en geopenbaarde plannen en ontdekt dat hij hopeloos tekortschiet. Hij ziet zichzelf als iemand die tegen God gezondigd heeft. Zijn daden, houding en hele wezen zijn een overtreding tegen een heilig God.

    Deze ontdekking gaat niet gepaard met onverschilligheid of een oppervlakkige ongerustheid. Men overziet alle implicaties. Het is een schokkende ontdekking en de oorzaak van verdriet. De Puriteinse prediker uit de 17de eeuw Thomas Watson, zegt dit over de aard van waarachtig berouw:

    "Een vrouw kan evengoed verwachten een kind te krijgen zonder weeën als dat iemand zich bekeert zonder berouw. Wie kan geloven zonder ooit te twijfelen, mag wel vraagtekens zetten bij zijn geloof, en wie zich kan bekeren zonder droefheid en berouw, mag wel vraagtekens zetten bij zijn bekering."

    Watson merkt onder andere op dat er schaamte voor de zonde en haat tegen de zonde is. Er komt geen bekering tot stand door halve maatregelen. Voor de mensen in Athene zou het betekenen dat ze inzagen dat ze slecht gehandeld hadden door hun eigen wegen te bedenken om God te aanbidden en voorbij te gaan aan alle duidelijke blijken die Hij van Zijn ware bestaan gegeven had. Het zou betekenen dat ze ermee instemden dat ze schuldig waren en volledig in het duister, rondtastende, zonder Hem ooit te vinden. Bovendien zou bekering hen verder gebracht hebben en van hen gevraagd hebben te aanvaarden dat ze niet in staat waren zichzelf te veranderen vanwege hun zondige aard en ze zouden beseft hebben dat ze onder het oordeel waren. En voor de Joden zou het betekenen dat ze hun verantwoordelijkheid aanvaardden voor het feit dat ze de Heiland gekruisigd hadden, wiens komst voorzegd was in hun eigen Schriften, maar die ze toch met kwade wil opzettelijk ter dood hadden gebracht.

    Bekering toont aan dat we totaal verloren zijn en nergens kunnen ontkomen. De man of vrouw, de jongen of het meisje, wordt ontmaskerd. Gods heilige wet is overteden. Handelwijzen en daden, hetzij godsdienstig hetzij moreel, worden in het juiste licht gezien als in strijd met God en daarom terecht Zijn toorn verdienend. De Puriteinse prediker Joseph Alleine waarschuwt zondaren als volgt:

    "De heiligheid van God is tegen u. Hij is niet alleen boos op u – misschien is Hij dat weleens op Zijn kinderen – maar Zijn misnoegen tegen u is constant. Gods natuur is oneindig tegengesteld aan de zonde en daarom kan Hij niet blij zijn met een zondaar buiten Christus."

    Iets daarvan kennen we in waarachtig berouw. Er is echt verdriet over wat Godzelf is aangedaan door het overtreden van Zijn heilige wetten. Daarmee samenhangend is er een diep verlangen zich van deze dingen af te keren en God te gehoorzamen.

    Wij kunnen terloops opmerken dat bekering ten nauwste samenhangt met een ander bijbels begrip – overtuiging van zonde. In het evangelie van Johannes lezen we dat het werk van de heilige Geest ook inhoudt dat Hij de harten van de mensen doorboort over hun zonde en ze tot berouw brengt van wat ze gedaan hebben:

    "En als Hij komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel; van zonde, omdat zij in Mij niet geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot den Vader en gij Mij niet langer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is"(Joh. 16:8-11).

    Van bekering is sprake als de innerlijke overtuiging van zonde leidt tot een antwoord dat vrucht draagt. Waarom? Wat maakt het vruchtbaar? Omdat er tegelijk met de zonde-overtuiging het inzicht komt dat Christus’ offer hem kan redden. Waarachtige bekering is onlosmakelijk verbonden met een zaligmakend geloof.

    Zo komen we tot onze volgende en laatste vraag: "Wat is geloof?"

     

  3. Geloof

Heel simpel gezegd is geloof het vertrouwen dat de zondaar die zich bewust is geworden van de noodzaak van een Heiland, in het volbrachte werk van Christus stelt. Het beaamt de historishe feiten van Zijn persoon, maar ziet ook de hopeloze toestand waarin de mens zich van nature bevindt en vertrouwt dan op Christus voor vergeving en eeuwig leven.

Zich volkomen overgeven aan die genade is de essentie van zaligmakend geloof en hangt ten nauwste samen met het inzicht dat Christus alleen kan redden. Het is met name de toepassing van deze waarheid, die tot volle overgave van de zondaar aan Christus leidt. De zondaar voelt zich ertoe gedrongen tot Christus te komen. Hij kan zichzelf niet redden, maar ziet dat de dood van Christus aan het kruis in zijn nood kan voorzien. Waarachtige bekering en zaligmakend geloof gaan samen. De zondaar kan nergens anders heen dan naar de barmhartigheid van Christus. Hij is ervan overtuigd dat het verkeerd is ergens anders een weg te zoeken om tot God te komen en Hem te behagen. Al het andere werkt niet – erger nog, het heeft Gods misnoegen gewekt. Alleen God kan de situatie redden en alleen geloof in het werk van de Heiland op Golgotha kan voldoen. Echte verbrokenheid maakt je gevoelig voor het gebod om in Christus te geloven.

De Puritein Thomas Watson schrijft:

"Belijdenis van zonde brengt Christus nader tot de ziel. Als ik zeg dat ik een zondaar ben, wordt het bloed van Christus zo kostbaar voor mij! Als we dus belijden dat we schuldig zijn en dat we die schuld niet kunnen betalen, zelfs al zouden we voor eeuwig in de hel zijn, maar dat God Zijn Zoon heeft aangewezen om Zijn leven uit te gieten in de dood om zo onze schuld met Zijn bloed te betalen, hoe groot wordt dan de genade en wat een eeuwige liefde en bewondering krijgen we voor Jezus Christus!"

Geloof geeft zich met blijdschap over aan zo’n oneindig liefdevolle Heiland. Zo’n volle overgave betekent noodzakelijk ook een aanvaarden van Christus als Heer en een vast besluit om Hem te gehoorzamen. We moeten alles aan Hem toevertrouwen en onze eigen wil volkomen voor God opgeven. Alle gevoelens en verlangens worden nu aan Hem onderworpen. We hebben ons afgekeerd van een leven dat op onszelf gericht is. Dat betekent het verlies van onze onafhankelijkheid en de aanvaarding van al Gods geboden en het doen van Gods wil.

Uiteraard zijn er geen twee bekeringen gelijk. De ervaring van bekering en geloof verschilt. De volgorde waarin ze plaatsvinden kan verschillen. Maar wat vaststaat is dat er een ervaring is. Er is immers iets gebeurd met die persoon!

Natuurlijk zal het theologische bewijs van de jonge gelovige niet volmaakt zijn. Er is een leven voor nodig om de praktische implicaties van de heerschappij van Christus uit te werken. Maar toch wordt er iets zichtbaar: "Aan hun vruchten zult gij hen kennen" (Mat. 7:20).

Hierbij laten we deze bespreking. We hebben de inhoud van het evangelie in het kort weergegeven. We hebben gezien dat het van ons, zondaars, vraagt ons te bekeren en ons geloof op Christus te vestigen. Waar deze kenmerken aanwezig zijn, kunnen wij zeggen dat het evangelie gepredikt is. Maar als sommige van deze kenmerken afwezig zijn, kunnen we op zijn minst zeggen dat er iets aan de verkondiging heeft ontbroken.

 

5. HET EVANGELIE VOLGENS ALPHA

 

De claims die Alpha maakt zijn voornamelijk gebaseerd op haar enorm evangelisatie-succes. "Het werkt" en lijkt een nieuw niveau van doeltreffend zielen winnen voor Christus te bereiken. We zullen dus meer gedetailleerd moeten kijken naar wat het Alpha-materiaal in feite leert.

Zoals we in hoofdstuk twee gezien hebben, wordt dit behandeld in de eerste drie weken van de cursus. We zijn feitelijk nogal beperkt in onze materiaalkeuze. Wat leren we eigenlijk in die eerste drie weken? We willen hier vrij gedetailleerd naar kijken om het evangelisatie-element dat Alpha ontwikkelt te begrijpen. Onze bron is "Questions of life", het basis tekstboek van de cursus. Dit is het basismateriaal voor het grootste deel van de videopresentatie. Er zijn enkele verschillen. De videos bevatten minder informatie dan "Questions of life" en laten iets van het materiaal weg. In wezen volgen de videos echter het boek op de voet.

 

De boodschap van Week één: Het christendom – saai, onwaar en niet relevant?

De inleidende les behandelt tegenwerpingen tegen het christelijk geloof. Sommige bekende argumenten tegen het geloof worden naar voren gebracht op basis van Nicky Gumbels eigen ervaring. Voor hem was het zo dat hij het christendom saai, onwaar en niet relevant vond voordat hij christen werd. Dit is het uitgangspunt en de werkhypothese die Gumbel gebruikt om de doorsnee cursist aan te spreken.

De discussie gaat dan in op de crises in onze maatschappij. Deze crises worden geïllustreerd met citaten van christelijke en niet-christelijke commentatoren. Veel van de citaten zijn heel erg "to the point". Met behulp daarvan wordt ons verteld dat de moderne mens in een wereld leeft die verloren, verward en duister is.

 

  1. Leven in een verloren wereld
  2. In dit deel van de cursus wordt de cursisten verteld dat de mens een relatie met God nodig heeft, want daarzonder blijft hij hongerig en leeg. De mensen proberen deze leegte op verschillende onbevredigende manieren op te lossen. Het christendom biedt een betere kwaliteit van leven als een alternatief voor het leven in deze verloren wereld. Het helpt ons uit onze problemen. De weg vooruit zal steeds duidelijker worden en we willen deze nieuwe richting nooit weer verruilen voor wat we daarvoor hadden.

     

  3. Leven in een verwarde wereld
  4. Voor hen die in een wereld vol verwarring leven, is de oplossing van Alpha de waarheid van God. Het christendom biedt de mensen iets aan wat waar is. Dit betekent dat de boodschap niet gereduceerd kan worden tot iets dat "goed is voor jou, maar niet voor mij". Alpha zegt dat het christendom niet eenvoudig een kwestie is van een waarheid met je verstand aanvaarden, maar dat het erom gaat een relatie met Christus, de waarheid in persoon, te ervaren.

    Eén gevolg van deze ervaring van Christus is dat onze kijk op de wereld gaat veranderen. Het christendom maakt dat we de zin van de wereld zien. We gaan de dingen duidelijker zien en de wereld door nieuwe ogen bekijken.

     

  5. Leven in een duistere wereld

Het laatste onderdeel van de eerste les analyseert de triestheid van een leven zonder Christus. De reden hiervan wordt correct aangegeven: de zondeval. Het getuigenis van C.S.Lewis wordt aangehaald als een voorbeeld van iemand die dacht dat hij een goed mens was, maar toen tot de schokkende ontdekking kwam dat het tegenovergestelde waar was. Wat is de oplossing daarvoor?

"Wij hebben allemaal vergeving nodig en die kan alleen in Christus worden gevonden … Wat Jezus deed toen Hij voor ons gekruisigd werd, was dat Hij de straf droeg voor alles wat wij verkeerd hebben gedaan … We zullen zien dat Hij gestorven is om onze schuld weg te nemen, om ons vrij te maken van verslaving, angst en uiteindelijk de dood. Hij stierf in onze plaats" (Gumbel pag. 19).

De dood van Christus wordt daarom voorgesteld als een antwoord op de problemen van het leven in een donkere wereld met al zijn kwaad. Zijn dood brengt ons op de een of andere manier vergeving voor onze boze wegen. Om te proberen de dood van Christus te begrijpen, haalt Gumbel als voorbeeld de zelfopoffering van de katholieke priester Maximilian Kolbe aan, die vrijwillig stierf in de plaats van een andere gevangene in Auschwitz. Het is een heel krachtig getuigenis. Het staat niet in de video van deze les, maar komt terug in week drie. Niettemin wordt de dood van Christus voorgesteld als "zoveel meer" dan deze opmerkelijke liefdedaad.

"Jezus’ dood was inderdaad zelfs meer verwonderlijk, omdat Jezus niet slechts voor één mens gestorven is, maar voor ieder mens in de wereld. Als u of ik de enige persoon in de wereld geweest was, zou Jezus Christus gestorven zijn in plaats van ons om onze schuld weg te nemen. Als onze schuld weggenomen is, hebben we een nieuw leven" (Gumbel, pag. 20,21).

Na een korte bespreking van het eeuwige karakter van het leven dat Christus brengt, besluit Gumbel de eerste les met enkele woorden van de vrijzinnige theoloog Paul Tillich. De toestand van de mens wordt gekenmerkt door angst voor zinloosheid, dood en schuld. "Christus", zo wordt beweerd, "… is het rechtstreekse antwoord op elk van deze angsten". De video besluit met een uitnodiging om het "zondaarsgebed" te bidden.

 

De boodschap van week twee: Wie is Jezus?

Hier probeert Alpha de problemen aan te pakken die mensen hebben met het geloven van de christelijke boodschap. Alpha wil elke twijfel wegnemen die er maar kan zijn over de historische feiten van het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus en in het bijzonder over Zijn beweringen dat Hij God is.

Als fundament hiervoor wordt de betrouwbaarheid van de bijbel aangevoerd met verwijzing naar de meningen van geleerden met betrekking tot de jaartallen van de vroege manuscripten van het Nieuwe Testament. Nadat dit onderwerp is afgesloten, voelt Gumbel zich in staat om op grond van de bijbel aan te tonen dat de Here Jezus niet slechts mens was, maar ook God.

Hiervoor kijkt Alpha eerst naar wat de Here over Zichzelf gezegd heeft. De Here wordt ons getoond als degene die ons hart kan bevredigen en ons een relatie met God kan geven. Psychologen uit de wereld worden aangevoerd als getuigen voor de verdediging:

"Er is een diepe honger in het menselijk hart. De leidende psychologen van de twintigste eeuw hebben dit allen erkend. Freud zei: "De mensen hebben honger naar liefde." Jung heeft gezegd: "De mensen hebben honger naar geborgenheid." Adler zei: "De mensen hebben honger naar betekenis." Jezus zei: "Ik ben het brood des levens" (Joh. 6:35). Met andere woorden: "Als je graag je honger wilt stillen, kom dan tot Mij." (Gumbel, pag. 27,28).

De historische Christus is bij machte oplossingen te geven voor de emotionele problemen van onze hedendaagse maatschappij.

In de tweede plaats kijkt Alpha naar de uitspraken van Christus dat Hij zonden vergeeft en dat Hij de wereld zal oordelen. Enkele van Zijn directe claims dat Hij God is, worden nagegaan en de godheid van Christus wordt ondubbelzinnig vastgesteld en verdedigd. Ondersteunend bewijsmateriaal hiervoor vindt Gumbel in het feit dat Zijn leer een buitengewone uitwerking op de gemeenschap heeft gehad, dat Zijn woorden onbetwistbaar zijn, dat Zijn karakter volmaakt was en dat Hij de oudtestamentische profetieën heeft vervuld.

Tenslotte worden de feiten van de opstanding nagegaan en alle pogingen om die weg te redeneren worden beslist afgewezen, opnieuw met behulp van C.S.Lewis. Hiermee sluit week twee af.

 

De boodschap van week drie: Waarom is Jezus gestorven?

Dit is het belangrijkste evangelisatiegedeelte. De vraag die hier aan de orde komt raakt het hart van het christelijk geloof. We willen er daarom uitvoerig bij stilstaan. Alpha benadert dit onderwerp door te spreken over de "grootste nood van de mens"– het probleem van de zonde.

"Als we eerlijk zijn moeten we allemaal toegeven dat we dingen doen waarvan we weten dat ze verkeerd zijn. Paulus schreef: "Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods" (Rom. 3:23). Met andere woorden, met betrekking tot Gods normen schieten we allemaal heel erg tekort. Als we onszelf vergelijken met gewapende rovers of kinderverkrachters of zelfs met onze buren, kunnen we denken dat we er goed bij afsteken. Maar als we onszelf met Jezus Christus vergelijken, zien we hoe ver we tekortschieten." (Gumbel, pag. 44).

De zonde is dus te herkennen aan wat we doen en wat we in onze harten vinden. Het is min of meer vanzelfsprekend. Niemand van ons is zo volmaakt als Christus. Ieder weldenkend mens zal dit toegeven. En waardoor wordt de zonde veroorzaakt? Alpha zegt dat "de grondoorzaak is een verbroken relatie met God" (Gumbel, pag. 44). Hoe een verbroken relatie met God "de grondoorzaak van de zonde" kan zijn wordt niet uitgelegd. In plaats daarvan stelt Alpha een nogal merkwaardige vraag:

"Soms zeggen de mensen: Als we toch allemaal in hetzelfde schuitje zitten, doet het er dan eigenlijk wel toe? Het antwoord is dat het er zeker toe doet vanwege de gevolgen van de zonde in ons leven …" (Gumbel, pag. 44,45).

Deze gevolgen, die voor Alpha de kern van het probleem vormen, zijn:

1. De verontreiniging door de zonde – de zonde maakt ons onrein. Eén overtreding "… is genoeg om ons leven te verknoeien" (Gumbel, pag. 45).

2. De macht van de zonde – de zonde is verslavend, zijn macht over ons is moeilijk te verbreken.

3. De straf op de zonde – net zoals wij behoefte hebben aan gerechtigheid in de wereld, zo gaat God ook de zonde met ons afrekenen.

4. De scheiding door de zonde– de zonde schept een barrière tussen ons en God. Het gevolg is:

"… een geestelijke dood, die uitloopt op een eeuwige scheiding met God. Dit afgesneden worden van God begint nu … De dingen die we verkeerd doen veroorzaken deze barrière" (Gumbel, pag. 46,47).

Alpha richt dus onze aandacht op de gevolgen van de zonde voor onszelf. Wij zijn verliezers. Ons leven is verknoeid, wij zijn slaven van de zonde, worden op de een of andere wijze gestraft en worden van God gescheiden. De zonde is erg omdat het erg is voor ons. De dood van Christus wordt dan naast de toestand van de mens gezet als een tegengif:

"Het goede nieuws van het christendom is dat God ons liefheeft en ons niet in de puinhoop die we van ons leven maken, laat zitten. Hij kwam naar de aarde in de persoon van Zijn Zoon Jezus, om in onze plaats te sterven." (2 Cor. 5:21; Gal. 3:13). (Gumbel pag. 47)

Heel vernuftig gaat Gumbel dan het werk dat Christus voor ons gedaan heeft in vier punten uitsplitsen, die corresponderen met de vier genoemde gevolgen van de zonde. In de volgorde waarin deze in Alpha genoemd worden, moeten we ons het werk van Christus indenken:

1. De rechtszaal – wij worden onschuldig verklaard door God. De Rechter zelf betaalt de straf voor onze zonden. Christus draagt dus de straf voor de zonde.

2. De markt – Christus betaalt de schulden die we hebben. Het gevolg is dat we vrij zijn van de macht van de zonde.

3. De tempel – naar het patroon van de oudtestamentische offers in de tempel heeft Christus het volkomen offer gebracht om ons van de zonde te reinigen. Hiermee wordt de verontreiniging door de zonde weggenomen.

4. Het gezin – de dood van Christus stelt ons in staat opnieuw de gemeenschap met God te beleven, die immers verbroken was. Hiermee is het probleem van de scheiding die de zonde maakte, opgelost.

Alpha gaat nu dit hoofdstuk afsluiten. Na een oproep en het bekeringsgetuigenis van wijlen John Wimber, stichter van de charismatische Vineyard Beweging, worden de mensen uitgenodigd een gebed te bidden waarin ze zich aan de Here toevertrouwen. Hiermee is het evangelisatiegedeelte van Alpha afgesloten.

Deze beschrijving was kort. Er zijn nog veel andere verwijzingen, citaten en illustraties, die ik niet genoemd heb. We willen nu zien hoe adequaat de presentatie van het evangelie in feite is.

 

 

6. HET ONTBREKENDE HART VAN ALPHA

 

We zijn nu zover dat we de evangelie-inhoud van de Alpha-cursus kunnen onderzoeken. Onze beschouwing van het evangelie in hoofdstuk drie en vier heeft het fundament gelegd voor datgene wat we zouden mogen aantreffen in de cursus. Hoofdstuk vijf heeft een korte samenvatting gegeven van het evangelisatieonderdeel. Wat kunnen we zeggen als we ze vergelijken? Verkondigt Alpha het apostolische evangelie?

 

Er is niet veel evangelie

Het komt als een soort anticlimax als we meteen al moeten zeggen dat de hoeveelheid materiaal dat duidelijk evangelisatie brengt in Alpha in feite heel klein is. Het zijn maar drie van de vijftien lessen. Zelfs al nemen we in aanmerking dat bijbelonderricht en "het waterbad van het Woord" leven kunnen brengen zelfs als er geen duidelijke evangelisatieboodschap gebracht wordt, dan is het nog een raadsel dat het onderdeel van de cursus dat bedoeld is om het evangelie voor de onbekeerde begrijpelijk te maken, in feite buitengewoon klein is. Als we op zoek zouden zijn naar een intensieve en hartstochtelijke poging om zondaren te winnen voor Christus of naar een voortdurend beroep op hun geweten, zouden we tevergeefs zoeken.

In de vierde week van Alpha gaat het over het onderwerp van verzekerdheid: "Hoe kan ik zeker zijn van mijn geloof?" Alpha gelooft dat er nu genoeg tegen de Alpha-cursisten gezegd is om een adequate respons te geven. Na week drie wordt de benadering er één van: "Nu zijn we allemaal christen." Van nu af worden voornamelijk die problemen besproken waar christenen mee te maken krijgen. Inderdaad verandert de stijl van Nicky Gumbel merkbaar en hij maakt ons nu deelgenoot van de geheimen van zijn eigen worsteling en twijfels toen hij christen werd.

We hoeven alleen maar te kijken naar de titel van deze vierde les: "Hoe kan ik zeker zijn van mijn geloof?" om te beseffen dat de mensen het risico lopen ernstig misleid te worden. Door het "zondaarsgebed" te bidden aan het einde van week drie, wordt er verondersteld dat we nu een of ander "geloof" hebben aangenomen waarvoor we de zekerheid nodig hebben die les vier aanbiedt. Maar er is niets in week vier dat toetst of de cursist waarachtig berouw en zaligmakend geloof ervaren heeft. Er is niets wat nagaat of er werkelijk besef was van de noodzaak van goddelijke genade of het begrip dat Christus en Hij alleen kan redden. De raadgevingen in les vier kunnen uiterst nuttig zijn voor nieuwe gelovigen, maar zijn zonder meer misleidend als de mensen nog onbekeerd zijn.

Het is daarom merkwaardig dat een cursus die beweert een "evangelisatiesucces" te zijn, in feite heel weinig tijd besteedt aan het evangelie.

 

Hier is verwarring

We kunnen dit laatste punt verder uitwerken. Het risico is dat mensen misleid worden omdat Alpha verward is in haar doelstellingen.

Zoals de cursus zelf aangeeft is deze bedoeld zowel voor nieuwe christenen als voor niet-christenen. Er wordt geprobeerd voor beide doelgroepen iets te hebben. Daardoor wordt zijn oorsprong verraden. Na oorspronkelijk ontworpen te zijn als een pastoraal hulpmiddel voor de vorming van jonge gelovigen, ging het vervolgens een eigen leven leiden en kreeg ook een evangelisatierol. Maar in werkelijkheid is alles wat daaruit voortkomt een element van verwarring. Voor wie is de cursus eigenlijk? Is de persoon die aangesproken wordt een niet-christen, een jong christen of nog iemand anders?

Dit is het meest verontrustend als de leer van de heilige Geest aan de orde komt. Hoewel het uiteraard volkomen juist is om over de Drieëenheid te spreken en onderricht te geven over de derde persoon van de Godheid, is de benadering verwarrend. Les negen "Wat is het werk van de heilige Geest?" wordt bijvoorbeeld als volgt afgesloten:

"God wil ons allemaal vervullen met Zijn Geest. Sommigen verlangen hiernaar. Sommigen zijn niet zo zeker dat ze dit willen – in ieder geval hebben ze niet echt dorst. Als je geen dorst hebt naar de volheid van de Geest, waarom bid je dan niet om die dorst? God neemt ons zoals we zijn. Als we dorst hebben en vragen, geeft God ons de gratis gave van het water des levens" (Gumbel, pag. 152).

Wij worden hier allemaal aangesproken alsof we christenen zijn. Zelfs als we even de standaard Pinkster-charismatische theologie van de doop in de Geest aanvaarden, dan is het toch zo dat gaven als spreken in tongen op de bekering volgen en er niet aan voorafgaan. Om een niet-christen te proberen te overtuigen de Geest te ontvangen, zou een onmogelijkheid zijn. Hoe kan hij dat ooit? Hij heeft zijn vertrouwen immers nog niet op Christus gesteld. Toch is dit het advies dat de Alpha-cursus geeft. Het volgende stukje waarbij iedereen zonder onderscheid wordt aangemoedigd, vinden we in les tien: "Hoe kan ik vervuld worden met de Geest":

"Als je graag met de Geest vervuld wilt worden, wil je misschien graag iemand hebben die voor je zou bidden. Als je niemand hebt die dat kan, hoeft niets je tegen te houden om het zelf te doen" (Gumbel pag.166).

De uitnodiging wordt dus zo breed mogelijk gedaan. Als we vervuld willen worden met de Geest, dan kan dat, volgens de cursus. Er is niets dat ons tegenhoudt voor onszelf te bidden om de gave te ontvangen. Het feit dat we misschien niet werkelijk bekeerd zijn, wordt niet gezien. Een niet-christen zou gemakkelijk op deze uitnodiging kunnen ingaan en zeer waarschijnlijk in tongen gaan spreken. Het is uitermate verwarrend, zelfs al gebruik je de standaard terminologie van de pinkster-charismatische theologie. Alleen christenen die Christus kennen, kunnen een echte dorst hebben naar de vervulling met de Geest. Niet-christenen hebben bekering nodig, niet de vervulling met de Geest.

Cursusleiders die wat meer onderscheid hebben, zijn zich misschien bewust van dit probleem. Velen zullen waarschijnlijk niet de fout maken dat ze aannemen dat iedereen automatisch een christen is na week drie. Maar dit zullen ze dan zelf moeten uitwerken. De cursus geeft hun hierin geen leiding. Hoewel er verscheidene handboeken zijn voor training en leiderschap, krijgen cursusleiders en leiders van kleine groepjes geen praktische hulp bij het onderscheiden of een persoon een gelovige is of niet. De cursus bevat na week drie ook niet iets anders dat de ongelovigen oproept zich af te vragen of ze werkelijk hun geloof op Christus gevestigd hebben. Na week drie gaat de cursus verder op grond van de veronderstelling dat iedereen nu "aan boord" is.

 

Waar Alpha niets te zeggen heeft

Wat er verder ook over de cursus gezegd kan worden, de Schriften worden zeker gebruikt. Er is een duidelijk uitgesproken geloof in de godheid van Christus. Hij bevat ook enkele heel toepasselijke illustraties, waarvan sommige heel goed werken. Er zijn figuren, gemakkelijk herkenbaar als deel van de hedendaagse cultuur, van wie het gebrek aan licht over geestelijke dingen uitvoerig beschreven wordt.

Maar ondanks dit alles is de cursus niet een adequate weergave van het evangelie. Alpha doet de boodschap zoals we die in Handelingen vinden, geen recht. Soms komt het er heel dicht bij. Het noemt zelfs feiten die wezenlijk zijn voor het evangelie. Maar het is niet de evangelieboodschap. Hoe goed het ook doordacht is, het verraadt zichzelf op wezenlijke punten. We zullen nu sommige van deze kritieke zwakke punten bekijken.

 

  1. Waar is God?
  2. We moeten niet vergeten dat het evangelie een boodschap is die van God komt en over God gaat. Hij is er het hart van. De mens komt pas in beeld voor zover hij met God in aanraking komt. De Alpha-cursus ziet het net andersom. De boodschap gaat hoofdzakelijk over ons.

    Laten we nog even kijken hoe week één begon. "Saai, onwaar en niet relevant"; deze opvatting over het christelijk geloof wordt hier weerlegd. Uiteraard is het belangrijk dat we inspelen op de behoeften van de hedendaagse maatschappij. Maar op de een of andere wijze schijnt Alpha telkens weer terug te komen bij ons en onze problemen. Dit is de grondtoon die door heel het evangelisatiegedeelte heen loopt. We denken aan het gebruik van wereldse psychologie en haar visie over onze angsten, noden en existentiële vragen. Christus wordt voorgesteld als degene die in deze noden komt voorzien. Alpha’s God is in feite een God die ons komt redden uit de warboel die we van ons leven gemaakt hebben. Alles wordt gezien vanuit ons perspectief. Christus sterft om ons te redden van de gevolgen van onze zonde en ons te verlossen uit onze verloren, verwarde en duistere wereld. Christus is gekomen om onze angsten te genezen. Dit is de hoofdzaak van het materiaal in week één en komt ook sterk naar voren in de andere twee evangelisatieweken.

    Het apostolisch model voor de prediking en het onderricht van het evangelie is, zoals we gezien hebben, om met God te beginnen. Het is de God die hemel en aarde gemaakt heeft, die verkondigd wordt (Hand. 17:23,24). Maar iemand zo heerlijk als deze God vinden we niet in Alpha terug. Alpha vraagt niet van ons om onszelf radicaal aan te passen aan de kennis van deze God en Zijn eisen. Eigenlijk leren we in Alpha meer over onszelf en praktisch niets over God in de eerste drie lessen. Het gaat allemaal over onze problemen, onze angsten, onze verwarring, onze behoefte aan een doel in het leven. Dit is nogal schokkend. Nicky Gumbel, die eerst vertelt dat zijn eigen probleem in het begin was dat hij niets over het christendom wist, gaat dan verder om ons praktisch niets over God te vertellen. Terugdenkend aan Paulus’ bezoek aan Athene in Handelingen 17, zien we dat Alpha erin slaagt om God de "Onbekende god" te laten blijven. Alpha verkondigt Hem niet zoals Paulus. We ontdekken nagenoeg niets over Hem, over Zijn voornemen, Zijn karakter en Zijn wezen. In diepste wezen plaatst Alpha de mens centraal, niet God.

     

  3. Geen Schepper, geen God der heerlijkheid …
  4. Dat God te weinig nadruk krijgt, wordt een weerkerend thema. Zo zien we bijvoorbeeld dat de gerechtigheid en heiligheid van Gods wezen en karakter nauwelijks aandacht krijgen. In feite wordt het niet de moeite waard geacht om te noemen dat God de grote Schepper is.

    Dit punt kan niet genoeg benadrukt worden. We hebben het niet over niet wezenlijke extra’s, maar over fundamentele zaken. In Handelingen 17 waren de mensen even cruciaal onwetend over God als wij vandaag. Ze wisten niet hoe hoog en verheven Hij was. Ze wisten niet hoeveel ze Hem verschuldigd waren als hun Schepper. Omringd als ze waren door de bewijzen van Zijn goedheid en vriendelijkheid, wisten ze toch niet hoe ondankbaar ze waren ten aanzien van Hem als de grote en machtige Schepper. In Alpha wordt God simpelweg voorgesteld als iemand die ons helpt, in plaats van als de eeuwige heerlijke Maker van hemel en aarde.

     

  5. Liefde en niets dan liefde
  6. Het enige dat Alpha duidelijk overbrengt wat betreft God, is dat Hij een God van liefde is. Dit is telkens en telkens weer de boodschap. Dit geldt ook voor het geschreven materiaal, en in nog grotere mate voor de video’s. De derde les maakt deze nadruk duidelijk:

    "God houdt zoveel van ieder van ons en verlangt een relatie met ons te hebben, zoals een menselijke vader een relatie wil hebben met al zijn kinderen. Het is niet alleen maar zo dat Jezus voor iedereen gestorven is. Hij is voor mij en voor jou gestorven, heel persoonlijk" (Gumbel pag. 53).

    Natuurlijk is er liefde in het hart van God. Het is een oneindige liefde, een wonderbare liefde, een volmaakte liefde. Maar Alpha’s God van liefde is niet de bijbelse God van liefde.

    De God van de bijbel is een God van heiligheid, wiens liefde des te meer opmerkelijk is omdat die bewezen wordt aan slechte zondaars. Deze liefde wordt uitgedrukt door iemand die heilig en heerlijk is. Dat is het wat de liefde van Christus begrijpelijk en beteknisvol maakt. Alpha heeft ons niet op de juiste wijze verteld over het karakter van God. Dus is Zijn liefde uiteindelijk niet veel meer dan emotie en sentiment. Tenzij we er ons van bewust zijn hoe zondig we zijn en wat een grote genadedaad het van God was om Zijn Zoon voor ons te geven, zullen we de liefde van God nooit begrijpen. Totdat we onszelf als schuldige zondaren zien, zijn we niet in staat Zijn liefde te vatten of te begrijpen waarom Christus gestorven is. Het is net zoiets als proberen te beschrijven wat het is om dorst te hebben aan iemand die die ervaring nooit gehad heeft. Er is geen aansluitingspunt.

     

  7. Geen zonde …
  8. In de Alpha-cursus komt Christus ons redden van de gevolgen van onze zonde. Hij heeft ons lief en is gekomen om ons te verlossen uit onze ongelukkige menselijke toestand. In de bijbel komt Christus ons niet alleen redden van de gevolgen van de zonde, maar bovenal om aan de eisen van Gods heilige wet te voldoen. Dit is een wezenlijk onderscheid.

    De wortel van de zonde is dat het een overtreding is tegen de heilige wet van God. De ernst hiervan wordt ernstig ondermijnd als Alpha zegt: "De grondoorzaak van de zonde is een verbroken relatie met God" (Gumbel, pag. 44). Dit gaat bij lange na niet ver genoeg. Zonde is de overtreding van Gods wet en daarom een overtreding tegen de persoon van God zelf. Dit is de grond voor de verbroken relatie met God en van het allergrootste belang. Alpha verstaat eenvoudigweg niets van de heiligheid van God en van Zijn toorn tegen de zonde. Het heeft er geen idee van dat de mens Gods wet overtreden heeft.

    Dit verklaart waarom Alpha de vraag "waarom zullen we over de zonde inzitten?" op merkwaardige wijze beantwoordt door vier gevolgen van de zonde. De gevolgen zijn zeker waar. Maar alles draait om de mens. Het zijn de gevolgen voor ons. Het feit dat we God gekrenkt hebben is op zich toch voldoende reden om in te zitten over onze zonde. Maar Alpha heeft ons niets gezegd over de heiligheid van God en heeft dus geen referentiepunt om zulke begrippen te introduceren. In plaats daarvan moet het wel de toevlucht nemen tot de "vier gevolgen" om die vraag "waarom zullen we over de zonde inzitten?" te beantwoorden. De analyse van Alpha gaat bij lange na niet ver genoeg. Zijn Christus komt in de wereld om een te klein probleem op te lossen.

    Dit probleem steekt telkens weer de kop op. Het verbaast ons niet dat de "Christus" van Alpha werd gekruisigd "… om de straf te dragen voor alle dingen die we verkeerd gedaan hebben" (Gumbel, pag. 19). Het is inderdaad waar dat er duidelijk zonde is in de dingen die we verkeerd gedaan hebben. Maar zonde is nog zoveel meer. Het is veel erger dan wat we over onszelf weten of ervaren in ons leven. Het is zelfs erger dan het feit dat we niet zo volmaakt leven als de Here Jezus. Wij zijn ongeneselijk zondig en zijn "… van nature kinderen des toorns …" (Ef. 2:3). Het is niet slechts wat we doen – het is wat we zijn in de ogen van God wat het probleem is. Op hetzelfde niveau als deze fout ligt de glansloze behandeling van de "tempelscene" in het gedeelte over de gevolgen van de zonde. Daar staat dat het oudtestamentische offerstelsel ons laat zien "… de ernst van de zonde en de noodzaak om ervan gereinigd te worden" (Gumbel, pag. 52), maar er wordt ons niet verteld waarom het zo ernstig is. De vraag wordt gewoon ontweken. Waarom is de zonde zo ernstig dat de doodstraf nodig is? Waarom was het uiteindelijk nodig dat Gods eigen Zoon stierf? We lezen alleen dat de "verontreiniging van de zonde werd weggenomen" (Gumbel, pag. 52). Is dat alles? Is daarmee de functie van het offersysteem voldoende verklaard? Heeft dit aangetoond waarom de zonde zo ernstig is en zo’n drastische oplossing nodig heeft? Alpha mist het wezen volkomen. De dood is vereist omdat Gods wet zegt: "De ziel die zondigt, die zal sterven" (Ez. 18:4). Het gaat veel dieper dan Alpha zegt.

     

  9. Geen toorn, geen oordeel
  10. Het komt dan ook niet onverwacht dat we merken dat de God van Alpha geen God van toorn is. Dit wordt zelfs niet genoemd. Er is zelfs geen illustratie om de gedachte van Gods toorn en boosheid over te dragen. De Atheners tegen wie Paulus sprak werden op dit punt niet in het onzekere gelaten; hun pogingen tot aanbidding konden de goedkeuring van de Koning der heerlijkheid niet wegdragen. Of, zoals we in de woorden van Johannes de Doper lezen: "Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem" (Joh. 3:36).

    Alpha maakt ons niet bewust van de ernstige situatie waarin we verkeren vanwege de toorn van God die op ons blijft.

    Alpha komt het dichtst bij de gedachte van heilige toorn als de "rechtszaalscene" besproken wordt, een tegengif voor de gevolgen van onze zonde. Wij zijn schuldig en Christus betaalt de prijs voor ons. Hij is daarom "zowel onze Rechter als onze Verlosser" (Gumbel pag. 50). Maar het is absoluut niet duidelijk wat dit inhoudt. In feite is het geen wezenlijk argument in Alpha, maar wordt zo nu en dan even aangeroerd als één van de gevolgen die Christus’ dood voor ons bewerkt heeft. Het is meer een latere toevoeging dan een wezenlijk onderdeel van de cursus. We moeten veel meer van de aard van Gods oordeel en de basis daarvan weten dan dit, voordat we werkelijk de consequenties van wat Christus voor ons gedaan heeft kunnen beseffen.

    Als een laatste voorbeeld ervan hoe Alpha de ernst van de zonde mist, zien we dat het onderwerp van het oordeel zelf maar terloops wordt aangeduid. Alpha besteedt er zo weinig woorden aan dat we het heel gemakkelijk kunnen missen. We lezen dat "wij allen onder het oordeel van God vallen" (Gumbel, pag. 46),maar er wordt niet gezegd hoe ontzagwekkend dat is. De video van week twee zegt ons dat er een scheiding zal zijn van schapen en geiten, maar gaat er niet dieper op in. De Schrift zegt: "Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God!" (Hebr. 10:31). De bijbel vertelt ons van de verschrikkingen die de ongehoorzamen te wachten staan, die "zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte" (2 Thess. 1:9). Alpha is nogal zwijgzaam op dit punt. De verschrikkingen van de hel en het oordeel zijn verwaterd tot de uitdrukking: "… eeuwige scheiding van God" (Gumbel, pag. 46) en dat is dat – meer wordt er niet gezegd. Het komt kortweg hier op neer dat, omdat Alpha ons niet heeft gezegd hoe God is, kan het ook niet zeggen wat zonde is en waarom de toorn van God daarop komt.

     

  11. Christus’ werk aan het kruis misverstaan

De indruk die Alpha bij ons achterlaat, is dat God een God is die medelijden met ons heeft. De centrale boodschap van de cursus is dat God ons allen heel erg liefheeft en verlangt dat wij in Hem geloven. Alpha denkt dat ons probleem is dat wij niet beseft hebben hoezeer Hij ons liefheeft, en dat we, als we dat zouden beseffen, waarschijnlijk eerder tot Hem zouden komen. Alles is gebaseerd op het feit dat God Zijn Zoon gezonden heeft om voor ons te sterven. Dit is het bewijs van Zijn liefde en vormt de centrale basis voor haar appèl. Het gaat er dan alleen nog om dat wij het kruis voor ons persoonlijk zien (Gumbel, pag. 53) en binnengaan in de zegen daarvan, waardoor we bevrijd worden van de gevolgen van de zonde en in relatie gebracht met een liefhebbend God.

Het is niet zo moeilijk te zien dat hier veel van waar is. De mensen zijn leeg. Ze hebben God nodig. Het leven zonder Hem is zinloos. De gevolgen van de zonde schreeuwen van de daken. De benarde toestand van de mens gaat God aan het hart. Toch ziet Alpha niet waarom Christus moest sterven. Het gevaar in Alpha is dat het kruis niet meer is dan een "visueel hulpmiddel" dat overtuigend aantoont dat God liefdevol is en Zichzelf opoffert. Christus’ werk aan het kruis wordt gedegradeerd tot een reddingsdaad om ons uit onze problemen te redden in plaats van een vervulling van de rechtvaardige eisen van de heilige wet en een verzoening van de toorn van God.

Dat Alpha de kluts kwijt is wat betreft het punt van de verzoening blijkt wel uit de illustratie die gebruikt wordt in week drie om de dood van Christus uit te leggen. Gumbel neemt ons mee naar de rivier de Kwai in de Tweede Wereldoorlog en de opmerkelijke dapperheid van een Britse soldaat en ziet daarin een passende parallel. Deze man maakte deel uit van een werkploeg die de Burmeese spoorweg voor de Japanners bouwde. Op een dag merkte een oppasser dat er een schop ontbrak. De oppasser begon te razen en te tieren en werkte zich op tot razernij en beval de schuldige naar voren te komen. Niemand bewoog zich. "Allemaal dood", schreeuwde hij en richtte zijn geweer op de gevangenen. Op dat moment kwam de dappere soldaat naar voren en zei dat hij de schop weggepakt had. Onmiddellijk werd hij doodgeknuppeld, hoewel er in feite geen enkele schop ontbrak. De gevangene deed het alleen om de anderen te beschermen. Met andere woorden, het was een daad van immense moed. Dan zegt Gumbel: "Op dezelfde manier kwam Jezus om in onze plaats te gaan staan" (pag. 48). Maar helpt deze illustratie ons te begrijpen waarom Christus moest sterven? Beslist niet!

Denk eens even na. De "straf" die de dappere soldaat op zich nam was niet de rechtvaardige straf van een heilig en goed God. Het was de willekeurige en wrede slechtheid van een meedogenloze tiran. De Japanse oppasser werkte zichzelf op tot razende woede en ging tekeer over een betrekkelijk kleine aangelegenheid. Is dit werkelijk een beeld van de rechtvaardigheid van God en Zijn heilige toorn? Is de toorn van God de Vader te vergelijken met de woede van een slecht mens die reageert op een onbeduidende overtreding? Alpha zegt dit uiteraard niet expliciet, maar de illustratie geeft ons geen enkel licht over de vraag waarom Christus gestorven is. Het zegt ons alleen dat de soldaat erg moedig was en heel opofferend. Dir raakt echter niet de kern van onze vraag. Het heeft ook niet veel nut om de daad van een man die in feite sterft voor een niet-bestaande overtreding te vergelijken met de dood van Christus. De Here Jezus Christus moest voor echte overtredingen sterven – onze overtredingen tegen een heilig God. Dit voorbeeld brengt ons nergens. Misschien laat het iets van de pijn en het lijden van de Heiland zien, maar het zegt ons niet waarom Hij moest sterven. Zonder een duidelijke uitleg van de overtreding van Gods heilige wetten is er geen samenhangende verklaring mogelijk.

De video gaat op dit punt de zelfopoffering van Maximilian Kolbe gebruiken om uitleg te geven. Maar dit is weer dezelfde basisfout. In dit geval biedt Kolbe zich vrijwillig aan om de plaats van een andere man in te nemen als de concentratiekampofficieren gevangenen selecteren die moeten sterven als represaille voor een ontsnapping. Er is echter geen punt van vergelijking tussen het onrecht en de slechtheid van de Nazikampen en de heilige wetten van God. De illuatratie gaat niet op, evenmin als die van de gebeurtenis aan de rivier de Kwai.

Alpha probeert nog een paar keer de zaak aan ons uit te leggen, maar slaagt daar niet in. We lezen dat God Christus, Zijn Zoon, moest straffen en door dat te doen "maakte Hij het voor ons mogelijk hersteld te worden in een relatie met Hem" (Gumbel, pag. 52). Maar het geheel is nogal vaag. Het moest gebeuren, maar we weten niet waarom. Het is een mysterieuze transactie, die niet duidelijk wordt uitgelegd. In week één leren we dat Hij gestorven is "om onze schuld weg te doen. Als onze schuld is weggedaan, hebben we een nieuw leven" (Gumbel, pag. 21). Maar we lezen nergens waarom het noodzakelijk was dat Hij stierf om onze schuld weg te doen. Een voldoende overtuigende reden vinden we nergens omdat er geen echt besef is van de heiligheid van God of van de toorn van God. Alles wat er overblijft is liefde zonder een juiste context, die we zien in de offerande van Christus, die gestorven is om ons leven beter te maken. Is dit werkelijk het eind van het verhaal?

 

Evangelisatie of Apologetica?

Tenslotte hebt u misschien opgemerkt dat we weinig gezegd hebben over het materiaal van week twee: "Wie is Jezus?" De reden daarvoor is eenvoudig. Het materiaal daarin is eerder apologetisch dan evangelistisch. Het is belangrijk dat we het verschil zien. Apologetica is een christelijke wetenschap die historisch en ander bewijsmateriaal aanvoert om daarmee te bewijzen wat de bijbel leert. Het ontleent gegevens aan de archeologie, de geschiedenis, de filosofie en de logica, maar ook aan andere wetenschappen om meer ondersteuning te geven aan de waarheid van de bijbel. Hoewel het zeker nuttig is en waarde heeft, is het geen evangelisatie. Het evangelie is evangelisatie.

"Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker?" (Rom. 10:14).

De prediking van Gods Woord is Gods middel om zondaren te behouden. Daarom kan Paulus met nadruk zeggen:

"Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek" (Rom. 1:16).

Apologetica kan intellectuele misverstanden of moeilijkheden ophelderen. Maar het is het evangelie dat bekering teweegbrengt. Alpha’s verdediging van de godheid van Christus is redelijk goed en beknopt en bondig. Maar dat is op zichzelf nog geen evangelie. Het is ook belangrijk om aan te tonen dat de opstanding echt gebeurd is. Als er geen opstanding was, dan is er ook geen verlossing, zoals de apostel Paulus heel duidelijk maakt (1 Cor. 15:17). Alpha laat er geen twijfel aan bestaan dat het feit werkelijk plaatsvond, maar legt niet voldoende de betekenis daarvan uit. Dat moeten we kennelijk zelf maar uitwerken. Het feit dat de opgestane Heer ten hemel gevaren is en gezeten is aan de rechterhand van God, wordt zelfs niet eens genoemd. Ook is er geen enkele verwijzing naar de toekomstige gebeurtenis wanneer de opgestane Heer als Rechter terug zal keren. Het is alleen apologetisch materiaal, dat in de lucht blijft hangen zonder dat duidelijk wordt wat het werkelijk inhoudt voor de evangelisatie.

Dat zegt heel veel. Alpha gelooft dat het probleem van bekering in feite het gevolg is van de juiste informatie over Christus. Neem de twijfel weg en het werk is practisch gedaan. Daarom is een derde van het evangelisatiegedeelte in de grond apologetisch en niet het pure evangelie. Als we dan ook nog bedenken dat de eerste les voornamelijk kijkt naar de problemen die de moderne mens heeft met geloven in God, kunnen we daaruit concluderen dat veel van het veronderstelde evangelisatieonderdeel van de cursus voorbijgegaan is zonder enige wezenlijke evangelie-inhoud. Het wordt bewaard voor de derde week en zoals we net gezien hebben, kleven hier teveel gebreken aan om als betrouwbaar beschouwd te worden.

Laten we alles nu samenvatten. We hebben gezien dat Alpha zwijgt over enkele wezenlijke punten die een eerste plaats innamen in de prediking van de apostelen. Het hart ontbreekt in Alpha en dat hart is God zelf. Onderwerpen als God de Schepper, de majesteit en heerlijkheid van Zijn wezen, Zijn heiligheid, Zijn toorn tegen de zonde en het komende oordeel zijn of volkomen afwezig of veel te zwak aangeduid. De zonde wordt gebagatelliseerd in haar ernst en de hele benadering is mensgericht. Als Alpha wèl spreekt, begint het op de verkeerde plaats – bij onszelf. Dan mist het een gouden kans om evangelisatieargumenten te gebruiken door veel van het onderwerp apologetisch te behandelen. Tenslotte is het niet in staat ons een duidelijk antwoord te geven op de vraag waarom Christus moest sterven. Het schijnt dat God een groots gebaar van liefde heeft gemaakt om ons te redden van de consequenties van ons eigen zelfzuchtig leven, om zo onze honger te stillen en ons voldoening te schenken.

Als we dit vergelijken met de prediking van de apostelen, kunnen we zien dat het wezen ons jammerlijk onthouden is. Alpha heeft ons een armzalige theologie gegeven en gefaald ons de God van de bijbel te verkondigen. We zijn niet voldoende bewust gemaakt van de grote kloof die er tussen God en ons is. Helaas, zoals we zullen zien maakt de rest van de cursus ons ook niet veel wijzer op dit punt.

 

7. ALPHA, EEN KRACHTELOOS EVANGELIE

 

We hebben gezien hoe de evangelisatieboodschap in de Alpha-cursus geen recht doet aan wat we in het Nieuwe Testament vinden. Er is niet die duidelijkheid die er dient te zijn wat betreft het karakter van God, de "zondigheid van de zonde" of de betekenis van de dood van Christus. Maakt Alpha ons voldoende bewust van onze verantwoordelijkheid? Worden de argumenten die aangevoerd worden, toegepast op ons geweten? Zegt het ons op de wijze van de apostolische prediking dat we binnen moeten gaan via de smalle weg van bekering en geloof?

 

Het appèl van de liefde

Wat Alpha in les drie zegt komt het dichtst bij een oproep of uitnodiging voor de zondaren:

"God heeft ieder van ons zo lief en verlangt ernaar een relatie met ons te hebben zoals een menselijk vader dat verlangt met ieder van zijn kinderen. Het is niet alleen maar zo dat Jezus voor iedereen gestorven is, Hij stierf voor u en mij; het is heel persoonlijk. Op het moment dat we het kruis zien op deze persoonlijke wijze, zal ons leven totaal veranderd worden" (Gumbel, pag. 53).

Opnieuw is de liefde het onderwerp. Dit is de kern van het appèl dat gedaan wordt. God "verlangt" naar een relatie met ons en wacht tot we ons daarvan bewust worden. In de taal die Alpha gebruikt zijn we al Zijn kinderen. Het klinkt heel intiem en innig. We worden er in de verste verte niet van bewust gemaakt dat we zondaren zijn, ver verwijderd van God en Zijn liefde. Er wordt ons niet verteld dat we genade nodig hebben als we ooit het koninkrijk van God willen binnengaan. In Alpha zijn we daar in zekere zin al. We moeten ons alleen bewust worden van dat feit en het "persoonlijk maken".

Misschien verbaast het u om te weten dat in de taal van de apostelen zo’n soort appèl niet te vinden is. Zij confronteren ons niet met de liefde van God, maar met barmhartigheid, met genade, niet met sentimentele liefde. Voor we zien hoe ver we van God af zijn en hoezeer we ontferming nodig hebben, kunnen we Gods liefde niet vatten. Als we eenmaal inzien hoezeer we Gods toorn en eeuwige straf verdienen, is het niet meer nodig dat iemand ons vertelt over Zijn liefde. Wij kennen die dan. Zijn liefde verklaart zichzelf. Als we beseffen dat God bereid is ellendige zondaren van hun zonden te verlossen door het kruis, kennen we Gods liefde. De apostolische prediking had het niet nodig ons te dwingen een God van liefde te aanvaarden. Deze verkondigde een God die heilig is en toch bereid om zondaren te redden. Daar zien we de liefde. Er is geen plaats voor een sentimentele en emotionele God die slechts "verlangt" naar een relatie met ons.

Zo zijn er ook problemen met de uitspraak dat Jezus voor iedereen gestorven is. Alpha verzekert de cursisten dat Hij "voor u en voor mij" gestorven is. Maar de apostelen verkondigen nooit een God aan hun toehoorders die zo beschikbaar en toegankelijk is voor ons. Hij zal ons zeker redden als we Zijn naam aanroepen. Maar zij verzekeren ons nooit dat Hij voor iedereen gestorven is. De apostel Paulus, die de woorden van de Heer tot Mozes citeert, zegt:

"Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn" (Rom. 9:15).

De Here blijkt een grotere stem in de verlossing en de bekering te hebben dan Alpha ons doet veronderstellen. Als Petrus ziet dat de houding van Simon de tovenaar niet goed is, zegt hij tegen hem:

"Bekeer u van deze uw boosheid en bid de Here of deze toeleg van uw hart u moge vergeven worden" (Hand. 8:22).

De God die Simon wordt aangeboden is iets minder toegankelijk dan de God met wie Alpha ons confronteert. Petrus laat Simon een God zien die barmhartig is, maar wiens barmhartigheid gezocht en gevonden moet worden. We mogen er niet zondermeer vanuit gaan dat de liefde er voor ons is, maar er wordt ons gezegd dat we die nederig moeten zoeken. Ik ben bang dat als Simon de Alpha-cursus gedaan had, hij heel anders behandeld zou zijn.

Met andere woorden, Alpha’s appèl is voortijdig. Het verzekert ons al bij voorbaat van iets dat alleen echt gekend kan worden nadat we bekeerd zijn. We weten dat God ons liefheeft en voor ons gestorven is als wij Zijn genade vinden. Het soort appèl dat Alpha doet, is evenals vele andere evangelisatiebenaderingen misleidend en onjuist. Het evangelie van Alpha is niet het evangelie dat de apostelen verkondigden. Het is een krachteloos en sentimenteel evangelie, dat nalaat de liefde van God te baseren op Zijn rechtvaardigheid.

 

De kern van de zaak

De belangrijke derde les, "Waarom is Jezus gestorven?" wordt afgesloten met een getuigenis van wijlen John Wimber over hoe hij tot bekering is gekomen. Hierna wordt aan de deelnemers gevraagd het "zondaarsgebed" te bidden. Dit getuigenis moet verder onderzocht worden omdat men het kennelijk beschouwt als een model van wat een zondaar is en een indicatie van wat we over God moeten weten. Wimber zegt:

"Ik dacht dat ik een goeie kerel was. Ik wist dat ik dingen verkeerd deed nu en dan, maar ik besefte niet hoe ernstig mijn toestand was" (Gumbel pag. 53).

Dat klinkt heel goed. Hij erkent dat zonde iets ernstigs is. Maar hij zegt nog meer. Toen zijn vrouw Carol in een kleine bijeenkomst bad dat ze spijt had van haar zonde, raakte Wimber in paniek. Als zij dacht dat zij moest toegeven dat ze een zondaar was, wist Wimber dat daar logisch uit volgde dat hij ook moest toegeven dat hij een zondaar was. Hij zegt:

"In een flits werd de betekenis van het kruis voor mij persoonlijk duidelijk. Plotseling wist ik iets wat ik daarvoor nooit geweten had; ik had Gods gevoelens gekwetst. Hij had mij lief en in Zijn liefde voor mij heeft Hij Jezus gestuurd. Maar ik had me van die liefde afgekeerd; ik was er mijn hele leven voor uit de weg gegaan. Ik was een zondaar die het kruis wanhopig nodig had."

Nu is het hier niet de plaats om te veel over Wimber zelf te zeggen en of hij wel of niet een ware gelovige was. Maar er zijn enkele elementen in deze "modelbekering" aanwezig die gebruikt worden in "Questions of Life" en in de video, die we niet over het hoofd mogen zien.

Misschien is het wel het meest onthullende dat hij hier zegt dat hij beseft dat hij "Gods gevoelens gekwetst" had. Wat betekent dit? Besefte hij dat hij van nature een zondaar was? Begreep hij dat hij Gods toorn en oordeel verdiende? Was hij zich bewust van het gevaar waarin hij verkeerde en wat God "voelde" over zijn ongeloof en zonde? Uit wat hij hier geschreven heeft, kunnen we dat niet afleiden. In plaats daarvan zag hij in een flits dat het kruis voor hem persoonlijk iets te betekenen had, maar wat hij toen ervoer was niet zozeer het besef dat hij tegen een heilig God gezondigd had, maar eerder een gevoel dat hij "Gods gevoelens gekwetst" had door Zijn liefde te verwerpen. We zouden bijna medelijden met God krijgen! God heeft zoveel voor ons gedaan toen Hij Zijn Zoon zond om voor ons te sterven en wij hebben er gewoon geen acht op geslagen en nu voelt God Zich gekwetst. Zoals we in het vorige hoofdstuk al gezien hebben, is het kruis weinig meer dan een symbool en demonstratie van liefde, in plaats van de plaats waar onze zonden verzoend werden. In Alpha is ons probleem in wezen dat we te stom zijn om een goed aanbod dat ons gedaan wordt op zijn waarde te schatten. Het lijkt wel alsof Alpha’s appèl weinig meer is dan dat we moeten geloven in Zijn liefde. Maar er wordt niets in de prediking van de apostelen gevonden dat hier ook maar in de verte aan doet denken.

 

Noem de zonde bij de naam

Als wij niet geconfronteerd worden met de smalle weg van de ware en levende God, worden we ook niet geconfronteerd met "de zondigheid van de zonde". De mensen in de tijd van de apostelen hoorden hun zonden openlijk verkondigen. De aanbidders in Lystra hoorden dat hun offers een "ijdel bedrijf" waren waarvan ze zich moesten bekeren (Hand. 14:15). Stefanus zei tegen het Joodse Sanhedrin dat ze "hardnekkig en onbesneden van hart en oren" waren (Hand. 7:51). Niemand werd gespaard in de prediking van de apostelen en profeten in de eerste gemeente. Die prediking wond er beslist geen doekjes om.

Alpha schijnt niet bereid te zijn hun voetsporen te volgen. De zonden van trots en ongeloof worden niet erg uitvoerig besproken. Men spreekt zich niet uit tegen de arrogantie van de mens. Zonden worden niet met name genoemd. Er is geen volledige beschrijving van de hopeloos zondige wegen van de mens en van zijn onherstelbaar zondige natuur. Zijn opzettelijke ongehoorzaamheid en rebellie tegen God worden niet openlijk aan de kaak gesteld. Dit wordt de Alpha-cursisten bespaard.

De mens wordt niet zozeer als zondig gezien, maar meer als iemand die er nogal droevig aan toe is. Het portret van onszelf dat ons voor ogen gesteld wordt toont meer pathos dan koppige zondigheid. Wij zijn schepselen in een verloren, duistere en verwarde wereld, die een janboel maken van hun leven en tragisch genoeg onwetend zijn van het feit dat God hun werkelijk liefheeft. Onze zonden worden slecht als bewijs gezien dat ons leven niet is wat het zou moeten of kunnen zijn. Dat is Alpha’s boodschap voor ons. De ernst wordt niet gezien, er is geen confrontatie van onszelf als zondaren. We hebben medelijden met onszelf in plaats van ons te schamen.

 

Dat meent u niet!

Wat we tot nu toe gezien hebben, bereidt ons voor op het volgende punt. Er is geen echt besef van de ernst van onze situatie en van onze verantwoordelijkheid ten aanzien van God. Er is nergens een ernstige oproep om ons van onze zonden te bekeren, ons leven na te gaan of ons bewust te worden van het gevaar waarin we verkeren. De cursus, zelfs waar die het meest evangelistisch is, loopt niet over van ernst over de nood en laat ons ook niet zien hoe enorm groot onze misdaden zijn. De gebiedende eisen van God worden ons er niet in bekend gemaakt. Het is eigenlijk helemaal geen smalle weg.

De hele cursus door verbergt Alpha de zwaarte van Gods oordeel voor ons en waarom wij naar Christus moeten vluchten om genade te ontvangen. De eeuwige straf en het oordeel zijn geen sterke punten van Alpha. Week vier "Hoe kan ik zeker zijn van mijn geloof?" citeert Johannes 3:16 inclusief de woorden "… opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga …", maar het zegt niet wat "verloren gaan" betekent. Ook in week drie zagen we dat al.

"Eens zullen we allen in het oordeel van God komen. Paulus zegt ons dat het loon dat de zonde geeft, de dood is (Rom. 6:23). Paulus spreekt hier niet slechts over de lichamelijke dood. Het is een geestelijke dood, die resulteert in eeuwige vervreemding van God. Dit afgesneden worden van God begint nu" (Gumbel pag. 46).

Wat is geestelijke dood? Het is volgens Gumbel het afgesneden worden van God. Wat betekent het te worden afgesneden van God? Het betekent eeuwige vervreemding van God. Wat betekent eeuwige vervreemding? Dat lezen we nergens. Opnieuw klinkt het eerder droevig dan ernstig. Betekent het eeuwige en bewuste straf? Het staat er niet. Betekent het dat de zielen van de onbekeerden alleen maar "slapen"? Ook dat lezen we niet. In het licht van het feit dat de Roomskatholieke kerk de Alpha-cursus kan accepteren en daarin niets vindt dat onverenigbaar is met haar eigen leer, kunnen we zien dat deze bewoordingen kennelijk ook het vagevuur niet uitsluiten. Het is alles even vaag en onuitgewerkt.

 

Het zondaarsgebed

Ook al is er geen adequate behandeling geweest van de heilige eis van God, van Zijn oproep om ons te bekeren en te geloven, Alpha nodigt toch de mensen uit om het zondaarsgebed te bidden. De belofte is dat met het bidden van dit gebed het christelijk leven begint (Gumbel pag. 54). Het gebed luidt als volgt:

"Hemelse Vader, ik heb spijt van de dingen die ik in mijn leven verkeerd heb gedaan (neem even de tijd om vergeving te vragen voor specifieke zonden die op je geweten drukken). Vergeeft U mij alstublieft. Ik keer mij nu af van alles waarvan ik weet dat het verkeerd is.

Dank U dat U Uw Zoon Jezus gezonden hebt om voor mij aan het kruis te sterven, zodat ik vergeving kan krijgen en vrijgemaakt kan worden. Van nu af aan wil ik Hem als mijn Heer gehoorzamen en volgen. Dank U dat U mij nu deze gave van vergeving en Uw Geest wilt schenken. Ik ontvang die nu. Komt U alstublieft in mijn leven door de heilige Geest die voor altijd bij mij blijft. Door Jezus Christus, onze Heer. Amen."

Het is interessant om opnieuw te zien dat de nadruk op zonde gelegd wordt als zijnde "dingen die ik verkeerd gedaan heb in mijn leven". Dat we niet met onze ware aard en positie ten aanzien van God geconfronteerd worden, vinden we terug in de taal van het gebed. Bovendien moeten we ons niet laten geruststellen door woorden als "spijt" of "afkeren van het verkeerde". Bekering is meer dan het bidden van een gebed, zelfs van een gebed met een paar goede woorden erin. Tenzij die woorden gepaard gaan met een zondeovertuiging werken ze niets uit, ondanks de belofte die Alpha geeft voordat de cursist ze bidt. Vragen om vergeving en danken voor de gave van het leven is uiteraard heel goed, mits God werkelijk een werk doet in iemands leven. Maar als dat niet het geval is, betekent het niets.

Gaven de apostelen modelgebeden om te bidden? We lezen dat nergens, ondanks het wijdverbreide gebruik hiervan in evangelische gemeenten. Wat we vandaag bijna vanzelfsprekend aanvaarden in onze evangelisatie, is in het Nieuwe Testament niet te vinden. Waarom? Omdat de prediking van het Woord van God de nodige gevoelens en overtuiging verwekte in plaats van het mechanisch bidden van een gebed. Toen op de pinksterdag de mensen geconfronteerd werden met hun schuld, lezen we:

"Toen zij dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders? En Petrus antwoordde hun: Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen" (Hand. 2:37,38).

Toen tegen hen gezegd werd dat ze zich moesten bekeren, wisten ze wat dit betekende omdat ze al "diep in hun hart getroffen"waren doordat de Geest van God in hen werkte. Petrus kon zijn toehoorders verzekeren dat hun zonden vergeven zouden worden en dat ze de heilige Geest zouden ontvangen als ze zich echt tot de Here bekeerden. Ze hoefden daarvoor geen vorm van woorden te gebruiken. Maar in Alpha krijgen we die verzekering omdat we een gebed gebeden hebben. Dit is een valse zekerheid. In feite wordt hierdoor het nogal mechanisch verstaan van de bekering, dat het hart van de Alpha-cursus vormt, gelogenstraft. Nergens wordt de leiders geleerd hoe ze moeten uitzien naar bewijzen dat iemand werkelijk overtuiging van zonde heeft of dat er een echt werk van genade plaatsvindt in zijn leven. De cursist wordt al bij voorbaat beloofd dat het bidden van het gebed hem binnenbrengt in de zegeningen van Christus’ dood.

Het is onthullend om de resultaten te zien van zo’n soort gebed in het leven van iemand die naar Nicky Gumbel toeging. Deze man zegt:

"We gingen samen naar de ondergrondse kapel, waar ik een gebed bad van toewijding. Hij zei dat het zoiets was als een referentiepunt en dat ik het waarschijnlijk al eerder gebeden had, maar niet in de juiste vorm. Ik vroeg Jezus mij te vergeven en in mijn hart te komen en mijn leven over te nemen. Ik voelde niets. Het had niet veel te betekenen en ik ging terug naar mijn werk" (In Elsdon-Dew, 1995, pag. 52).

Bekering – niet veel te betekenen? Christen worden – iets in de juiste vorm gieten wat we waarschijnlijk daarvoor al geloofden? Er zijn in Alpha blijkbaar geen grote verwachtingen van de bekering. Het gebeurt zonder dat we er veel van weten. Het is in feite interessant om te zien dat dit deel van de cursus niet vaak genoemd wordt door de Alpha-cursisten. Het "zondaarsgebed" leidt niet tot diepgaande ervaringen van Gods liefde en barmhartigheid. Het schijnt een onbelangrijke gebeurtenis te zijn. Neem het voorbeeld van iemand anders die de derde week van de Alpha-cursus bijwoonde. Hij zegt:

"Ik besloot uit te vinden of het waar was als ik probeerde Nicky’s gebed in zijn boekje "Waarom Jezus?" te bidden en Jezus te vragen in mijn leven te komen. Dus bad ik dat gebed. Ik zat thuis en luisterde naar mijn favoriete muziek toen ik mijn boekje pakte en het gebed bad, waarbij ik me van al het verkeerde afkeerde, me ervan bekeerde en God vroeg me te vergeven en in mijn hart te komen. Het deed me absoluut niets. Ik dacht: "Zo, dat is het dan …" Daarna ging ik naar het Alpha weekend. En toen gebeurde er iets."

Kennelijk is de bekering die door het "zondaarsgebed" tot stand komt van niet veel betekenis, pas op het "Heilige Geest weekend" gebeurt er iets in de ervaring.

 

Nog koffie?

Tot besluit van dit hoofdstuk willen we nog opmerken dat het totale concept en de algehele benadering van de Alpha-cursus uitgaat van de opvatting dat aan niemand aanstoot gegeven mag worden. De benadering is niet op de man af. Het is niet scherp omlijnd en laat geen God zien die gehoorzaamheid eist. Men wil bewust geen angst in de harten van de zondaren zaaien door ze te waarschuwen voor wat hun te wachten staat als ze het evangelie niet gehoorzamen. De smalle weg van berouw, bekering en waarachtig geloof wordt niet uitgelegd.

Toch wordt deze halfzachte methode geprezen als een van de pluspunten van Alpha. Met lekker eten, vriendelijke gesprekken en de kleine groepjes, is Alpha bedoeld als een lichte, niet al te serieuze benadering van het christelijk geloof. Zoals één van de sponsors van Alpha het uitdrukte:

"Wij geloven dat het mogelijk is iets van het christelijk geloof te leren en tegelijk veel plezier te hebben. Lachen en pret zijn een wezenlijk deel van de cursus, waardoor barrières worden afgebroken, zodat iedereen kan relaxen" (Alpha News, febr. 1997).

In dezelfde publicatie wordt aanbevolen om op een gewone avond, etentje inbegrepen, de bijeenkomst om 7.40 uur te beginnen met

"een welkom van de leider (misschien zelfs met een grapje!) en daarna enkele mededelingen, gevolgd door een korte tijd van aanbidding."

 

De videos zitten in feite vol met grapjes en grappige anecdotes. Veel wezenlijke dingen uit de "Questions of Life" zijn weggelaten om plaats te maken voor meer grapjes en verhalen op de video. Zelfs bij ernstige onderwerpen klinkt de humor door. Het is een duidelijke boodschap over de sfeer die men moet maken. Op de video zien we herhaaldelijk beelden van het publiek waarbij de sfeer meer doet denken aan een speech tijdens een dineetje. In zo’n sfeer is het moeilijk om met iets ernstigers te komen. Als je een te "zware" boodschap brengt, getuigt dat bijna van een slechte smaak, waarmee je een leuk avondje uit bederft.

Ook in het weekendje weg zien we hetzelfde. Zelfs het hoogtepunt van de cursus, de zaterdagavondbijeenkomst over "Hoe kan ik met de Geest vervuld worden?" kan volgens de suggesties van de cursusleiders om half acht gevolgd worden door een etentje en om negen uur met "amusement en revues" (Alpha News, febr. 1997). Het moet dus vooral licht en gemakkelijk zijn. Zelfs het hoogtepunt van de cursus, de "ervaring van de heilige Geest" moet gevolgd worden door een leuk avondje.

De slotles van de cursus wordt omschreven als een "party", een soort afscheidsdiner. De meeste plaatjes waarmee de cursus gepromoot wordt laten ons groepjes gelukkige en ontspannen mensen zien, die kennelijk een leuk avondje uit hebben. Overal lachende mensen en gezelligheid. Eten en plezier schijnen de belangrijkste ingrediënten te zijn. Natuurlijk zal niemand willen beweren dat maaltijden en vriendschap verkeerd zijn en niet op hun plaats. Maar de sfeer die Alpha bewust creëert kan niet anders dan afleiden van de ernst van de boodschap. De aandacht wordt afgetrokken van de consequenties van het evangelie voor ons als zondaren. In plaats daarvan geeft men ons het gevoel dat de christelijke boodschap hoort bij deze sfeer van warme vriendelijkheid.

We hebben al gezien dat Alpha weinig boodschap heeft te bieden. Dat weinige wordt verspild door het karakter van Gods liefde en de aard van Zijn vergeving verkeerd voor te stellen. Dat gebeurt door de betekenis van de zonde en de noodzaak van een volledige bekering af te zwakken. De cursus laat na de noodzaak te benadrukken een beroep te doen op ons geweten en onze schuld te erkennen en ons de verantwoordelijkheid die wij ten aanzien van God hebben onder het oog te brengen. Nog erger, men schijnt te denken dat dit een pluspunt is! Het is oneindig ver af van de methode van de apostelen.

In het volgende hoofdstuk zullen we zien of het weekendje weg toevoegt wat er ontbroken heeft en de zaak nog redt. Want het is zonneklaar dat het evangelisatiegedeelte van de cursus niet veel echte bekeringen geeft. Is het beter gesteld met het weekend uit?

 

8. EEN WEEKENDJE WEG

 

Veel getuigenissen van mensen die de Alpha-cursus gevolgd hebben, draaien om het "heilige-Geest-weekend". In één van haar publicaties zegt Alpha:

"Het weekend is een cruciaal element van de cursus, wat de heilige Geest wordt nu geïntroduceerd. Soms kan de leer hierover in één enkele dag behandeld worden, maar het weekend is een goede gelegenheid om vriendschappen aan te knopen en er eens even uit te zijn" (Aug. 1995).

Het is het beste als het van vrijdagavond tot zondagmiddag duurt. Er is dan tijd voor de drie studies over de heilige Geest en ook nog voor een gesprek over "Hoe kan ik de rest van mijn leven zo goed mogelijk besteden?"

Wat gebeurt er in dit weekend? Wat wordt de mensen geleerd? En in hoeverre heeft het te maken met waarachtig berouw en reddend geloof?

 

De geest van Alpha

Ongetwijfeld is het onderwerp "Hoe kan ik vervuld worden met de heilige Geest?" het belangrijkste van het hele weekend en misschien wel van de hele cursus. Aan het eind van deze les "gebeurt het".

Op zich bevat deze les weinig verrassingen. Alles bij elkaar genomen is het een tamelijk standaard verdediging van de charismatische theologie en praktijk. Dit komt hier op neer dat men leert dat wij, hoewel we als christenen de heilige Geest hebben, toch niet ten volle effectief kunnen zijn, tenzij we met de Geest vervuld worden. Zodra iemand de Geest ontvangt is er een opvallende verandering in hem, die hem onderscheidt van degenen die die ervaring niet hebben gehad. Om dit bijbels te funderen neemt Alpha ons mee op een razendsnelle toer door de belangrijkste gebeurtenissen van Handelingen. Het wordt echter al heel gauw duidelijk dat de mensen voorbereid worden om allerlei verschijnselen en lichamelijke manifestaties te accepteren als bewijs dat de heilige Geest aan het werk is en ze nu vervuld worden met Hem. Met de gebeurtenissen in Handelingen 2 als model wordt er tegen de cursisten gezegd:

"Soms, als mensen vervuld worden, beven ze als een blad in de wind. Anderen bemerken dat ze heel diep gaan ademen, alsof ze lichamelijk de Geest inademen" (Gumbel, pag. 156).

De tongen van vuur in Handelingen 2, vinden we terug in een bepaalde ervaring, volgens Alpha:

"Soms gaat de vervulling met de Geest gepaard met lichamelijke warmte en mensen ervaren het in hun handen of andere lichaamsdelen. Eén persoon beschreef het als een gevoel dat zijn hele lichaam gloeide. Iemand anders zei dat ze "vloeibare warmte" ervoer. Weer iemand anders beschreef het als "branden in mijn armen, hoewel ik niet heet was." (Gumbel, pag. 156).

Tegen anderen is gezegd dat ze "de overweldigende liefde van God" gaan ervaren en dat ze dat op emotionele wijze tot uitdrukking mogen brengen. Hoe het ook zij, men maakt het de mensen gemakkelijk om emoties en bovennatuurlijke dingen te ervaren. Zij worden daadwerkelijk gewaarschuwd niet bang te zijn om hun gevoelens te uiten of zich op bijzondere wijze uit te drukken. In tongen spreken wordt ook aanbevolen als een uitlaatklep voor de emoties.

Alpha doet dan een appèl en probeert de mensen te overtuigen de gave die hun wordt aangeboden aan te nemen. Gumbel beschrijft zijn eigen aanvankelijke terughoudendheid wat betreft tongen, maar legt dan uit hoe hij enkele vrienden vroeg voor hem te bidden. Ze zeiden dat hij moest "samenwerken met de Geest van God". Toen hij dat deed en zijn mond opende, begon hij in tongen te spreken. De boodschap is dus duidelijk. De cursisten moeten iets doen als ze deze gave of elke andere manifestatie van de heilige Geest willen ontvangen. Zij moeten meewerken. Om ze hierbij te helpen krijgen ze een lijst met mogelijke belemmeringen, zodat de barrières om mee te werken weggenomen worden. Onder andere worden genoemd: twijfel, angst en tekortkomingen. Na dit aangekaart te hebben, geeft de cursus enkele richtlijnen om ze te overwinnen. We lezen bijvoorbeeld:

3. Vraag God je te vervullen met Zijn Geest en je de tongentaal te geven. Blijf Hem zoeken totdat je die gave vindt. Blijf kloppen totdat de deur opengaat. Zoek God met je hele hart.

4. Open je mond en begin God te prijzen in elke willekeurige taal, behalve je eigen of een andere taal die je kent.

5. Geloof dat wat je ontvangt, van God komt. Laat je door niemand vertellen dat je het zelf bedacht hebt. (Dat zou wel heel onwaarschijnlijk zijn.)"

Het is een kwestie van een agressieve verkoopmethode. De mensen worden in een hoek gedreven en tenzij ze meewerken, missen ze wat de heilige Geest wil doen! Er is praktisch geen ontkomen aan. Alpha verzekert ons dat "ieder een prijs kan krijgen", door te garanderen dat wat we ook zeggen bij onze pogingen om in tongen te spreken, van God moet zijn en als iemand het tegenovergestelde zegt, heeft hij het simpel bij het verkeerde eind. Wat gebeurt er eigenlijk als de instructies opgevolgd zijn?

 

Wat de mensen zeggen

Volgens hun eigen zeggen is het weekendje weg een enorm succes. Uit de verslagen van cursisten blijkt dat dit onderdeel van de cursus hen gewoonlijk het meest bijblijft. De instructies werken kennelijk. Er gebeurt heel wat.

Ongetwijfeld zijn verreweg de belangrijkste dingen in de heilige Geest-ervaring gevoelens en bovennatuurlijke verschijnselen. Hier zijn maar een paar van de vele voorbeelden die we hadden kunnen vermelden:

"Tijdens het weekend werd ik gezegend doordat ik de heilige Geest ontving. Wat een ervaring – volkomen vrede, een stroom van tranen en het gevoel dat ik een bijzonder iemand was, waar Jezus van hield."

"Ik wilde niet naar het weekend gaan, maar ik ging toch. Maar nu kan ik mijzelf een christen noemen. Ik zou willen zeggen dat ik de heilige Geest gevoeld heb. Ik voelde dat er van mij gehouden werd. Het was werkelijk een overweldigend gevoel van liefde."

"Maar Nicky sprak over de gaven en tongen, en aan het eind van zijn toespraak vroeg hij de heilige Geest te komen. Ik was totaal overweldigd. Ik kon mezelf niet meer beheersen en ik wilde dat ook niet. De tranen begonnen te stromen en er gebeurde van alles met me – het was een wonderlijke ervaring en iets wat ik echt nooit verwacht had."

Emoties, tranen, het gevoel dat God van je houdt, deze dingen zijn het hoogtepunt van de Alpha-cursus.

Uiteraard zijn deze ervaringen niet beperkt tot het "weekendje weg". De cursus is flexibel en vanaf het begin wordt men aangespoord om "open voor God" te zijn. Hier is een verslag van een Jeugd Alpha-cursusleider:

"We houden de studies over de heilige Geest tijdens het weekend, hoewel een van de dingen die we ontdekt hebben, is dat er vanaf het begin zo’n honger is, dat we bidden of de heilige Geest eerder wil komen. De jongelui zijn tegenwoordig zo ervaring-gericht dat ze daar echt voor openstaan."

De ervaringen komen dus soms al eerder en niet uitsluitend tijdens het weekend. Waar deze ervaringen voorkomen, spelen ze ongetwijfeld een belangrijke rol in het veronderstelde bevestigen van de realiteit van God. Van Jeugd Alpha tot het werk in de gevangenissen zijn dit soort verschijnselen en manifestaties van vitaal belang.

 

Maar is het wel echt?

Ondanks alle oprechtheid van de Alpha-cursisten die geloven dat ze werkelijk God ontmoet hebben, zitten we toch met een aantal vragen. Zijn deze ervaringen vergelijkbaar met wat wij al over het werk van de heilige Geest geleerd hebben, namelijk het geven van waarachtig berouw en geloof? Als we naar de getuigenissen van de mensen kijken en naar de bijbelse betekenis van berouw en geloof, moet ons antwoord eerlijk gezegd "nee" luiden.

Wat waren ook al weer de kenmerken van bekering en geloof? Is er zondeovertuiging? Schamen de mensen zich voor de zonde? Hebben ze de ernst van Gods wet gevoeld en de rechtvaardigheid van Gods veroordeling van ons begrepen? Heeft men enig besef van het feit dat God ons als zondaren aanspreekt die gevaar lopen om eeuwig verdoemd te worden? Klemmen de mensen zich aan Christus en aan Hem alleen vast om behouden te worden, dat ware bewijs van vertrouwend geloof? We zoeken er tevergeefs naar tijdens het "weekendje weg". Deze kenmerken zijn er gewoon niet.

Het is bijvoorbeeld moeilijk de bekering van een ziel die op weg was naar de hel gelijk te stellen met de ervaringen die we hierboven gezien hebben of met vele andere die we hadden kunnen noemen. Voor velen is het gewoon een emotionele ervaring of lichamelijke sensatie, die geen enkele betekenis heeft. Er is geen overtuiging van zonde, geen besef van iemands geestelijke toestand, geen begrip van de heiligheid van God of van onze wanhopige nood om met Hem verzoend te worden.

We hebben al gezien dat de ervaring van bekering en geloof niet te vinden was in het evangelisatiegedeelte van de cursus. Het "zondaarsgebed" had weinig resultaat. Alles wacht op het heilige-Geest-weekend, want dan gaat het gebeuren. Maar hoewel dit veel ervaringen oplevert, vult het het tekort niet aan en verschaft het niet de ontbrekende ingrediënten van berouw en geloof. Helaas moeten we vaststellen dat Alpha volkomen faalt als middel tot evangelisatie.

 

Fenomenaal succes?

Wat kunnen we dan zeggen over de ervaringen die mensen hebben als ze beven of huilen of gevoelens van hitte ervaren? Zijn die het werk van de heilige Geest? Worden de mensen echt in contact gebracht met de persoon van de heilige Geest, zoals hun beloofd wordt die het weekend meemaken?

De ervaringen die de mensen hebben zijn niet verwonderlijk, aangezien ze er al op voorbereid waren zulke dingen te verwachten. Dat is duidelijk. Het is ook duidelijk dat mensen vaak ontdekken dat er iets met hen gebeurt wat ze schijnbaar niet kunnen beheersen. Wat voor velen misschien niet zo duidelijk is, is dat iedereen deze ervaringen, die zeker niet het werk van de heilige Geest zijn, kan krijgen door in een "veranderde bewustzijnstoestand" te komen. Alle instructies die de cursisten krijgen zijn voorbereidingen om in een staat van bewustzijn te komen waar de normale denkprocessen worden gestopt en het denkvermogen, tenminste tot op zekere hoogte, uitgeschakeld wordt. Dit blijkt overduidelijk uit het onderricht over het spreken in tongen. We krijgen te horen dat we in iedere taal moeten gaan spreken, behalve in de talen die we kennen. Het is iets dat plaatsvindt buiten het bereik van ons verstand. Als we in zo’n toestand zijn, is het ongelofelijk wat er gebeuren kan en wat het menselijk lichaam kan voelen. Dit heeft echter helaas niets te maken met de Geest van God.

Denk eens even na over de dingen die de mensen overkomen. Behalve de tongen zijn er verscheidene emoties, "brandende" sensaties, tintelingen en andere manifestaties. Sinds de "Toronto-blessing" is de lijst van mogelijkheden nog aanzienlijk groter geworden, met onder andere dierengeluiden en "vallen in de Geest". Alles kan en gebeurt ook.

De ruimte laat ons niet toe hier de ontoereikendheid van de charismatische theologie en de verdediging van de verschijnselen te onderzoeken. Anderen hebben dit uitvoerig gedaan (bijv. Masters and Whitcomb 1992; Wright 1996; MacArthur 1992; Glover et al 1997). Toch is het misschien een verrassing voor Alpha supporters en aanhangers van "tekenen en wonderen" te horen dat mensen van alle mogelijke godsdiensten en geloven deze verschijnselen ook kunnen krijgen. Een niet-christelijke "genezer" vertelt van zijn eigen ervaring:

"De patiënt voelt de genezing soms al voordat ik ben gaan staan en dat toont aan dat de kracht voortkomt uit iets buiten de genezer en alleen door hem heen komt. Ik ben dan al in de zogenaamde "Alpha toestand" en dat is een bijzondere toestand van rust. Dan kom ik uit mijn stoel en leg mijn handen zachtjes op de schouders van de patiënt, beweeg ze dan naar het hoofd en dan langzaam naar beneden langs de wervelkolom, die een verlenging is van de hersenen. Het genezingsproces verloopt heel rustig en zacht. Soms voelt de patiënt iets van wat ik voel – een tinteling of hitte of kou. Mijn handen trillen dan enigszins en de hitte of kou hebben meestal niets te maken met de temperatuur van mijn handen." (Edwardes 1994)

We moeten geen verband zien met de verwijzing naar de "Alpha toestand", want die heeft niets te maken met de Alpha-cursus, maar de gevoelens en sensaties beslist wel. Dit zijn nu precies de verschijnselen waar Gumbel de deelnemers aan het weekend op voorbereidt.

Hier volgt een verslag van één van de patiënten van Edwardes:

"In de geneeskamer zei Phil tegen me dat ik alle gedachten weg moest doen en dus concentreerde ik mij op de vaas met rozen in de vensterbank vóór mij. Hij zette kalmerende klassieke muziek op, die ik erg mooi vond, dus het was gemakkelijk om te relaxen. Hij legde zijn handen eerst op mijn schouders, toen op mijn hoofd. Ik had een gevoel alsof alles van me afviel – pijn, spanning, alles – alles viel weg onder zijn handen. Er kwam ook een tinteling uit zijn handen. Ik herinner me dat ik me na afloop heel erg koud voelde. Zodra ik thuiskwam viel ik in een diepe slaap, twee uur lang." (Edwardes, pag. 60).

Gevoelens, tintelingen, die vinden we ook bij Alpha terug. Dezelfde ontspannen "veranderde staat van bewustzijn", dezelfde resultaten, maar in het geval van Edwardes van een man die zondermeer de God van de bijbel loochent.

Een laatste voorbeeld van Edwardes’ genezingen:

"Ik ben altijd een gespannen, overbezorgde vrouw geweest en toen ik voor het eerst op die stoel zat, voelde ik mij nerveuzer dan ooit. Toen zette Phil muziek aan en ik begon te ontspannen. Plotseling voelde ik wat ik alleen maar kon beschrijven als een rechthoek van warmte in mijn rug – en dat was voordat hij me aangeraakt had. Het was als een lichte electrische schok. Ik schaamde me dat ik zomaar begon te huilen, maar ik kon er niets aan doen. Ik voelde alleen maar een overweldigend besef van vrede toen ik daar zat" (Edwardes, pag. 44).

De gelijkenis met het heilige-Geest-weekend is tè opvallend om over het hoofd te zien. Mensen worden overweldigd door gevoelens, huilen zonder te weten waarom, tintelingen, electrische schokken en sensaties, dat is precies wat er gebeurt op de Alpha-cursus. Het enige verschil is dat Alpha deze dingen toeschrijft aan de heilige Geest in plaats van aan een onpersoonlijke macht. Om het maar ronduit te zeggen: dit zijn geen echte geestelijke ervaringen. Ze worden tot stand gebracht door de mensen in een uiterst emotionele toestand te brengen, waar ze de controle over zichzelf verliezen.

Handboeken over zelf-hypnose hebben talloze soortgelijke voorbeelden. De niet-christelijke hypnotiseur Ronald Shone vertelt wat we kunnen verwachten als we in een toestand van "veranderd bewustzijn" komen, waar ons verstand uitgeschakeld wordt:

"Zodra u zich ontspant, of al daarvoor, kunt u een tintelend gevoel ervaren, met name in de benen en voeten … Deze reacties zijn volkomen normaal" (Shone).

Ergens anders zegt hij:

"… het kan zijn dat u een tintelend gevoel door bepaalde lichaamsdelen ervaart – bijna alsof je voelt dat er een uitwisseling van energie plaatsvindt."

De Alpha-cursus is er alleen maar in geslaagd om de mensen vertrouwd te maken met hypnose op grote schaal. De ervaringen waar ze over spreken behoren voor het grootste deel tot het gebied van het vlees en zullen ons zeker niet dichter tot God brengen of kennis aangaande Hem geven. Ze zijn in sterke tegenspraak met de gemoedstoestand waarin God met zondaren handelt – namelijk als ze wakker geschud zijn. Dat was zeer zeker de ervaring van hen die naar Petrus’ toespraak op de Pinksterdag geluisterd hebben; ze werden "diep in hun hart getroffen" (Hand. 2:37). Dat is wat anders dan overal tintelingen voelen.

Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat we zulke verschijnselen in valse religies aantreffen. Met name Kundalini yoga kent dit soort verschijnselen. In een citaat van Grof, die over deze praktijken geschreven heeft, lezen we:

"… personen die bij dit proces betrokken zijn, vinden het moeilijk om hun gedrag te beheersen; tijdens krachtige vloedgolven van Kundalini energie uiten ze vaak verschillende onwillekeurige klanken en hun lichaam beweegt in vreemde en onverwachte patronen. Onder de meest algemene manifestaties zijn ongemotiveerd en onnatuurlijk lachen of huilen, spreken in tongen … en imitaties van allerlei dierlijke geluiden en bewegingen" (Grof in "Focus", winter ‘94/95).

Gegeven het feit dat de verschijnselen van Alpha en de "Toronto-zegen" identiek zijn aan New Age en valse religies, hoeft het ons niet te verbazen dat deze methoden en ervaringen volkomen ontbreken in de bijbel. Maakt Paulus er gebruik van in Athene? Of in Lystra? Of doet Petrus ze op de Pinksterdag? Nee. We lezen helemaal niets over zulke verschijnselen. Het Woord van God wordt gepredikt. De toehoorders worden diep in hun hart getroffen. Geen tintelingen, geen sensaties, geen lachen, geen vallen in de geest. De hele sfeer is anders. Alpha slaat de plank volkomen mis als ze deze verschijnselen als deel van de cursus aanprijst.

 

Maar Jezus heeft me toch lief?

Los van de verschijnselen zelf, beweren de mensen ook dat ze de liefde van God voelen. De ervaring die ze krijgen als een deel van het onderricht over de heilige Geest, brengt vaak een ervaring van geliefd worden met zich mee, het gevoel dat je speciaal bent, zoals bleek uit de getuigenissen. Een vrouwelijke cursist beschrijft het als volgt:

"Ik zag dit ongelooflijk witte licht en mijn hele lichaam, van mijn hoofd tot mijn tenen, baadde in helder wit licht. Vloeibare liefde stroomde in mij en ik bleef maar zeggen: Ik heb Jezus ontmoet, ik heb Jezus ontmoet!" (Alpha News, Maart ‘98).

Het feit echter dat deze ervaringen komen in een bepaalde gemoedstoestand die we niet in de bijbel vinden, doet ons meteen op onze hoede zijn. Wat blijkt is dat de liefde, hoewel die gevoeld en voor echt gehouden wordt, geen werkelijke bijbelse context heeft. Het is niet gebaseerd op het feit dat er liefde betoond wordt aan verdorven zondaren die ten volle Gods toorn verdienen. Het wordt niet in verband gebracht met het werk van Christus om zondaren te verlossen. Ook is het niet het gevolg van de zekerheid die we nu hebben door in Christus te geloven. In plaats daarvan lijkt het een mysterieus werk van zekerheid te zijn dat plaatsvindt voordat er iets van bekering en geloof geweest is. De "liefde" komt vaak als een donderslag uit heldere hemel en meestal zonder enig verband met de noodzaak van vergeving of het besef dat we de komende toorn moeten ontvluchten. Het is veel vriendelijker en genoeglijker.

Het lijkt vaak meer op een Jezus die de zonde niet zo ernstig neemt en eenvoudig de persoon in kwestie wil laten zien dat hij geliefd is. Het is meer dat iemand ervan verzekerd wordt dat hij zonder enige voorwaarde aanvaard wordt, dan een indicatie van de enorme prijs die de Zoon van God betaald heeft om de verlossing van de zonde te bewerkstelligen. Soms gaat het gepaard met een gevoel dat we "speciaal" zijn voor God in plaats van onder het oordeel te zijn. Men gelooft zelfs vaak dat Jezus ons hele leven al met ons geweest is, met het verlangen ons lief te hebben. Zo stond het ook in het getuigenis van Wimber, dat we al eerder genoemd hebben:

"Plotseling wist ik iets wat ik nooit eerder geweten had; ik had Gods gevoelens gekwetst. Hij hield van mij en in Zijn liefde voor mij had Hij Jezus gezonden. Maar ik had me van die liefde afgekeerd. Mijn hele leven had ik die gemeden."

Paulus zegt in Athene dat God "de tijden der onwetendheid" van de zondaren voordat ze in Hem geloofden, voorbijgezien had. Het is niet zo dat we alleen maar niet wisten hoeveel liefde God ons betoonde. Het punt was dat we volslagen onwetend waren met betrekking tot Zijn wegen en hoe Hem te aanbidden. Hij had geduld met ons, hoewel we Hem tartten door onze houding en gedrag. Maar Alpha begint bij ons en onze problemen in plaats van bij het heilige karakter van God en daarom hoeft het ons niet te verwonderen dat Gods liefde verlaagd wordt tot iets dat ons laat zien hoe speciaal we altijd voor Hem geweest zijn.

 

Terug naar het verleden

Velen die aan de Alpha-cursus beginnen, zijn ten einde raad. Er zijn een aantal aangrijpende verhalen over mislukte huwelijken, over alcohol- en drugsverslaving, over ziekte en andere droevige situaties. Heel vaak bracht Alpha een "happy end" aan een ongetwijfeld verschrikkelijke tijd van trauma. Telkens weer zijn er uitvoerige beschrijvingen van mislukte huwelijken, gezinsproblemen, tevergeefse zoektochten naar de zin van het leven, moeilijkheden en problemen. De verhalen zijn reëel en aangrijpend. Ze laten zien hoe het leven is.

Zo zijn er ook openhartige verslagen van verkeerde keuzes die gemaakt zijn, van asociaal gedrag. Veel van de Alpha-cursisten hebben in hun leven fouten gemaakt in hun relatie, hun carrière of ze hebben veel lichamelijk lijden meegemaakt. Vaak is het tijdens het "weekendje weg" dat de dingen tot een hoogtepunt komen en dat de zaken op een rijtje komen.

Hoewel we sympathie moeten hebben met lijden en problemen, is toch het hele proces vaker "ik-gericht" dan "God-gericht". De Jezus van Alpha komt eerder om onze pijn te verlichten dan om bekering te geven. Het is vaak therapie en genezing wat Hij brengt en niet zozeer een diep besef van overtuiging van zonde. Dit is opnieuw zorgelijk. Uiteindelijk is dit terug te voeren tot de benadering die we vanaf het begin van de cursus in Alpha zien. Het is een cursus die vanuit de mens werkt. Hij begint met onze voornamelijk existentiële problemen en hoe God ons kan helpen in de duistere, verwarde en verloren wereld die wij bewonen. Zeker, we leren ook dat Hij voor onze zonden gestorven is, maar we hebben al gezien dat de behandeling van de zonde oppervlakkig is. God is er in wezen om het leven beter voor ons te maken. En dit is precies wat Alpha bereikt: de ervaringen van de mensen laten een God zien die beschadigde en gekwetste mensen komt repareren in plaats van hen te laten zien dat ze "zondaren zijn in de hand van een toornig God". Want ondanks alle medelijden dat de Heer ons toont en ondanks alle tederheid die Hij tentoonspreidt als Hij ons hervormt, zijn wij "van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns" (Ef. 2:3). In tegenstelling tot de gedachte dat we op onzichtbare wijze geliefd worden door een God die er altijd voor ons is, zijn we de voorwerpen van Gods mishagen.

"Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem" (Joh. 3:36).

Dit alternatief is veel moeilijker te aanvaarden dan wat Alpha ons biedt. Als de apostel Paulus terugkijkt op een leven van godsdienstigheid voor hij tot bekering kwam, kan hij weinig goeds daarvan zeggen. Hij schrijft:

"Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen" (Fil. 3:8).

Dat is sterke taal. Hij is niet ingenomen met zichzelf of met zijn oude leven. Dat oude leven is als "vuilnis" voor hem. Hij had het in zijn onwetendheid gedaan (1 Tim. 1:13). Zijn ervaring van Gods liefde voor hem was niet die van een sentimentele God die er "voor hem" was, maar van een God die hem "ontferming bewees".

Te veel ervaringen van de Alpha-cursisten, vooral tijdens het "weekendje weg", hoewel niet alleen dan, hebben een God die ons van droefheid verlost in plaats van van de zonde. Maar de bijbel heeft iets anders te zeggen.

 

Leuke mensen

Deze indruk wordt nog versterkt als we luisteren naar enkele ervaringen van mensen die diep geraakt waren door de liefde die ze ondervonden van de mensen die ze op de cursus ontmoetten, zowel van cursusleiders en kringleiders als van de andere deelnemers. Een vrouw schrijft bijvoorbeeld:

"Ik voelde me aanvankelijk een beetje huiverig, omdat ik wist dat er veel mensen zouden zijn die ik nooit eerder ontmoet had. Ik had me geen zorgen hoeven maken. Bij de deur werd ik begroet met een heel fijn welkom. Geen moment werd ik alleen gelaten of voelde ik me niet op mijn gemak … Nu weet ik waarom ik zoveel liefde van de mensen op de Alpha-cursus kreeg. Het was de liefde van de Heer, die door hen heen werkte".

Uiteraard moeten Gods kinderen liefdevol anderen verwelkomen. Dit hoort een kenmerk van hun gedrag te zijn. Christenen horen "de leer van God, onze Heiland, in alles tot sieraad te strekken" (Titus 2:10). Mensen kunnen inderdaad de leer van God tot sieraad strekken. Maar ze zijn geen vervanging daarvoor. Bij Alpha is er een gevaar dat je bekeerd wordt tot een liefdevolle groep mensen in plaats van tot God zelf, vanwege de nadruk op kleine groepjes, "sharing", gezelligheid, sympathie en begrip. We gaan misschien in een wereld van ellende en duisternis kritiekloos en gedachteloos de God van een groep mensen die we zijn gaan waarderen en die echte belangstelling en zorg voor ons getoond hebben, aanvaarden als onze God. Hier volgt nog een voorbeeld. Een vrouw die de cursus volgde vertelt haar ervaring:

"De vraag waarop ik een antwoorde wilde hebben was: "Waarom was iedereen in die kerk zo aardig tegen mij?" Ze kenden me niet, dus wat voor reden zou er kunnen zijn om mij zoveel aandacht en medeleven te geven? … Elke week weer was ik opgetogen over het enthousiasme, de kundigheid en opgewektheid van degenen die kookten en hielpen. Naarmate de cursus verstreek, dacht ik: "Ongelofelijk! Wat het ook is dat deze mensen hebben, ik wil dat ook hebben."

Uiteraard zal niemand willen beweren dat christenen in hun evangelisatie onvriendelijk of vijandig moeten zijn, maar Alpha’s warme hartelijkheid en gemakkelijke open sfeer lopen het gevaar dat die sfeer een vervanging wordt voor het evangelie zelf. Men gelooft iets omdat een groep lieve en gulle mensen dat toevallig ook gelooft. Als ze toevallig in iets totaal anders geloofden, zou die "God" waarschijnlijk even acceptabel zijn. De boodschap zelf moet tot bekering leiden in plaats van de liefde van de cursisten.

De tijd dat je bij elkaar b ent, met name tijdens het weekendje weg, smeedt hechte vriendschappen, maar brengt ook emotionele druk met zich mee om jezelf te geven aan iets wat je niet volkomen begrijpt. De redenen hebben niet zozeer te maken met de persoon van Christus als wel met het verlangen om bij de groep te horen. Sommige kerkelijke leiders spreken van de "verslaving" die sommige mensen hebben ten aanzien van de Alpha-cursus, vanwege de relaties die ontstaan, zowel onder de leiders als onder de deelnemers. Eén van hen zegt:

"Veel mensen waren zo gegrepen van onze eerste Alpha-cursus dat ze ontwenningsverschijnselen kregen toen het eind van de cursus in zicht kwam."

Dit is duidelijk wat overdreven uitgedrukt, maar de noodzaak om echt geloof en bekering los te maken van een verlangen om je aan te passen aan het geloof van een fijne groep mensen, is heel reëel. Het zou niet zo’n groot probleem zijn als de juiste middelen er waren om zulke valse bekeringen te ontmaskeren of als er een juiste training van de leiders was. zodat zij het vast konden stellen als er geen echt berouw en geloof waren, maar zoals wij al gezien hebben, zijn deze niet aanwezig.

 

Levensveranderend?

Velen die de Alpha-cursus gevolgd hebben, geven te kennen dat ze nu betere mensen zijn dan toen ze aan de cursus begonnen. Tevoren dreigende scheidingen werden voorkomen door het bijwonen van de Alpha-cursus. Sommigen kunnen nu beter omgaan met hun handicaps. Een vrouw vertelt over haar man die de Alpha-cursus volgde:

"Opeens werd de persoonlijkheid van mijn man veranderd – de hardheid en agressie schenen er niet meer te zijn en hij leek kalmer. Ik zei tegen mezelf dat het te mooi was om waar te zijn."

Huwelijken zijn verrijkt, gezinnen verzoend, en er zijn ook meldingen van genezingen. Hier volgt het voorbeeld van een man wiens gedrag zeker veranderd is. Nadat hij naar een toespraak had geluisterd, wist hij dat er dingen verkeerd waren in zijn leven.

"Aan het eind van de toespraak werd de heilige Geest gevraagd binnen te komen en ik ervoer een intense warmtegloed. Toen ik me wilde bekeren, zag ik beelden over de dingen die in mijn leven verkeerd waren en die ik in orde moest maken voordat ik ten volle een christen kon worden en het evangelie aanvaarden. En ik bekeerde me van dat alles. Ik voelde dat alles wat ik ooit in het verleden gedaan had, vergeven was – al mijn lasten vielen van mij af. Ik voelde me gebroken en ik ging zitten en huilde. Ik zei het gebed dat Nicky voorzei woord voor woord na. Ik dankte God voor Zijn Zoon Jezus Christus; ik bekeerde me van alles in het verleden; ik vroeg vergeving en nodigde Jezus Christus uit in mijn leven te komen. Tenslotte wist ik dat ik een christen was … Ik kwam zondagsavonds weer thuis en begon alles weg te gooien dat me op de een of andere manier verbond met de Tarot kaarten … Ik heb in feite alles in mijn leven op orde gebracht en ik ben er veel gelukkiger door. De Heer heeft nu alles in mijn leven te zeggen."

Er is ook geen reden om sceptisch te zijn en te beweren dat zo’n verandering niet blijvend is. Toch is het verontrustend dat deze bekering tot stand kwam na één van de "heilige Geest" -ervaringen. We hebben al aangetoond dat deze niet van God komen. De mensen hebben geen veilige grond onder de voeten om geestelijke gevolgtrekkingen te maken over hun aanvaarding door God, als ze door dit soort manifestaties en verschijnselen beïnvloed zijn. Soms zeggen ze, als ze zich in een veranderde bewustzijnstoestand bevinden, dat ze gewoon "weten" dat ze vergeven zijn. Maar op grond waarvan weten ze dat? Een serie visioenen? Een woord van profetie of aanmoediging waarvan ze geloven dat die van God komt? Ervaringen van vergeving, ontstaan in een geestesgesteldheid die niet op de Schrift gebaseerd is, hebben geen plaats in de door God aangewezen middelen voor ons behoud. Geloof komt niet door een visioen te hebben, of een ervaring die ons verzekert dat we vergeving hebben ontvangen. Het komt door het horen van het gepredikte Woord van God (Rom. 10:14). Dat is Gods methode. We vinden geen andere manier in de bijbel. De methode van Alpha is absoluut onbijbels.

We moeten niet vergeten dat het niet het exclusieve voorbehoud van het christelijk geloof is om mensenlevens ten goede te kunnen veranderen. Alle godsdiensten hebben hun getuigenissen van mensen die ten goede veranderd zijn als gevolg van hun ontmoeting met hun speciale geloof. New Age praktijken kunnen ook gedragspatronen in mensen veranderen. Ook hypnotherapie en zelfhypnose hebben hun succesverhalen.

Het was voor de Puriteinen duidelijk dat er wezenlijke veranderingen in levensstijl en gedrag van een persoon konden zijn, zonder dat er beslist een waarachtige bekering aan voorafgegaan was. Ze onderscheidden deze dingen heel zorgvuldig. Thomas Watson noemde het bestaan van zulke mogelijkheden. Hij schreef over de valse bekeringen het volgende:

"Het is mogelijk dat men breekt met een zonde uit verstandelijke overwegingen, en niet zozeer door de macht van de genade. Iemand ziet in dat zo’n zonde, hoewel die hem plezier geeft, toch niet in zijn belang is. Het zal zijn geloofwaardigheid verminderen, zijn gezondheid in gevaar brengen, zijn stand schaden. Daarom, uit voorzichtigheid en beleid, wijst hij die zonde af. Waarachtig opgeven van de zonde vinden we als de zondige daden ophouden door de inwerking van een genadeprincipe, zoals de lucht niet langer donker is als het licht er in schijnt."

Morele hervorming is niet genoeg als het niet gegrond is op een waarachtig werk van de heilige Geest, een "inwerking van genade". Vaughan schreef het volgende over het onderscheid tussen echte en valse of natuurlijke overtuiging van zonde:

"De natuurlijke overtuiging is nagenoeg volledig beperkt tot uiterlijke daden, en met name die daden waar men bang voor geworden is vanwege hun kwalijke gevolgen voor dit leven. Het heeft niets te maken met de grote bron van de zonde, het onheilige hart en de innerlijke zondigheid die daarvan het gevolg is."

Natuurlijk zijn er voorbeelden van mensen die met hun slechte gewoonten breken en betere mensen worden. Sommigen noemen de zonden en de gebroken relaties die ze op pijnlijke wijze rechtgezet hebben. Maar er is weinig bewijs dat de mensen beseffen dat ze zondaren voor God zijn en Zijn wet overtreden hebben, een punt dat we al vele malen aangestipt hebben. Het is niet voldoende om te stoppen met het doen van bepaalde verkeerde dingen en zelfs niet om ze recht te zetten. Berouw komt door het besef dat we hulpeloze zondaren zijn, die de toorn van God verdienen. Als cursisten uitroepen: "Wat moet ik doen om behouden te worden?" is er geen duidelijk antwoord van Alpha.

We willen nu dit hoofdstuk afsluiten. We hebben gezien wat een belangrijke rol ervaringen spelen om mensen te doen concluderen dat God echt is. Het "weekendje weg" neemt hierbij een sleutelpositie in, hoewel de cursus ruimte laat voor zulke ervaringen tijdens de hele cursus. We vrezen dat veel van deze ervaringen niet echt zijn, maar tot stand komen door "een veranderde bewustzijnstoestand".

We kunnen in feite nog verder gaan. Het evangelisatie-element boekt geen resultaat als er niets gebeurt. Het is niet de heilige Geest met wie de mensen tijdens het weekendje weg in aanraking gebracht worden. Nadat ze Christus niet hebben ontmoet in hun mechanisch bidden van een gebed, missen ze Hem opnieuw tijdens het weekend. De liefde van God wordt niet verstaan in zijn bijbelse context, maar wordt vaak vervangen door de onvoorwaardelijke liefde van een God die "er altijd is voor mij". Bekering is meer een kwestie van een nieuwe zin van het leven vinden dan een vlucht tot Christus om zich te laten "behouden uit dit verkeerde geslacht" (Hand. 2:40).

Samenvattend willen we opmerken dat er talloze problemen ontstaan door het feit dat Alpha geen bijbels beeld van God of van de mens geeft. Alpha is er niet in geslaagd een zinvol evangelie aan te bieden, maar heeft gewoonweg een liefdevolle God verkondigd, in wie we moeten geloven zonder een behoorlijke uitleg van hoe Hij is of wat Hij van de mens verlangt. Dit wordt bevestigd door de getuigenissen van mensen die de cursus volgen. Het succes dat Alpha claimt als een geweldig evangelisatiemiddel blijkt uiteindelijk hol te zijn.

 

9. EEN HEEL RUIME GEMEENTE

 

Ons onderzoek naar de Alpha-cursus is bijna voltooid. We hebben geconstateerd dat het bijbelse evangelie er niet in verkondigd wordt. De cursus roept niet op tot bekering en geloof, maar baseert haar oproep op een vage en sentimentele liefde. Het weekeindje weg slaagt er niet in de situatie te verbeteren, ondanks alles wat ervan gezegd wordt.

Dit roept een paar heel belangrijke vragen op. De meest wezenlijke is: begrijpt Alpha werkelijk wat een christen is? Als de cursus het evangelie en de betekenis van bekering en geloof niet heeft begrepen, heeft het dan in de grond van de zaak niet verkeerd begrepen wat een christen is? Hierop willen we in dit hoofdstuk ingaan. Alpha’s opvatting van wat een christen is en wat de gemeente is, is heel erg ruim.

 

Allerlei meningen

Alpha heeft zeker geen tekort aan citaten van verscheidene autoriteiten en deskundigen. Sommige daarvan zijn heel verhelderend. Citaten van en verwijzingen naar mensen als J.C.Ryle en de puritein Thomas Goodwin zijn heel welkom. Andere verwijzingen zijn dat minder en verraden de rampzalige brede opvatting die Alpha heeft van wat een christen is.

Paul Tillich wordt bijvoorbeeld geciteerd als "theoloog en filosoof". Hij is een vrijzinnig denker, die moeilijk evangelisch genoemd kan worden. De Duitse theoloog Jürgen Moltmann is ook vrijzinnig. Hij wordt ook met instemming en kritiekloos geciteerd. Vertegenwoordigers van het roomskatholicisme, een kerk die fundamentele leerstellingen over het evangelie en de bijbelse waarheid ontkent, mogen ook door Alpha heen spreken. Evangelische christenen zullen naar alle waarschijnlijkheid niet dezelfde troost als Gumbel ontlenen aan het feit dat Vaticaan II beweert een hoge opvatting van de inspiratie van de Schriften te hebben. Alpha heeft er geen moeite mee om Tom Forrest, een roomskatholiek, met instemming te citeren. Moeder Theresa wordt als christen geaccepteerd, ondanks dat bewezen is dat ze geen echte innerlijke christelijke overtuiging had. Ergens anders is het de persoonlijke predikheer van de paus wiens woorden we horen.

We hoeven geen oordeel uit te spreken over de geestelijke positie van deze mensen, maar het is heel duidelijk dat ze in hun leer en kerkelijke gebondenheid posities innemen die haaks op het evangelie staan, zoals we die in dit boekje beschreven hebben. Waarachtig evangelisch denken heeft geen plaats voor verlossing door sacramenten, de voorbede en bemiddeling van Maria of het bestaan van een vagevuur na dit leven. Veel centrale leringen van de roomskatholieke kerk zijn nergens in de bijbel terug te vinden en gaan in feite dwars tegen het werk van Christus in. Het betreft geen minder belangrijke verschillen, maar wezenlijke afwijkingen van het historische christelijke geloof. Alpha citeert echter kritiekloos de woordvoerders daarvan. Er is geen enkel geluid van voorzichtigheid of leerstellige waarschuwing.

Aangezien Alpha als doel heeft degenen te helpen die net in het christelijk geloof beginnen, is zo’n vrije benadering zondermeer onverantwoordelijk. Het is niet moeilijk te zien dat hier enorme problemen van verwarring uit voort kunnen komen. We worden op geen enkele wijze gewaarschuwd dat deze mensen vertegenwoordigers zijn van fundamenteel onschriftuurlijke kerken of theologische standpunten. De jonge gelovige die Alpha beweert te willen helpen, moet er zelf maar uitkomen. Hij krijgt een verwarrende boodschap, die hem geen enkele hulp biedt als hij zijn weg zoekt in het christelijk leven en probeert de verschillende meningen waar hij mee te maken krijgt, te begrijpen en te evalueren.

 

Elke kerk is goed …

Vanuit deze ruiterlijke houding beveelt Alpha ook allerlei kerken aan. Als wij evangelische christenen zijn, zullen we waarschijnlijk niet zo blij zijn met Gumbels advies:

"In zekere zin is het niet zo belangrijk bij welk kerkgenootschap wij horen – roomskatholiek of protestant, Luthers, methodist, baptist, pinksteren, Anglicaans of een huisgemeente. Wat belangrijker is, is of wij wel of niet de Geest van God hebben. Als de Geest van God in mensen woont, zijn dat christenen en onze broeders en zusters."

Uiteraard zijn er christenen in veel kerkgenootschappen. Ware gelovigen in de Heer kun je vinden op de meest onwaarschijnlijke plaatsen. Maar het is ronduit verkeerd om jonge christenen te vertellen dat het er niet wezenlijk toe doet tot welke kerk ze behoren. Het doet er wel degelijk toe, omdat in sommige kerken en kerkgenootschappen het ware evangelie en bijbelse onderricht niet gehoord worden. Het is hoogst onverantwoordelijk om aan jonge gelovigen te suggereren dat het er in feite niet toe doet naar welke kerk ze gaan. Alpha’s kijk op de gemeente is veel te ruim.

 

Bedankt voor jullie steun

Deze zelfde ruimdenkendheid komt naar voren in allerlei contacten en banden die de voorstanders van de Alpha-cursus proberen aan te gaan. Het feit dat bijvoorbeeld de roomskatholieke kerk met zoveel enthousiasme de Alpha-cursus begroet heeft, wordt door de voorstanders van Alpha geprezen als een veelbetekenende ontwikkeling. Er zijn conferenties gehouden om Alpha te introduceren bij de roomskatholieke gemeenschap. Er is nu een speciaal katholiek Alpha kantoor. We lezen in Alpha News van juli 1997:

"Er waren meer dan 450 mensen aanwezig in de Londense Westminster Kathedraal in mei, voor de eerste roomskatholieke Alpha conferentie, die al vier maanden van te voren volgeboekt was. De conferentie, die een woord van bemoediging van Kardinaal Hume, de aartsbisschop van Westminster ontvangen had, werd geleid door Sandy Millar en Nicky Gumbel van de Holy Trinity kerk in Brompton."

Het zou blijken dat de cursus erg op prijs gesteld werd. Het verslag vermeldt:

"Bisschop Ambrose Griffiths, van Hexham en Newcastle, beschreef de Alpha-cursus als het krachtigste evangelisatiemiddel, dat juist diegenen bereikt die wij nodig hebben."

Het schijnt dat vertegenwoordigers van de katholieke kerk ook geloven dat Alpha "werkt". Ze hopen dat Alpha de terugval in leden, met name onder jongeren, kan tegenhouden. Zoals bisschop Griffiths toegaf:

"Wij hebben allen, en zeker als katholieken, een groot probleem. Het schijnt dat wij geen jonge mensen of jonge families meer aantrekken en intussen wordt ons kerkpubliek ouder en minder in getal. Dit is onze algemene ervaring."

De roomskatholieke bisschop van Leeds spreekt zich duidelijk over Alpha uit:

"De Alpha-cursus is een waardevolle bijdrage aan onze opdracht tot evangelisatie nu wij dichter bij het nieuwe milennium komen en ik ben er zeker van dat het van groot nut zal zijn voor de opdracht van de Kerk" (1997).

Het hoeft ons niet te verbazen dat de roomskatholieke kerk zoveel steun toont voor de Alpha-cursus. Zoals we al gezien hebben verkondig Alpha het evangelie niet, maar in plaats daarvan een vage God van liefde. Iedereen kan zich in zo’n God vinden. Er is niets dat aanstoot geeft aan hen die er een ander evangelie op na houden dan de apostelen. Bisschop Griffiths zegt:

"Alpha is niet een complete uiteenzetting van de katholieke leer. Geen enkele beginnerscursus kan dat aanbieden. Maar het bevat niets dat in strijd is met de katholieke leer."

Niets dat "in strijd is met de katholieke leer"? Hoe is dat mogelijk, speciaal in het licht van de alom gehoorde bijval van zoveel leiders in de evangelisch-charismatische wereld? Het hoeft ons niet te verwonderen. Alpha verkondigt het evangelie niet en heeft daarom veel aantrekkelijks voor andere instellingen die het ook niet verkondigen.

Zelfs vrijzinnigen, die veel van het evangelische geloof overboord gezet hebben, vinden veel goeds in Alpha. "Alpha News" vertelt van een bezoek van de aartsvrijzinnige Richard Holloway, episcopaals bisschop van Edinburgh, aan een Alpha diner in een stad in Schotland. Het was geen enkel probleem om zijn aanwezigheid daar te adverteren en er was geen verontschuldiging voor zijn vrijzinnige standpunten. En het schijnt dat hij ook geen enkel probleem had met het aannemen van de uitnodiging. Integendeel, wat hij te zeggen had paste heel goed in de opvattingen van Alpha. Luister naar dit citaat uit zijn toespraak:

"En zo bid ik dat u die de Alpha-cursus gebruikt – u die behoort tot de kerken in deze omgeving – in uw eigen hart zult verstaan hoe volledig en onvoorwaardelijk God u liefheeft, ongeacht wat u tegen uzelf hebt."

Een vrijzinnige bisschop blijkt opgemerkt te hebben wat talloze evangelischen niet gezien hebben. Het evangelie van Alpha spreekt over een God van onvoorwaardelijke liefde, die de zonde niet haat zoals de bijbel ons wil doen geloven. Hij is een sentimentelere God dan we in de bijbel kunnen lezen en één waarbij de vrijzinnige kerk zich meer thuis voelt. Waarom kunnen evangelischen dat niet zien?

 

Wij zijn nu allemaal christenen

De Alpha-cursus laat ons dus een hele nieuwe definitie zien van de christelijke kerk en is gelukkig met de bijval van hen die in de verste verte niet evangelisch zijn. Zoals we in hoofdstuk acht gezien hebben, is ze ook gelukkig met de ervaringen van mensen die, op grond van wat zij zeggen, blijken iets anders ontvangen te hebben dan de heilige Geest en kennelijk een andere ervaring hebben dan wat de bijbel bekering en geloof noemt. Hieruit blijkt dat christen worden oneindig veel gemakkelijker is dan de smalle weg die de Schrift ons laat zien.

De criteria van wat iemand tot christen maakt, zijn bijgevolg heel ruim. Het citaat dat we hierboven aangehaald hebben, maakt dit duidelijk. Zolang we de "geest van God" hebben, zijn we volgens Alpha allemaal broeders en zusters. We kunnen in feite geloven wat we willen. We kunnen er tegengestelde en tegenstrijdige meningen over de boodschap van verlossing op na houden, maar we zijn "broeders en zusters" als we de ervaring van de "geest" hebben. Dit is een rampzalig standpunt. Op grond van een oppervlakkige ervaring, zoals die tijdens het weekendje weg, wordt iemand als bona fide christen aanvaard. Het feit dat alles wat men gemeenschappelijk heeft de ervaring van een onbijbelse "veranderde bewustzijnstoestand" is, gaat de voorstanders van Alpha kennelijk voorbij. Zo beschouwd moet bijna de helft van de wereld wel christen zijn! Het is een onjuiste boodschap, die de problemen in de zogenaamde evangelische kerk die de leer probeert vast te houden, alleen maar versterkt. Als het standpunt van Alpha de overhand krijgt, zal zo’n appèl steeds minder gehoor vinden.

 

De "Toronto-zegen"

Tenslotte is het niet toevallig dat de kerk die de Alpha-cursus ontwikkeld heeft, één van de grootste voorstanders is van de zogenaamde Toronto-zegen, de charismatische ervaring die gekenmerkt wordt door hysterisch gelach, lichamelijke sensaties, op de grond vallen, stuiptrekkingen en zelfs dierlijke geluiden.

De Holy Trinity kerk in Brompton heeft zich ronduit achter de Toronto-zegen geplaatst. Veel van de aanhangers van Alpha en van de gemeenten die aan de cursus deelnemen, staan eveneens sympathiek tegenover deze "beweging van de Geest". Het is hier niet de plaats om dit verschijnsel nader te bekijken. Anderen hebben dit uitvoerig gedaan. Uit wat we gezien hebben van het weekendje weg, is het duidelijk dat dit niets anders is dan een vorm van de "zegen" met al zijn onbijbelse verschijnselen en uitwerkingen. Gemeenten die instemmen met de praktijken van dit Alpha weekend, hebben logischerwijs ook de Toronto-zegen aanvaard. In wezen is het een en hetzelfde: ervaringen die je krijgt in een veranderde staat van bewustzijn.

Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat kerken die totaal misleid zijn over de werking van de heilige Geest, even onwetend zijn over wat het evangelie eigenlijk is. Het verband tussen deze misvattingen is waarschijnlijk groot. In feite komen beide eruit voort dat men de heerlijkheid van Gods heilig wezen niet verstaat.

De basis van de Alpha aanhang is daarom zeer verdacht. Alpha wordt ondersteund door kerken die tegen het evangelische christendom gekant zijn en is zelf het product van een kerk die de onbijnelse verschijnselen van de Toronto-zegen aanhangt. De enorme populariteit van de Alpha-cursus zal alleen nog maar meer vervlakking geven.

 

 

10. IS ER LEVEN NA ALPHA?

 

We zullen moeten toegeven dat veel van de kritiek op Alpha niet fair is. Het is niet juist het een secte te noemen, zoals sommigen gedaan hebben. Als we die redenering overnemen, zouden we waarschijnlijk iedere kerk in ons land een secte moeten noemen. De cursus is niet zomaar in elkaar gezet, maar dat is uiterst zorgvuldig gebeurd. Er heeft een aantal oprechte mensen aan meegewerkt, die een uitgesproken verlangen hadden om iets goeds te doen en om te helpen.

Van alles wat we gezegd hebben, is niets bedoeld om de integriteit van degenen die de cursussen geven of die aanvankelijk de cursus gemaakt hebben, in twijfel te trekken. Waarschijnlijk vinden ze de kritiek in dit boek niet te geloven. Er is ook geen reden om de duidelijke invloed van de cursus op veel kerken te kleineren. Er zijn nieuwe mensen en aanhangers binnengehaald. Die kerken die op zichzelf gericht waren, hebben meer oog gekregen voor de wereld om hen heen. Het heeft tot teamwerk geleid en een besef van toewijding aan een algemeen belang gegeven. Als we de cursus echter met de Schrift vergelijken en zien wat het evangelie is en wat waarachtig berouw en geloof is, dan schiet Alpha tekort. Het heeft niet gedaan wat het beweert en we moeten ons daarvan bewust zijn als we het in onze eigen gemeente willen gebruiken.

 

Vrijzinnigheid voor een nieuwe tijd

In wezen is het evangelie van Alpha een vorm van vrijzinnigheid. Onder de dekmantel van evangelisch taalgebruik is er een nieuwe vrijzinnigheid ontstaan. De invloed daarvan groeit gestaag. Er komen steeds meer aanhangers. Ze zijn vol zelfvertrouwen. Ze geloven echt dat ze het antwoord voor onze tijd hebben.

De Alpha-cursus brengt een boodschap en methodes die goed passen in onze huidige op ervaring gerichte generatie, en daarmee heeft het meer succes dan alles wat eraan voorafging. Het houdt nog vast aan sommige punten van het evangelisch geloof, maar heeft de betekenis daarvan weggenomen. Het gelooft in de letterlijke persoon van Christus en de wonderen die Hij gedaan heeft, maar heeft geen plaats voor de heiligheid van God. Het gelooft dat het verlorene bereikt moet worden, maar vertelt hun een ander evangelie. Het is vol liefde, maar heeft geen plaats om zondaren de waarheid te zeggen. Er is geloof in de heilige Geest, maar geen ruimte voor waarachtig berouw en geloof, waaruit Zijn werking blijkt. Het is een substituut voor het echte. Waar een God van heerlijkheid en majesteit verkondigd moet worden, hebben we een God van sentimentele en onvoorwaardelijke liefde. Waar een oproep tot bekering dient te zijn, heeft het nieuwe ruime denken die vervangen door een oproep terug te keren tot Gods liefde. De tijd is gekomen om te zeggen wat het is – het is een andere God, een andere Jezus en een ander evangelie. De ware kerk wordt er niet door gebouwd, maar wel een valse, die geen smaak heeft voor bijbelse waarheid, maar deze minacht. Voor evangelische christenen is het geen vriend en dienen we Alpha ten koste van alles te mijden.

Sommigen vragen zich misschien af of het mogelijk is alleen bepaalde onderdelen van de cursus te gebruiken. Helaas, tegen de tijd dat ons voorbehoud verwerkt is, het evangelisatiemateriaal volledig herschreven en het "weekend" radicaal herzien, blijft er weinig van Alpha over. Als we proberen het te gebruiken na alle aanstootgevende gedeelten eruit gehaald te hebben, dan is dat net zoiets als wanneer we iemand Londen laten zien zonder naar de Tower te gaan, zonder Trafalgar Square, Oxford Street, de Parlementsgebouwen en het Buckingham Palace. Het zou onherkenbaar veranderd zijn.

 

Wat moet er voor in de plaats komen?

Dit is misschien wel de meest voor de hand liggende vraag in dit stadium. Veel kerken hebben met afgunstige blikken naar de Alpha-cursus gekeken. Die schijnt de verkeerde dingen te geloven, een verkeerde aanpak te hebben en toch veel bekeringen te geven. Deze indruk veroorzaakt verwarring bij veel gelovigen. Maar is het wel zo dat er echte bekeringen zijn? Het probleem is dat men vreselijk graag iets wil hebben dat werkt, iets wat de mensen naar de kerk trekt. Wat doen we als we de Alpha-cursus niet hebben?

Het antwoord is niet nieuw. Het is eenvoudig dit: verkondig het evangelie. Toch is deze oplossing niet zo simpel als het lijkt. Velen hebben het gevoel dat ze dat al jarenlang verkondigd hebben, zonder vrucht te zien. Dat zou wel eens waar kunnen zijn. Het is tenslotte een heel donkere tijd waarin Gods dienstknechten moeten werken. Maar het zou ook wel eens zo kunnen zijn dat veel kerken in hun evangelieprediking niet zo duidelijk zijn als zou moeten.

Teruggrijpend op hoofdstuk drie en vier over het bijbels evangelie zijn er misschien bepaalde lessen te leren. De boodschap is misschien niet zo helder als die zou moeten zijn. Vaak ontbreekt de directe toepassing. En tenslotte is er misschien geen echte oproep tot ware bekering en geloof. In plaats daarvan hebben de kerken iets van het evangelie afgedaan, terwijl ze nog steeds geloven dat ze er trouw aan zijn.

Deze indruk wordt ook bevestigd als we zien hoeveel belijdende evangelischen belangstelling hebben voor de Alpha-cursus. Ongetwijfeld hebben velen van hen de cursus niet voldoende onderzocht en bij nader onderzoek zouden ze hun mening wel eens kunnen herzien. Maar bij dit alles blijft er nogal wat verwarring bestaan over wat het evangelie is. Velen zijn schijnbaar niet in staat om te herkennen of het evangelie wel of niet gepredikt wordt. De meesten kunnen niet onderscheiden of het sterven van Christus in het juiste licht wordt verkondigd. Ook verstaat men de toorn van God of de noodzaak om de wet van God te verkondigen niet.

Een beetje waarheid over Jezus en men is al blij dat het evangelie zo getrouw weergegeven is. Als zonde alleen maar genoemd wordt en er een stille wenk over het oordeel gegeven wordt, zijn de mensen al van mening dat er op bijbelse wijze evangelisatie bedreven is. Maar het is niet genoeg om een basiskennis van het leven van Christus te hebben of te beweren dat de gebeurtenissen in de bijbel, inclusief de wonderen, inderdaad plaats vonden. Er moet meer zijn. Gods heilige karakter moet verkondigd worden. De zonde in zijn afschuwelijkheid als een overtreding tegen God moet uitgelegd worden. De absolute vereiste dat men zich moet bekeren en zijn geloof in Christus moet stellen, moet verkondigd worden. Deze dingen moeten zonder compromis gepredikt worden. Dat deden de apostelen. Dat deed ook de eerste gemeente. Dat werd opnieuw gedaan tijdens de opwekkingen in de kerkgeschiedenis. Dat is wat ook vandaag nodig is.

Natuurlijk moeten de gelegenheden benut worden om mensen te bereiken. Etentjes hebben ook hun laats. Kleine groepjes zijn belangrijk. Er bestaan bijbelstudies die de problemen vermijden en toch een veel gezonder evangelie verkondigen.

Maar we kunnen niet met een toverstokje zwaaien. Onze taak is om de gelegenheden die we hebben met volle inzet te benutten, zonder echter ooit de ware essentie van het evangelie weg te laten. We kunnen ons niet veroorloven iets anders aan te bieden. Als het evangelie biddend en ernstig en liefdevol verkondigd wordt, en er toch geen mensen gered worden, dan hebben we hun niets anders te bieden. Als de mensen de boodschap van leven weigeren, kunnen we hun geen andere boodschap geven.

Hoe hulpeloos we ons ook vaak voelen als we geconfronteerd worden met zoveel apathie, toch geeft dit ons geen vrijbrief om een ander evangelie te bedenken, iets dat wél schijnt te "werken". Als mensen het evangelie niet willen horen, willen ze ook niet luisteren naar iets anders. Zoals de rijke man, die pijn lijdt in de hel en zijn vijf broers wil overtuigen door wonderen, te horen krijgt:

"Indien zij naar Mozes en de profeten niet luisteren, zullen zij ook, indien iemand uit de doden opstaat, zich niet laten gezeggen" (Luc. 16:31).

Op de een of andere manier gelooft de kerk niet meer dat de Here niet toestaat dat Zijn Woord gebroken wordt (Joh. 10:35). Wat Hij gesproken heeft, meende Hij ook. Als Hij ons de verantwoordelijkheid gegeven heeft en de resultaten zijn nog steeds mager, dan moeten wij, na onszelf voor Zijn aangezicht onderzocht te hebben, dat overlaten aan Hem. Als we doen wat God ons opdraagt en niet de vrucht dragen die we zo graag hadden willen zien, is dat geen aanwijzing om de methode te veranderen. Misschien is de kerk nalatig geweest in haar opdracht. Nalatigheid heeft veel zegen weggenomen. Dat compenseren we niet door iets te bedenken dat wél werkt! Misschien wordt het tijd om het evangelie dat door ons verkondigd wordt, opnieuw te onderzoeken. Prediken wij het aloude evangelie in de kracht van de heilige Geest? Zo niet, dan moeten we onszelf onderzoeken en ons bekeren.

 

De juiste sfeer?

Er zijn nog talloze andere aspecten, die we alleen maar kunnen aanstippen. Wij moeten bijvoorbeeld veel van wat voor aanbidding doorgaat in onze tijd, onderzoeken. Veel liederen die nu zo populair zijn missen theologische diepgang en beschrijven God niet met de waardigheid die Hem toekomt. In menige aanbiddingsdienst wordt God beroofd van Zijn heerlijkheid. Als dit gebeurt waar ongelovigen bij zijn, heeft dat trieste gevolgen. Niet-christenen die zien hoe God benaderd wordt op sentimentele en oppervlakkige wijze, zullen zo hun eigen conclusies trekken. Liederen die oppervlakkig zijn en de Alpha-God ondersteunen, vol sentimentele liefde, maar zwak wat betreft heiligheid en heerlijkheid, laten een blijvende maar verkeerde indruk na op de mensen. Gemakkelijke vlotheid en genoeglijke kameraadschappelijkheid met de Almachtige kan de prediking van de God van de bijbel tegenwerken en de indruk wekken dat we in de praktijk in een andere God geloven. Onze voorouders kenden de heiligheid van God beter dan wij. Wij moeten van hen leren hoe zij God aanbaden.

Ongelovigen kunnen te vaak rustig onze kerkdiensten bijwonen zonder geconfronteerd te worden met een God van heiligheid. Maar hoe tegenstrijdig het ook klinkt, ze vinden er ook de bijbelse God van liefde niet. We kunnen niet wezenlijk over de liefde van Christus prediken voordat we de context van die liefde hebben laten zien. Het is een heerlijke liefde, die zich uitstrekt naar arme en behoeftige zondaren, die niets anders verdienen dan de toorn van God. Zonder iets te begrijpen van het heilige karakter van God en het werk dat onze Heiland gedaan heeft als onze plaatsvervanger, kunnen we eenvoudig de liefde van Christus niet vatten.

 

Zondaren helpen

We zijn ook te oppervlakkig in het vaststellen van wat ware bekeerlingen zijn. De mensen worden niet onderwezen wat bijbels berouw, bekering en geloof is. In plaats daarvan wordt elk getuigenis van iemand die onder de indruk is van het christelijk geloof, aanvaard als bona fide bewijs van bekering. De ware betekenis van bekering als iets wat dieper gaat dan alleen uiterlijke dingen prijsgeven, moet duidelijk verkondigd worden. Er moet een besef zijn dat men van nature reddeloos zondig is. In het licht daarvan wordt de noodzaak om in Christus te geloven tot behoud, duidelijker. Maar in veel evangelieverkondigingen mist men deze dringende noodzaak en wordt het evangelie teruggebracht tot een verstandelijk instemmen met basisprincipes van het christelijk geloof.

 

Vooruitzien

We beseffen dat er geen eenvoudig antwoord is op deze problemen. Het is al jaren duidelijk dat de evangelieprediking weinig succes heeft. Wanhoop heeft velen ertoe gebracht leringen en praktijken te verwelkomen die uiteindelijk zullen blijken dood te lopen. Noch Pensacola, Toronto, Alpha of Willow Creek kunnen ons de antwoorden geven waar de kerk naar zoekt. Dat velen die beter moesten weten toch deze methoden hanteren, is een teken hoe wanhopig alles maar wordt aangegrepen wat werkt. Het kan niet anders of dit loopt uit op teleurstelling.

Onze opdracht is om in de kracht van de heilige Geest trouw te zijn in het werk dat Hij ons te doen gegeven heeft. Hij vraagt van ons dat wij bidden en ijverig zijn en dat mogen we niet nalaten. Het is niet de tijd om bevreesd en wankelmoedig te zijn. Er ligt een enorme opdracht, maar de levende God is met ons door de kracht van de heilige Geest. Misschien voelen we ons overweldigd door de enorme nood om ons heen, maar God zal Zijn gemeente niet in de steek laten "… die Hij met het bloed van Zijn Eigene gekocht heeft" (Hand. 20:28). Misschien wordt de toekomst nog moeilijker en komt er nog meer afval in onze gelederen, maar Gods werk faalt nooit. "Ik zal mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen" (Mat. 16:18). In de tijd die voor ons ligt zal het meer dan ooit nodig zijn ons vast te klemmen aan zulke Schriftplaatsen. Er is tegenwoordig een enorme druk om Gods aangewezen middelen voor evangelisatiewerk prijs te geven, maar laten we volharden tot het einde, getrouw aan Zijn Woord en Geest.